De Wms kan zo veel beter

De Wet medezeggenschap op scholen heeft in bijna vijf jaar veel bereikt, maar de AOb heeft nog heel wat wensen voor verbetering. Het moment om die op tafel te leggen is nu, tijdens de in de wet voorgeschreven evaluatie. De vakbond bepleit onder andere betere rechtsbijstand, meer armslag voor de geschillencommissie en een enquêterecht: op naar volwassen medezeggenschap.

tekst Marcel Koning

Bij de verplichte evaluatie van de Wms doet iedereen mee. Namens het ministerie van onderwijs voert bureau Research voor Beleid een onderzoek in het veld uit, gesteund door een begeleidingscommissie van betrokkenen. Het onderzoeksrapport moet komend voorjaar bij de Tweede Kamer liggen. Uit de directe praktijk klinken nu al suggesties, samengevat in de publicatie 'Doeltreffender en meer effect' van de stichting Onderwijsgeschillen. De juristen Frans Brekelmans en Joke Sperling zetten uiteen wat er moet veranderen aan knelpunten die de afgelopen jaren opdoken bij behandeling van geschillen. Hun voornaamste oplossing: geef de mr een vergelijkbare positie als een ondernemingsraad. Bij de ontwikkeling van de Wms wilde het ministerie van onderwijs dit pad niet nemen. Gezien de opgedane ervaringen is er voldoende reden om dit punt weer op de agenda te zetten. Onderwijsgeschillen maakt het de Tweede Kamer gemakkelijk met concrete wijzigingsvoorstellen.
Ook de AOb dringt aan op bijstelling van de wet om de positie van de medezeggenschap te verbeteren. Zeven punten zijn van belang:

Geef recht op rechtsbijstand: Bekostiging van externe deskundigen en rechtsbijstand blijkt te vaak een heikel punt in de medezeggenschap. Als een meningsverschil zo hoog oploopt dat de Ondernemingskamer er aan te pas moet komen, kan de mr daar alleen met een advocaat naar toe. Over zulke rechtsbijstand moet de mr echter afspraken maken met het bevoegd gezag dat de tegenpartij is in het conflict. Maak daarom een einde aan de uitzonderingspositie voor het onderwijs en sluit aan de bij de Wet op de ondernemingsraden: daar moet de ondernemingsraad de werkgever vooraf op de hoogte stellen van de voorziene kosten van een procedure. De overlegpartner kan op dat moment nogmaals afwegen of het verstandiger is verder te praten in plaats van het geschil formeel uit te vechten.

Introduceer het nalevingsgeschil: Wanneer het schoolbestuur zich welbewust niet houdt aan de Wms door besluiten erdoor te drukken zonder advies of instemming te vragen, kan de (g)mr niet naar de geschillencommissie. Als de raad naleving van de wet wil vorderen, loopt deze kostbare en complexe procedure via de Ondernemingskamer. Een eerste stap via de Landelijke Geschillencommissie WMS maakt nalevingsgeschillen veel overzichtelijker en hanteerbaarder.

Maak inroepen nietigheid mogelijk: Als de rechter of de geschillencommissie een schoolbestuur terugfluit wegens een onterecht genomen besluit, zijn de praktische gevolgen soms nihil: de bestreden beslissing is al uitgevoerd. In het bedrijfsleven kan de Ondernemingsraad in zo'n geval nietigheid inroepen. Daarmee worden alle gevolgen van het besluit rechtsongeldig. Voor meer duidelijkheid over de gevolgen van een uitspraak in een geschil moeten medezeggenschapsraden ook nietigheid in kunnen roepen. Net als in het bedrijfsleven blijft het gebruik van die bevoegdheid een afweging van de mr.

Versterk het initiatiefrecht: Als een mr met eigen voorstellen komt en geen gehoor vindt bij de overlegpartner, loopt de weg nu dood. Conflicten over initiatiefvoorstellen kan de mr niet voorleggen aan de geschillencommissie. Dat moet veranderen, want de beperking hindert raden wanneer het gaat om veranderingen aan het medezeggenschapsreglement. Ze moeten bij wensen op dit gebied afwachten tot de overlegpartner met een voorstel komt. Deze ongelijkwaardige positie valt in balans te brengen door de geschillencommissie ook de bevoegdheid te geven om initiatiefvoorstellen te toetsen.

Maak echt maatwerk mogelijk: Maatwerk bij de inrichting van de medezeggenschapsstructuur zou deze beter afstemmen op de zeggenschap binnen scholenorganisaties, was de belofte van de Wms. Ondanks de opties voor deelraden, themaraden en groepsmedezeggenschapsraden ligt er nog één knelpunt: de wet stelt het begrip 'school' in alle gevallen gelijk aan de eenheid voor de bekostiging, het brinnummer. Ook in de organisaties die op dit niveau geen zeggenschap kennen, moet er volgens de wet toch een mr actief zijn die verbonden is aan het brinnummer. Dat leidt tot vreemde situaties. Een tweede probleem is de samenstelling van de gmr bij grote schoolbesturen. De wens om alle scholen een vertegenwoordiging in de gemeenschappelijke mr te geven leidt tot een onwerkbaar groot gezelschap. De praktische oplossing, gmr-verkiezingen houden via een platform waarin wel alle scholen zijn vertegenwoordigd, is onder de huidige wet niet toegestaan.

Bevorder contact met raad van toezicht: Wetgeving over goed bestuur geeft zowel de mr als de raad van toezicht een rol bij de horizontale verantwoording. Een duidelijke band tussen de twee ligt er bovendien door het recht van de (g)mr op een bindende voordracht voor één lid van de raad van toezicht. Het logische vervolg, structureel contact tussen rvt en gmr, komt in de praktijk niet altijd tot stand. Te vaak sturen raden van toezicht de (g)mr bij elk verzoek om een gesprek 'terug' naar het schoolbestuur. De AOb wil daarom dat de Wms een of tweemaal per jaar een overleg tussen (g)mr en rvt verplicht stelt.

Geef de mr enquêterecht: Wanbeleid van schoolbesturen komt helaas voor, maar de medezeggenschapsraad kan in zo'n situatie weinig beginnen. Ook op dit onderdeel mist de Wms een instrument dat wel geldt voor ondernemingsraden en vakbonden: het wettelijke enquêterecht bij de Ondernemingskamer. Zo'n onderzoek pakt wanbeleid sneller aan dan de huidige manier van werken: nadat de schade is opgetreden doet de inspectie een langdurig onderzoek en vervolgens legt het ministerie een boete op via korting op de bekostiging.

Verschenen in Infomr 4/2011

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren