Holding, personele unie: een fusie, maar dan anders

Besturen van onderwijsinstellingen kiezen soms voor een personele unie of holding in plaats van voor een fusie. Ze hoeven dan aan minder regels te voldoen en zien een manier om het instemmingsrecht van de medezeggenschapsraad  te vermijden. Waar moeten mr-leden in zo’n situatie op letten?
De menselijke maat behouden en anonimiteit tegengaan: vanuit dat streven  besloot de Tweede Kamer in 2011 om de mr instemmingsrecht te geven bij fusies. Er kwam een fusietoets. Besturen die wilden samengaan, moesten met een fusie-effectrapportage duidelijk maken wat de beweegredenen waren, of er alternatieven waren overwogen, wat de gevolgen zouden zijn voor personeel, ouders en leerlingen. En, niet onbelangrijk, of de mr met de fusie instemde. “De fusietoets heeft verdere schaalvergroting redelijk tegengegaan”, zegt Marcel Koning, beleidsmedewerker medezeggenschap van de AOb.
Maar de - inmiddels afgeschafte - fusietoets had ook andere gevolgen. Wanneer schoolbesturen niet door de toets heen kwamen, bedachten ze soms andere constructies voor hun samenwerking. Via een holding of personele unie kunnen ze zonder al te veel poespas samengaan. Omdat er formeel geen sprake is van een fusie, heeft de mr hierbij geen instemmingsrecht, maar ‘slechts’ adviesrecht.

Samen besturen

De holding en de personele unie hebben ieder hun bijzondere kenmerken. Bij een holding gaan scholen bestuurlijk samenwerken met andere scholen, roc’s of organisaties voor welzijn of kinderopvang. De besturen zitten als afzonderlijke werkgevers in de holding, het holdingbestuur heeft vaak wel een centraal bureau en centraal beleid. De bekostiging voor hun scholen komt als vanouds op het bestuursadres binnen. In ieders statuten wordt geregeld dat bepaalde besluiten de goedkeuring van de holding nodig hebben. “Dat maakt het moeilijk om de medezeggenschap op holdingniveau goed te regelen”, zegt Koning. “Er is voor de bovenbestuurlijke medezeggenschap ook geen geschillenregeling.”
Bij een personele unie zijn de betrokken organisaties op bestuurlijk niveau met elkaar verbonden. Eén raad van toezicht en één college van bestuur gaan over het geheel doordat ze dezelfde functies vervullen voor de verschillende scholen. Die kopen diensten dan vaak gezamenlijk in. In opdracht van OCW inventariseerde onderzoeksbureau Ecorys hoeveel van dergelijke constructies worden toegepast in Nederland. Het bureau vond in 2016  in het po acht holdings en in vier andere situaties was men deze optie aan het verkennen. In het vo trof het bureau ook acht holdings aan. Doorgaans ging het hier om samenwerking met een roc. Ecorys vond in totaal 174 personele unies binnen het funderend onderwijs (po en vo).

Wees waakzaam

Beide constructies zijn naar de  letter van de wet geen fusies. Koning ziet in de praktijk dat de betrokken besturen vaak op verschillende punten kiezen voor centrale aansturing. “Het is ook wel logisch. Stel dat je voor het ene bestuur goed personeelsbeleid hebt geregeld; dan wil je het voor de andere besturen graag ook zo doen.”
Koning adviseert mr’s om waakzaam te zijn op het moment dat een holding of personele unie wordt gevormd. “In formeel juridische zin gaat het dan niet om een fusie, maar in de praktijk is het dat wél. Alle betrokkenen zullen erkennen dat het gaat om heel intensieve vormen van samenwerking. Eigenlijk zou de mr daarom instemmingsrecht moeten hebben.”
De afschaffing van de fusietoets kan ertoe leiden dat besturen die nu in een holding of personele unie zitten, alsnog gaan fuseren. Ook dit is een moment om goed op te letten. Koning: “Men zal tegen de mr zeggen dat er niks verandert, omdat er al wordt samengewerkt. Maar daarmee omzeilt men opnieuw het instemmingsrecht.” Zijn advies: denk dus mee en gebruik dat instemmingsrecht.

Samen en apart

De samenwerking tussen vo en mbo is een verhaal apart. Beide onderwijssoorten kennen namelijk eigen medezeggenschapswetgeving. Het vo heeft de Wet op de medezeggenschap (Wms); het mbo de Wet op de ondernemingsraden (Wor). Dat maakt de zaak extra complex. Koning: “Zie je als mr op een vo-school een fusie met een mbo-instelling aankomen, of andersom, vraag dan goed door. De Wms schrijft voor dat er een mr, en bij meerdere vo-scholen een gmr moet zijn. De mbo-instelling moet een ondernemingsraad hebben. Dat zijn eigenstandige organen met eigenstandige advies- en instemmingsrechten en geschillenprocedurerechten. Die kan je niet zomaar op één hoop gooien.”
Natuurlijk kunnen twee verschillende medezeggenschapsorganen best samen vergaderen en overleggen met het cvb. “Maar als het gaat om formeel advies- en instemmingsrecht, vereist dat een reactie van beide organen.”

Hoezo schaalvoordeel?

Waar moet de mr concreet op letten wanneer er wordt toegewerkt naar een holding, personele unie of fusie? Koning: “Wat waren de redenen om hiervoor te kiezen? Welke voordelen dacht men daarmee te behalen? En zijn die ook gerealiseerd? Je hoort organisaties bijvoorbeeld nogal eens zeggen dat ze een groot schaalvoordeel verwachten. Vervolgens wordt daar helemaal geen aandacht meer aan besteed. Vraag dus: welke verbetering verwachten jullie, en hoe ga je die beoogde voordelen realiseren? Wordt daar menskracht op ingezet, is er een tijdpad, hoe zit het financieel?” Kijk daarbij ook naar ondersteunende diensten, tipt Koning: “Die worden vaak bij elkaar geschoven uit kostenbesparing en efficiency, zonder dat men goed nadenkt over de uitvoering.”

‘We doen ons best voor informatie’

In Apeldoorn vormden vier katholieke en protestants-christelijke stichtingen samen de personele unie Veluwse Onderwijsgroep (VOG). Hieronder vallen vijftien katholieke basisscholen, een school voor speciaal basisonderwijs, vier katholieke scholen voor voortgezet onderwijs en drie scholen voor christelijk voortgezet onderwijs. In januari 2019 komt hier nog een vijfde stichting bij.
Voor het servicebureau, dat alle samenwerkingspartners ondersteunt op het punt van personeel, financiën en facilitaire zaken, is een aparte samenwerkingsstichting opgericht. Martien Hertgers, Wil van Schendel en Egbert Terpstra zijn lid van de mr van het servicebureau. Omdat deze mr alleen gaat over het servicebureau zelf, hebben de leden geen goed zicht op ‘het hele plaatje’. Dat vinden ze nadelig, zeker omdat de nieuwe samenwerkingspartner die in januari aanschuift, een eigen servicebureau heeft. Van Schendel: “Dit servicebureau zal samengaan met ons bureau. Dat zal personele consequenties hebben.” Had de mr niet liever meer invloed willen hebben bij de vorming van de personele unie? Het drietal zat destijds nog niet in de mr en vindt het daarom lastig om zich hierover uit te laten. Terpstra: “Ik denk echter dat het bestuur ook een negatief advies niet helemaal kan negeren. Dan zullen ze toch met zwaarwegende redenen moeten aantonen waarom ze toch doorgaan.”
De toetreding van de vijfde partner heeft alles te maken met het teruglopende leerlingenaantal op de vmbo-scholen. De besturen denken dat ze het beleid daaromtrent beter vanuit één organisatie kunnen uitvoeren. Van Schendel: “Deze samenwerking is geen jarenlang voorbereide strategische stap; er ligt geen plan klaar met een horizon over vier jaar. Wij willen natuurlijk wel graag weten wat er gaat gebeuren, met name met de ondersteunende diensten.”
Hertgers: “Wij doen ons best om vroegtijdig over plannen te worden geïnformeerd. Soms lukt dat goed, soms wat minder. Ik heb zelf het idee dat men bij het binnenhalen van de vijfde partner heel zorgvuldig de voors en tegens in kaart heeft gebracht. Er was ook veel ruimte voor inspraak. Wij hebben alle reacties vanuit het servicebureau gebundeld en besproken met de bestuurder. Er is ook aan beide zijden een boekenonderzoek geweest.”


Tips voor de mr:

Marcel Koning, AOb:
• Wees waakzaam wanneer er een holding of personele unie wordt gevormd. Je hebt geen instemmingsrecht, maar het gaat om een ingrijpende verandering.
• Komt er alsnog een fusie? Ook al ‘gaat er niets veranderen omdat we al samenwerken’, gebruik je instemmingsrecht.
• Gaat vo samenwerken met mbo? Informeer dan hoe vanuit beide wettelijk geregelde vormen van medezeggenschap zal worden samengewerkt.
• Bij elke vorm van samengaan: welke verbetering verwacht men en hoe gaat men die realiseren?
Martien Hertgers en Wil van Schendel, mr servicebureau VOG:
• Zorg dat je bij plannen tot samenwerking of fusie zoveel mogelijk wordt meegenomen in het voortraject.
• Houd het contact met de bestuurder in stand, ook tijdens periodes dat er nog geen informatie naar buiten kan.

Verschenen in infomr 4/2018

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren