Inspectie: ‘Het gaat om de tegenspraak’

Eens in de vier jaar doet de Inspectie voor het Onderwijs bij elke school een bestuursonderzoek. Een gesprek met een afvaardiging van mr of gmr maakt sinds anderhalf jaar altijd deel uit van zo’n onderzoek. Hoe bevalt dat?
Ruud de Lange is kwaliteitsinspecteur primair onderwijs bij de Inspectie voor het Onderwijs. Hij schat dat hij inmiddels bijna 10 keer zo’n ontmoeting heeft gehad met medezeggenschappers. Het gaat in zo’n gesprek vooral om de kwaliteit van het bestuur, zegt hij. “We benadrukken in een gesprek met de mr altijd: dit gaat niet om het functioneren van de mr, maar over hoe de tegenspraak op school is georganiseerd.” De gedachte achter dit nieuwe onderdeel van toezicht is het belang van horizontale verantwoording: “Een goede bestuurder organiseert ook de tegenspraak goed. Daartoe is hij verplicht.” Dus kondigt De Lange bij het startgesprek met een bestuurder al aan dat een gesprek met raad van toezicht en mr/gmr deel uitmaakt van het onderzoek.

Leidraad

Zo’n gesprek met mr/gmr duurt ongeveer één à anderhalf uur, is zijn ervaring. “We hebben een soort leidraad voor het gesprek. We vragen of er een reglement is, of er verkiezingen zijn. We stellen vragen: Welke stukken ontvangt de gmr of mr, wat doen ze ermee, kennen de leden hun rechten, wie stelt de agenda op, wordt er vergaderd met of zonder directeur erbij? En: als je het niet eens bent met de bestuurder of directeur, hoe wordt er dan gereageerd? Tijdsdruk is altijd een onderwerp. Te vaak moet een mr heel snel instemmen of advies geven.” Hij wil onderzoeken of de verantwoording goed is geregeld, of er sprake is van een dialoog, zegt De Lange. “Bestuurders bepalen graag hoe iets moet. Maar personeel en ouders moeten kenbaar kunnen maken hoe zij er vanuit hun positie tegenaan kijken. Daarbij is de mr dus heel belangrijk, de tegenspraak moet op een goede manier vorm krijgen. En voor ons is het gesprek met de mr dus een belangrijke informatiebron, om boven tafel te krijgen hoe ‘het spel’ op bestuursniveau is geregeld.”

Onwetendheid

Hoort hij tijdens zo’n gesprek weleens iets waar hij van schrikt? De Lange: “Ja, dat heeft vaak met onwetendheid te maken van een mr of gmr. Ze weten vaak niet wat hun positie is, en worden dan voor een voldongen feit gesteld. Dat er bijvoorbeeld geen geld zou zijn voor scholing. Een mr heeft recht op scholing.” Hij hoort ook nog wel dat mr-leden onder druk worden gezet om snel te reageren. “Het bestuursformatieplan bijvoorbeeld, dat moet rond april z’n beslag krijgen. Dan gebeurt het dat een gmr het de eerste week van april krijgt voorgelegd. Soms laat een gmr zich onder druk zetten om gauw akkoord te gaan.” Wat doet hij met die informatie? “Als ik zoiets hoor, dan geeft ik dat wel aan een bestuurder terug. Dat de mr recht heeft op scholing, dat het belangrijk is in het kader van goede tegenspraak. Dat ze vooraf moeten bespreken met de mr of het om advies of om instemming gaat én dat een mr genoeg tijd moet krijgen.”

Gezellig

De Lange wijst erop dat een goede sfeer niet vanzelf betekent dat alles in orde is: “We kijken ook in hoeverre het gesprek tussen raad van toezicht en medezeggenschap handen en voeten krijgt. Wat wordt er besproken? Ik hoor nogal eens dat het ‘gezellig’ was. Dan probeer ik wel aan te geven: wie stelt de agenda op, wie is in the lead? Dan merk je wel dat ze daarover na gaan denken en inzien dat het ook anders kan.” Het gesprek tussen mr en raad van toezicht vindt nog lang niet overal plaats, merkt hij. “Dat is sinds 2017 verplicht en het is de verantwoordelijkheid van het bestuur. Als niemand het initiatief neemt, kun je er als mr natuurlijk heel goed op wijzen dat zo’n gesprek twee keer per jaar wettelijk verplicht is.” In het kader van de goede tegenspraak vindt hij het zorgelijk dat er steeds kennis ‘verdwijnt’ in een mr: “Zeker onder ouders wordt er veel gerouleerd. Door al die mutaties valt de continuïteit in zo’n medezeggenschapsraad weg en verdwijnt er steeds knowhow. Bij een goede mr zie je dat daarover wordt nagedacht, dat er een rooster is voor aan- en aftreden.”

Blinde vlekken

Hij ziet wel vooruitgang, zegt De Lange. “Bestuurders vinden dat soms lastig, om een medezeggenschapsraad mee te nemen gedurende een proces. Maar ik merkt toch dat het langzamerhand wel op hun agenda komt, dat ze mr en gmr meer betrekken en meenemen in hun gedachtegang en uitleggen waarom ze het doen zoals ze het doen.” Als de medezeggenschap goed functioneert, gaat een bestuurder het ook serieus nemen, merkt hij. “Je kunt er als bestuurder veel profijt van hebben als je goede tegenspraak hebt. Die kan je blinde vlekken weghalen. Ik merk dat bestuurders zich dat steeds meer realiseren, dat een raad van toezicht en een mr en gmr daar heel belangrijk in kunnen zijn.” De mr krijgt van de wetgever steeds meer rechten, ziet hij ook. De nieuwste toevoeging is het instemmingsrecht op hoofdlijnen van de begroting. Daarnaast blijft het adviesrecht óók heel belangrijk, vindt De Lange. “Als je ergens advies over krijgt en je legt het naast je neer als bestuurder, dan heb je wel iets uit te leggen.” Het is niet de taak van de inspectie om een mr actief te adviseren, vindt hij. “Maar door de juiste vragen te stellen zet je mensen soms wel aan het denken. Zoals: vergadert de mr altijd met of zonder directeur? En als die er altijd bij is: dus u neemt besluiten in het bijzijn van de directeur? Vindt u dat handig? Wij adviseren niet, maar we stellen wel de juiste vragen. Dan zie je wel dat ze er nog toch nog eens even kritisch naar gaan kijken hoe ze dat doen.” Hoe belangrijk vindt hij die gesprekken met medezeggenschappers? “Ik vind het zinnig en het levert ons zeker bruikbare informatie op.”

Dit zeggen inspectieverslagen over medezeggenschap

De bevindingen van een inspecteur na zijn of haar ontmoeting met medezeggenschappers en toezichthouders zijn ook terug te vinden in elk inspectieverslag dat na eind 2017 is opgesteld.
Voorbeelden uit verschillende rapporten:
  • Nieuwe gmr-leden zullen geschoold moeten worden om hun rol goed te kunnen vervullen.
  • ‘De gmr is actief, ontvangt goede en tijdige informatie van het cvb en neemt eigen initiatie ven om onderwerpen te agenderen
  • ‘De facilitering van de gmr is nu beter geregeld.
  • Wederzijdse informatievoorziening tussen toezichthoudend bestuur, mr en directie wordt positief gewaardeerd.

Oproep

Ooit een inspecteur ontmoet? En hoe beviel het? InfoMR verneemt graag wat de ervaringen zijn van een gesprek met de inspectie bij uw mr of gmr. Laat het ons per e-mail weten als u hierover iets kwijt wilt: infopuntmr@aob.nl

Verschenen in infomr 2/2019

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren