Klankbord of stempelautomaat?

Bij verschillen van inzicht blijkt pas echt hoeveel waarde een school hecht aan werkelijke medezeggenschap. Een (g)mr die grote bezwaren heeft tegen plannen van directie of bestuur, krijgt soms heel wat te verduren, tot en met het betwisten van de eigen rechtsgeldigheid toe. Wat te doen in deze benarde omstandigheden?
In uitspraken van de landelijke geschillencommissie WMS duikt met de regelmaat van de klok een zeer formeel verweer op: de medezeggenschapsraad heeft over het aangedragen onderwerp eigenlijk niets te zeggen, stelt het betrokken onderwijsbestuur dan. En dus hoeft de commissie er ook geen uitspraak over te doen; klaar, en over tot de orde van de dag.
Wanneer dit verweer mislukt, trekken sommige bestuurders nog zwaarder geschut uit de kast. Ze verklaren dan dat de (g)mr zelf niet juist is samengesteld of zonder mandaat opereert. Dit speelde eerder dit jaar bij de twisten op Het Stedelijk Lyceum in Enschede. Ook dat bezwaar vond geen gehoor bij rechter én geschillencommissie, maar de verloren overlegtijd komt nooit meer terug.
Kan het ook anders? De leden van een mr mogen reglementaire fouten natuurlijk niet onder het tapijt vegen. Maar directies en besturen die formele onjuistheden aangrijpen om de mr direct de deur te wijzen, vergeten hun eigen positie. Als bevoegd gezag spelen zij namelijk een belangrijke rol bij het vaststellen van elk reglement. Die procedure begint volgens de Wet medezeggenschap op scholen met een voorstel van bestuur of directie. Van vaststelling kan het pas komen als beide partijen het eens zijn tot en met de laatste komma. Na zo'n traject komt het vreemd over wanneer een van de contractpartners de geldigheid van de afspraken weer betwist.
De Wms gaat ervan uit dat de partijen altijd als redelijke mensen met elkaar in gesprek blijven. Mocht een (g)mr nalatig zijn, bijvoorbeeld door niet tijdig verkiezingen te houden, dan kan het bestuur grijpen naar zijn rol als toezichthouder op correcte uitvoering van de wet. Zo'n actie begint met aandringen op naleving van de reglementen. In de praktijk zien directies en besturen kleine overtredingen door de vingers, totdat een extra wapen goed uitkomt en ze de formele kaart spelen als gelegenheidsargument.

Inhoud versus procedures
Achter conflicten tussen mr en bestuur of directie ligt vaak een verschil in opvatting over de rol van de medezeggenschap en die van de overlegpartner. Dat kan bijvoorbeeld gaan om timing. Veel actieve mr-leden willen meepraten voor er een concreet voorstel op tafel ligt. Sommige besturen en directies benaderen de raad liever als goedkeuringsmachine voor volledig uitgewerkte plannen. Een ander conflictmodel ontstaat wanneer de medezeggenschapsraad zich vooral richt op details of het volgen van de wettelijke procedures, terwijl de gesprekspartner juist vraagt om een inhoudelijk klankbord bij het vaststellen van de hoofdlijnen van het beleid.
Falende communicatie kan eveneens de verhoudingen verstoren. Geeft een bestuur de mr te vaak het gevoel dat hij niet serieus wordt genomen, dan ligt het voor de hand om terug te grijpen op wettelijke rechten en binnen een mum van tijd staan er eisende partijen tegenover elkaar.
Praten helpt in al deze omstandigheden beter dan geschilprocedures aflopen. Maar voor het gesprek mogelijk is, moeten de mr en de overlegpartner beseffen wat er aan de hand is. Onenigheid over de wederzijdse rol en positie kan gebaseerd zijn op verschillende ideeën over de rol van medezeggenschap. Sommige besturen en directies moeten nog beseffen dat de mr een bijdrage levert aan kwalitatief goede besluiten én dat medezeggenschap het draagvlak vergroot bij de schoolbevolking. Als vertegenwoordiger van de achterban kan de mr de helpende hand reiken aan directie en bestuur, maar dat lukt alleen wanneer de twee elkaars positie en mening respecteren.

Gelederen gesloten
Zorg er dus gezamenlijk voor dat mr én bevoegd gezag zich niet in benarde omstandigheden begeven. Raakt de raad toch in een moeras verstrikt, om wat voor redenen ook, dan is het allereerst belangrijk om de eigen gelederen gesloten te houden. De mr moet richting bestuur en directie als eenheid optreden. Wanneer er belangen van verschillende geledingen spelen, kunnen de mr-leden natuurlijk informatie uitwisselen met de achterban om een standpunt te bepalen. Vervolgens valt er een besluit en vanaf dat moment moet de mr met één mond spreken. Dat geldt ook voor een eventuele minderheid die bij stemming heeft 'verloren'.
Menige mr kent wel een of enkele zeer actieve leden die graag ook naar buiten toe voor hun mening uitkomen. Het risico bestaat dat anderen zo'n lid als 'de mr' zien, ook als deze ouder of personeelslid zonder voorafgaande standpuntbepaling voor de troepen uit loopt. Mocht dit tot een conflict leiden, dan bestaat de kans dat het individuele mr-lid ook nog eens kritiek op zijn functioneren krijgt van het bevoegd gezag. Dit is formeel niet toegestaan: in een dergelijke situatie moeten bestuur en directie hun kritiek op de al te enthousiaste mr-vertegenwoordiger neerleggen bij de hele medezeggenschapsraad. In een procedure beschermt de Wms bovendien de betrokkene door het algemene verbod op benadeling van mr-leden. Maar het kost minder energie om het niet zo ver te laten komen: wie onvoldoende dekking zoekt bij de eigen mr, of op zijn minst bij de betrokken geleding, plaatst zichzelf in een kwetsbare positie. Is de steun van de andere mr-leden nog niet binnen? Neem dan maar even gas terug.


De wet, het gezag en de lange adem

Het kán niet fout gaan bij medezeggenschapsgeschillen, is het doel van een vlechtwerk van procedures, regels en bemiddelaars. Toch gaat het mis in Enschede, waar in 2010 een conflict over medezeggenschap uitloopt op een potje armworstelen tussen leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en het bestuur van Het Stedelijk Lyceum, een scholencluster in financiële moeilijkheden. Een deel van het personeel ontvlucht het conflict door niet meer op vergaderingen te verschijnen na een mislukte poging om collectief terug te treden. Daarna wil de bestuurder niet meer rond de tafel met de overgebleven leden, in meerderheid ouders. Ook blokkeert hij pogingen om verkiezingen te houden en belet hij de raadsleden om hun achterban te informeren.
Voor menig mr-lid zou dat het sein zijn om het bijltje erbij neer te gooien, maar de gmr van Het Stedelijk is uit ander hout gesneden: onder voorzitterschap van leerkracht Kees Evers binden de overgebleven leden de strijd aan met het bestuur, ondersteund door de AOb en externe rechtsbijstand. De overlegpartner creëert intussen een nieuw platform door via een eenzijdig opgelegd reglement en extra verkiezingen een andere gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in het leven te roepen. Die nieuwe gmr schaart zich achter bezuinigingsvoorstellen en het verzet verliest aan invloed bij de schoolbevolking. Maar de overgebleven leden laten zich niet verjagen: ze kiezen voor juridische weerstand.
Zowel bij de landelijke geschillencommissie als bij de ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof krijgt schoolbestuurder Peter Nieuwstraten te horen dat de gmr met het eerstegeboorterecht de aangewezen overlegpartner is om een eind te maken aan de impasse. Maar in plaats van de besprekingen te heropenen schakelt de bestuurder een externe deskundige in, bijzonder hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjes. In zijn advies aan Het Stedelijk betwist hij de beslissingen van de geschillencommissie en de ondernemingskamer. Hoewel er geen hoger beroep mogelijk is tegen de uitspraak van de ondernemingskamer, gedraagt Het Stedelijk zich vervolgens alsof de zaak nog alle kanten op kan: er komt geen overleg tot stand.
In dezelfde periode begint de school een ontslagprocedure tegen gmr-voorzitter Evers. Hij moet weg omdat de vertrouwensbasis tussen werkgever en werknemer is vervallen. Deze zaak ligt nog bij de rechter, maar Evers is al van de loonlijst geschrapt. Hij kan daarom niet meer namens zijn gmr spreken.
"Er waren nog twee ouders en ik overgebleven. Ik ben geen personeelslid meer en een van de ouders heeft geen kind meer op school. De laatste overgebleven ouder ziet zichzelf als de wettige gmr en vraagt om overleg, maar het bestuur gaat daar niet op in. We kunnen niks meer."
De laatst overgebleven ouder, Gert Kel, weet van geen opgeven: "Het bestuur kan niet zomaar doen wat het wil. Ik sta in mijn gelijk en ik ga door tot de rechter het me verbiedt. Het gaat om het welzijn van het personeel en de kwaliteit van het onderwijs. Ouders staan achter me en veel personeelsleden ook. Ze durven het alleen niet te laten merken. Want wie zijn mond los doet op Het Stedelijk, die moet vertrekken."
Evers en Kel hebben net als alle betrokkenen gesproken met de Onderwijsinspectie, die sinds kort ook de uitvoering van de Wms controleert. Kel: "We kregen complimenten dat we zo rustig bleven, maar de inspectie kan hier ook geen oplossing voor bieden. Hun juridische afdeling bekijkt alle informatie die wij hebben verstrekt nog wel."
Wie zitting neemt in een medezeggenschapsraad, moet volgens Evers goed beseffen wat er kan gebeuren als een bestuurder niet van goede wil is: "Onze taak is een rol te spelen om problemen boven tafel te krijgen en dat hebben we gedaan. Collega's waarschuwden me vooraf: ze pakken je persoonlijk. Ik dacht dat ik werd gedekt door de Wms, maar dit bestuur wenst de wet niet uit te voeren. Dan zit je als personeel in een glazen huisje."
Ondanks zijn benarde positie ziet Evers zich niet als slachtoffer: "Het gaat de school helemaal niet om mij. Het gaat erom druk uit te oefenen op de anderen. Dat werkt, want slechts weinig collega's nemen nog contact op. Ze zijn te bang."
Om andere medezeggenschapsraden steviger in de schoenen te laten staan moet de overheid maatregelen nemen tegen het straffeloos negeren van afspraken en rechterlijke uitspraken, vindt Evers: "Als Nieuwstraten hiermee wegkomt, kunnen we de hele Wms wel afschaffen."
De nieuw gekozen gmr op Het Stedelijk wil zich niet mengen in de dicussie, laat voorzitter Marc Stronks per e-mail weten: "Rondom de medezeggenschap op Het Stedelijk Lyceum is eindelijk rust ontstaan. Zowel de gmr als de deelraden (allen vorig jaar gekozen) functioneren op dit moment naar behoren en de relatie met het bevoegd gezag is van positief kritische aard. Een nieuw artikel of interview met betrekking tot eerdere gebeurtenissen heeft in onze ogen op dit moment geen toegevoegde waarde naar andere medezeggenschapsraden in den lande toe. Wij zien daarom af van verdere communicatie hieromtrent."

Verschenen in Infomr 4/2011

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren