De mr heeft te veel op zijn bordje

Een beginnend lid van de medezeggenschapsraad dat actief uitzoekt waar hij het komende schooljaar allemaal mee te maken krijgt, valt wellicht snel ten prooi aan moedeloosheid. In tientallen beleidsagenda's van bevoegd gezag en vakbond staat de mr of de personeelsgeleding ingepland als gesprekspartner. Moet dat allemaal?

Tekst Gerard Willemsen

De medezeggenschapsraad staat hoog in aanzien bij de wetgever. De raad bevordert naar vermogen openheid en onderling overleg in de school, adviseert over van alles en nog wat, is de poortwachter voor bepaalde beslissingen via het instemmingsrecht en speelt een rol bij de uitvoering van cao-afspraken. Elk mr-lid kan de beschikbare uren maar één keer besteden en dikwijls strijden diverse taken en plichten om de aandacht. Wie alles aanpakt, laadt te veel op zijn bordje. De verleiding om dat te doen is groot vanwege de diversiteit aan basisopdrachten en extra's.
Op twee belangrijke velden speelt de mr automatisch een partijtje mee: aan de ene kant het politiek-organisatorische complex van bestuur en management, anderzijds de praktische uitvoering van cao-afspraken tussen vakbonden en werkgevers. Volgt een mr alle schema's en fluitsignalen, dan komt eigen initiatief al snel onder druk te staan. Om het evenwicht te hervinden, moet de mr het bord in drie hapklare brokken verdelen: politiek/bestuurlijk, arbeidsvoorwaardelijk en de ruimte voor eigen inbreng.

Segment 1: de politiek-bestuurlijke mr
De meeste werknemers in het onderwijs, personeelsleden in de mr niet uitgezonderd, besteden weinig aandacht aan het uitstippelen van een eigen koers. De agenda voor bestuur en management bij het geven van onderwijs is grotendeels wettelijk bepaald, evenals de eisen van bekwaamheid en bevoegdheid van de docenten. De wetgever schrijft ook van alles voor over de doorstroming van leerlingen en de financiering. Het onderwijs slurpt een groot deel van het nationale inkomen op en dus is wettelijke bemoeienis met verantwoordingsplichten vanzelfsprekend. Tegelijkertijd koesteren onderwijsorganisaties de autonomie in eigen kring. De balans blijft in evenwicht met een eindeloze, historisch verklaarbare, rij van regels op hoofdlijnen en handreikingen voor de uitvoering.

Beleidsplannen
De onderwijsorganisatie maakt daarom trouw elk jaar een groot aantal beleidsplannen, in extreme gevallen tot 25 stuks. Ze zijn gericht op het verzadigen van de schier eindeloze behoefte aan informatie bij degenen die in de politiek om de macht vechten. Het bevoegd gezag vraagt elk jaar over alle plannen advies aan de mr, en heeft voor een deel ervan instemming nodig. Zo bepalen politieke kwesties en problemen al snel de agenda van de medezeggenschapsraad. Aangezien de minister zelf niet meer rechtstreeks verantwoording aflegt over de bestedingen in de scholen, speelt menige mr nu 'toezichthouder' namens de Nederlandse belastingbetalers.

Segment 2: de arbeidsvoorwaardelijke mr
Bij de persoonlijke afspraken van iedere leerkracht en ondersteunend personeel met zijn werkgever over taken en functies horen een salaris en arbeidsvoorwaarden. De vakbond stelt onderdelen ervan steeds bij via landelijke cao-afspraken, maar de daarin geformuleerde algemene termen kunnen per school extra uitleg of aanvullende afspraken nodig maken. Daar gaan de landelijke vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers niet zelf voor op pad: ze delegeren met vooruitziende blik in de cao de kwestie aan overleg tussen de werkgever en de personeelsgeleding in de mr.
Aangezien een algemeen verbindend verklaarde cao net zo sterk is als een door het parlement aangenomen wet, kunnen pmr en werkgever er niet onderuit om dergelijke kwesties af te wikkelen. Tenminste, als de formulering deugt. Bij een grondige juridische screening van een van de cao's in het onderwijs bleek onlangs dat er alleen een procedure op papier stond voor het geval dat de werkgever iets zou willen realiseren. Ziet die van het onderwerp af, dan staat de medezeggenschapsraad met lege handen.
De marges aan de overlegtafel tussen personeelsgeleding en werkgever blijken in de praktijk smaller dan vakbondsbestuurders wensen. Zij vinden dat menige mr te snel meegaat met de visie van directeuren en bevoegd gezag. Dit speelt bijvoorbeeld bij de omvang van de formatie en de invoering van de functiemix. In hun visie moet de personeelsgeleding zich opstellen als strategische bondgenoot van de vakbond en strikter toezien op de juiste uitvoering van cao-afspraken.

Segment 3: eigen initiatief
De Wet medezeggenschap op scholen (wms) geeft weinig specifieke instructies over de taak van de mr. Wel biedt de inleiding enkele handvatten: bevorder het goed functioneren van de school en verbeter het overleg met de vertegenwoordiging van personeel, ouders en leerlingen. Hoe helder dat ook klinkt, als opdracht blijft het onduidelijk. Wat is 'het goed functioneren van de school' eigenlijk? Moet je dit zien als arbeidsorganisatie, als onderneming of telt de kwaliteit van het onderwijs? Ook de strekking van de overlegopdracht en het begrip 'vertegenwoordiging' blijven vaag.
In artikel 7 volgen drie concrete taken: bevorderen van openheid en onderling overleg in de school, waken tegen discriminatie en bevordering van gelijke behandeling in gelijke gevallen. De ware vrijheid schept artikel 6: elke mr mag alles bespreken wat met de school te maken heeft. Die bepaling biedt volop ruimte voor eigen initiatief, maar dat zien veel betrokkenen over het hoofd. Een mogelijke oorzaak: hun mr is te druk op de twee andere speelvelden.
Zowel op het vrije veld als binnen de door voorschriften afgedwongen onderwerpen gelden enkele specifieke bevoegdheden die de brede taak van de mr ondersteunen: een afdwingbaar recht op informatie, de mogelijkheid al dan niet gevraagd advies te geven in het proces tot aan de besluitvorming, en het recht om in de uiteindelijke besluitvorming een cruciale rol te spelen. Deze drie staan beter bekend als het informatierecht, het adviesrecht en het instemmingsrecht. En elke mr heeft altijd recht op overleg met het bevoegd gezag, dat dus nooit de deur mag sluiten. Meer bevoegdheden zijn er niet.

Kieskeurig opscheppen
Elke mr die zich niet door de agenda van de ander wil laten regeren, moet zich afvragen welk doel de raad heeft met de medezeggenschap in de lopende periode. Laat de mr het bordje volscheppen door belanghebbende partijen, of kiezen de leden zelf een evenwichtige maaltijd? Bepaalt de stroom aan stukken en voorschriften wat er in de mr gebeurt? Laten de leden zich leiden door formele voorschriften en procedures, bewust of onbewust? Of bepaalt de zelfbewuste medezeggenschapsraad naar eigen inzicht wat er de komende periode van wezenlijk belang is voor personeel, ouders en leerlingen?
De stap naar een zelfstandiger werkwijze begint met een activiteitenplan waarin de mr ook vastlegt welke onderwerpen een tijdje kunnen wachten en waar het eigen initiatief de ruimte krijgt. Het is bijvoorbeeld niet overal elk jaar nodig om het zorgplan tot in de finesses door te nemen. In plaats van elk document op details door te ploegen, kunnen de leden ook informatie voor kennisgeving aannemen.
Als de raad toch een activiteitenplan moet maken om recht te hebben op ondersteuning en faciliteiten, leg dan ook vast waar de beschikbare tijd naar toe gaat en kies enkele eigen onderwerpen om de tanden in te zetten. De mr moet dit zelf doen, anders bepalen andermans koks een obesitas-menu zonder lekkere hapjes.


Discussie: medezeggenschap zonder mr?

Ieder mr-lid kent het vacatureprobleem: het valt niet mee om nieuwe leden voor de medezeggenschapsraad te vinden. Zou er dan iets mis zijn met het instituut op zich?
Personeelsleden verkeren op school in een ondergeschikte positie en hebben dus belang bij medezeggenschap, zodat ze mee kunnen praten over beleid en regels. Vooral in de lager betaalde segmenten doen weinig werknemers hieraan mee. Een flinke groep van de hoger ingeschaalde leerkrachten kiest in de praktijk voor invloed langs andere lijnen dan de mr. Vanwege hun functie hebben ze al de nodige inbreng.
Medezeggenschap lijkt in de praktijk van het onderwijs dan ook best mogelijk
zonder een mr. Of toch niet? Info.mr is benieuwd naar uw antwoord op de vraag: wat zou er in de praktijk veranderen als de formele medezeggenschap verdwijnt?
Praat mee en stuur uw reactie per e-mail naar infopuntmr@aob.nl
In het volgende nummer publiceren we de antwoorden.

Verschenen in Infomr 4/2010

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren