Onderzoek: Wet knelt als het lastig word

Op de medezeggenschap in het primair en voortgezet onderwijs valt meestal weinig aan te merken, totdat er iets grondig mis dreigt te gaan. Dan durven medezeggenschapsraden de strijd vaak niet aan en zijn de juridische instrumenten lastig te hanteren, blijkt uit de recent verschenen evaluatie van de Wet medezeggenschap op scholen. Bij driekwart van de medezeggenschapsraden is het recht op juridische bijstand niet geregeld.

Voor een gemiddeld rapportcijfer van 7,2 over de tevredenheid met medezeggenschap hoeft niemand zich te schamen. Er staan meer getallen die klinken als een klok in de eindevaluatie van de Wet medezeggenschap op scholen: 99 procent van de scholen heeft een medezeggenschapsraad en de leden vinden dat ze voldoende informatie krijgen, al gebeurt dat niet altijd volledig en ook wel eens later dan wenselijk. Maar wanneer de meningen van mr en bevoegd gezag verschillen, verschijnen de eerste kreukels. Als het erop aan komt, maken directeuren en bestuurders soms zo veel haast dat de mr voor voldongen feiten staat. Pleit de mr in zijn advies voor een ander besluit, dan legt menig manager de goede raad naast zich neer.

Te meegaand
Sommige medezeggenschapsraden gedragen zich te meegaand. Ze verliezen uit het oog dat de overlegpartner niet alleen maar een fijne leidinggevende is. Wie als schoolleider het bevoegd gezag vertegenwoordigt, kan niet tegelijkertijd de onafhankelijke adviseur van de mr zijn. Toch sluiten veel betrokkenen nog de ogen voor dit verschil in belangen.
De onderzoekers pleiten voor een professionelere houding bij medezeggenschapsraden. Dat begint bij een helder onderscheid tussen de eigen bespreking van agendapunten en het overleg met het bevoegd gezag. Structureel beraad in eigen kring zonder aanwezigheid van de bestuurder geeft de mr gelegenheid om een sterkere positie op te bouwen, constateren de onderzoekers op basis van interviews met mr-leden. De wederpartij heeft met de inrichting van professioneler bestuur deze slag allang gemaakt.
Ook het contact met de achterban verdient een professionelere aanpak dan nu op de meeste scholen gebruikelijk. Tweederde van de medezeggenschapsraden laat dit aan toeval over. De onderzoekers bevelen aan om de collega's, ouders en leerlingen actief en systematisch te informeren over het mr-werk. De schoolbevolking moet ook gelegenheid hebben om zelf bespreekpunten aan te dragen.
Een zichtbare en actieve medezeggenschapsraad verbetert bovendien de belangstelling om mee te doen. Momenteel zit slechts één op de vijf mr-leden in zijn functie via verkiezingen. De rest werd gevraagd, was aan de beurt of bleek de enige kandidaat. Een daadwerkelijk verkozen mr heeft een sterker mandaat en kan zich dus fermer opstellen in het overleg.

Hoge drempel
Overleg volgens de richtlijnen van de Wms mikt op overeenstemming. Dat lukt vaak wel, maar als er een echt meningsverschil op tafel ligt ontstaan de moeilijkheden. Driekwart van de medezeggenschapsraden heeft geen afspraken voor juridische bijstand in de faciliteitenregeling. De wet moedigt zo'n afspraak wel aan, maar er valt niets af te dwingen. Al sinds 2006 dringt de AOb aan op een wettelijke regeling van de rechtsbijstand. Alle ministers tot nu toe weigeren dit en vinden dat de scholen het zelf kunnen regelen.
Als een schoolbestuur juridische bijstand voor de mr blokkeert, of een ander voorschrift van de Wms niet naleeft, moet de mr mét advocaat naar de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam. Dat blijkt in de praktijk een hele hoge drempel, zeker als het geschil juist om die advocaat draait.
Ook de gang naar de geschillencommissie vinden veel medezeggenschapsraden lastig en onwenselijk. Liever schikken de leden wat in vanwege de onderlinge verhoudingen op school, blijkt uit de evaluatie. Diverse medezeggenschapsraden kregen bovendien het deksel op de neus bij pogingen om de commissie iets te laten zeggen over de interpretatie van reglementen. Zodra daarbij een verplichting van het bevoegd gezag speelt, verwijst de commissie door naar de Ondernemingskamer, omdat naleving van de wet aan de orde is. Om dit probleem op te lossen pleiten de geschillencommissie, de AOb en andere onderwijsorganisaties voor enkele wetswijzigingen. De commissie zou ook nalevingsgeschillen moeten behandelen om de procedurele drempel te verlagen. De Ondernemingskamer kan betrokken blijven voor het geval er hoger beroep nodig is. De samenwerkende organisaties vragen de Tweede Kamer verder om een wettelijk recht op rechtsbijstand. Ook vinden ze dat de mr gelegenheid moet krijgen om een bestuursbesluit nietig te laten verklaren als de school 'vergeten' is de medezeggenschapsraad om instemming te vragen.
Minister Van Bijsterveldt is tevreden met de onderzoeksresultaten, schrijft ze aan de Tweede Kamer. Zij vindt dat naleving van de Wms voldoende is verzekerd door de inzet van medezeggenschapsraden. Als er echt iets aan de hand is, kan de mr naast de procedure bij de Ondernemingskamer ook de Onderwijsinspectie inschakelen, aldus de minister. Of er echt een nalevingsknelpunt bestaat wil Van Bijsterveldt eerst bespreken met vertegenwoordigers van schoolbesturen, personeel, ouders en leerlingen. Daarbij komen ook de andere verbeterpunten aan de orde. De minister vindt dat het onderwijsveld deze zelf moet oplossen met een 'concrete aanpak', waaronder een voorlichtings- en wervingscampagne voor het mr-werk.
De Tweede Kamer kan brieven van de AOb en andere onderwijsorganisaties verwachten met voorstellen voor betere regels en wetgeving.

'Commissie verwijst te snel door'

De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS laat kansen liggen door zichzelf onbevoegd te verklaren zodra er een conflict op tafel ligt dat te maken heeft met de naleving van de wet. Dat vindt de onafhankelijke medezeggenschapsjurist Joke Sperling.
De commissie verwijst zulke zaken door naar de Ondernemingskamer bij het gerechtshof in Amsterdam. Dat hoeft volgens Sperling niet als de mr slechts een uitspraak wil hoe het nu eigenlijk hoort. Sperling: "Het interpretatiegeschil is middel om vast te stellen of de mr ergens instemmings- of adviesrecht over heeft. Maar zo'n geschil kan overal over gaan. Het uiteindelijke doel is vaststellen hoe de mr en het bevoegd gezag moeten handelen om een bepaling na te leven. De wetgever geeft hier ruimte om te bekijken hoe het hoort bij de commissie. Wanneer het schoolbestuur blijft weigeren om de wet uit te voeren, kan de mr de zware procedure bij de Ondernemingskamer volgen." Dan pas moet de mr een advocaat inschakelen en griffierecht betalen.
Medezeggenschapsraden hebben last van de onbevoegdverklaring door de commissie. In diverse uitspraken wilde de commissie zich niet buigen over wettelijke zorgplichten van het schoolbestuur en daarna staat de mr feitelijk met lege handen. Door zulke kwesties af te handelen als een interpretatiegeschil kan de commissie mr en bevoegd gezag het juiste pad op sturen. Komen ze er nog steeds niet uit, dan volgt de zwaardere procedure bij de Ondernemingskamer.
De recente uitspraak over het benadelen van gmr-leden en openbaarheid van vergaderen is een typerend voorbeeld voor de te bescheiden opstelling van de commissie, vindt Sperling. Over de openbaarheid had de uitspraak veel eenvoudiger gekund: iedere mr kan vergaderen zonder de overlegpartner, zoals beschreven in artikel 6 van de wet. En dat het bestuur gmr-leden niet mag berispen over hun medezeggenschapswerk is een a-b-c-tje waar de commissie gemakkelijk iets van kan zeggen: de interpretatie van dat wetsartikel is duidelijk genoeg. "In de praktijk stapt een gmr hiervoor echt niet naar de Ondernemingskamer en dus blijft dit type geschillen altijd onopgelost. Dat komt de medezeggenschap niet ten goede."

Verschenen in Infomr 2/2012

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren