Onderwijs laat kansen lumpsum liggen

Meer autonomie, ruimte voor eigen keuzes en een serieuze rol voor de medezeggenschapsraad bij het bepalen van de richting van de school. Deze ambities uit de financiële verzelfstandiging van het basisonderwijs zijn vier jaar na de invoering nog steeds voornamelijk vrome wensen, blijkt uit een evaluatie door bureau Regioplan in opdracht van het ministerie van onderwijs. De rol van de medezeggenschapsraad is in de praktijk vaak niet meer dan een schaduw van wat de wetgever wilde bereiken.
"De kennis van financiële zaken en de vaardigheden voor goed financieel management zijn in het primair onderwijs nog relatief beperkt. Dat geldt voor medezeggenschapsraden én schooldirecteuren. Ze kunnen allebei nog een slag maken."
Kees van Bergen, projectleider van het onderzoek Lumpsum PO in de praktijk, windt er geen doekjes om. Het inzicht in geldzaken is op veel scholen onvoldoende om alles uit de lumpsumfinanciering te halen. Jarenlange voorbereiding, uitgebreid informatiemateriaal en de inzet van ambassadeurs voor de productie van jaarverslagen was blijkbaar niet genoeg om voldoende mensen op het puntje van hun stoel te krijgen voor financiële zaken.

Sterker nog: de ambassadeurs die klaarstonden om scholen te begeleiden bij het opstellen van hun eerste jaarverslagen, bleken maar op een klein aantal plekken welkom. Veel besturen en directies meenden deze nieuwe verplichting heel goed zelf aan te kunnen. "Helaas weten we niet waarom ze dit dachten", zegt Van Bergen. "Ons onderzoek geeft daarover geen aanwijzingen."

Kwaliteitsverbetering
Het onderzoeksrapport, opgesteld door bureau Regioplan en Ernst & Young Advisory, laat zien dat besturen heel anders naar de mogelijkheden van lumpsumfinanciering kijken dan medezeggenschapsraden. Op bestuursniveau constateert het bevoegd gezag grotere veranderingen dan op schoolniveau. Bestuurders oordelen positiever over het systeem dan schoolleiders en leden van medezeggenschapsraden. De onderzochte 3,5 jaar is nog te kort om de verwachte kwaliteitsverbeteringen op scholen te zien, stellen de rapporteurs op basis van interviews en schriftelijke enquêtes. Of dat de komende jaren wel duidelijk wordt, hangt af van de verdere opstelling van besturen, directies en medezeggenschapsraden. Zij moeten blijven investeren in kennis van financieel management.
Van Bergen: "Over het geheel genomen blijkt dat besturen, directies en mr hun kennis over financieel management overschatten. De personeelsgeleding heeft meestal aandacht voor andere punten dan de financiële. Meestal ligt dit onderwerp in een mr of gmr bij ouders. Hun kennis kan snel verdwijnen met de wisseling van leden en voor je het weet staat de mr weer op achterstand. Daarom adviseren wij om bij elke mr-training een module financieel management op te nemen en na te denken over structurele ondersteuning. Zorg ervoor dat financiële kennis breed aanwezig is en zoek actief mensen die er hun aandacht op willen richten."

Tegenkrachten
Haal kennis van buiten, adviseren de onderzoekers. Ontwikkel kengetallen en meetinstrumenten om het resultaat van gemaakte keuzes vast te stellen en te beoordelen. Maak duidelijk dat financiën een zaak zijn van iedereen op school. Laat het schoolbestuur de moed hebben om de 'tegenkrachten' goed te organiseren en te steunen, bijvoorbeeld met een professioneel mr-secretariaat. Stimuleer uitwisseling van kennis en informatie van de mr met partijen als de accountant en de gemeente.
Het lumpsumbudget wordt daar natuurlijk niet hoger van, weet projectleider Van Bergen. Maar meer inzicht in financiën maakt het wel mogelijk om 'beleidsrijk' vooruit te kijken naar de toekomst in plaats van eerder ingeslagen paden visieloos te blijven volgen. "Meerjarenbegrotingen maken vanuit een beleidsplan voor een langere periode gebeurt nog te weinig. Ook besturen moeten die stap vaak nog zetten. Als een mr dat wil aanmoedigen, vraag dan naar de meerjarenbegroting, de toekomstplannen en het financiële plaatje dat daarbij hoort. Elk bestuur moet kunnen vertellen waar het heen wil met de school en wat dat betekent voor de bedragen die je tot je beschikking hebt. Een krachtige mr wacht niet af tot het bestuur met voorstellen komt, maar stelt zich pro-actief op als positief kritische partner."
Het rapport legt de vinger op nog een zere plek: het schooljaar en het begrotingsjaar lopen niet gelijk. De ene cyclus begint op 1 januari, de andere na de zomervakantie. Soms kan de mr pas advies uitbrengen na de vaststelling van de begroting door het bestuur. Zo'n situatie maakt het voor de mr onmogelijk om serieus als sparring partner op te treden.
De onderzoekers merkten tot hun verrassing dat heel wat medezeggenschapsraden weinig doen met hun wettelijke rechten en bevoegdheden rond de schoolfinanciën. Dat komt door het gemis aan kennis en ervaring, legt Van Bergen uit: "Het antwoord 'weet niet' werd in onze enquêtes het meest ingevuld vanuit de mr. We moeten eerst de interesse verhogen en de deskundigheid verbeteren. Als dat is bereikt, kunnen de mr-leden hun bevoegdheden voluit gebruiken."

Lumpsum: doe het zelf sinds 2006

Voor de invoering van lumpsumfinanciering voor primair onderwijs in 2006 schreef de overheid gedetailleerd voor waaraan scholen hun budget moesten besteden. Als de directie niet uit kwam met het bedrag voor leermiddelen, moest ze het niet wagen om een overschot af te romen uit de post schoonmaak of personeel. De wetgever en de schoolbesturen vonden die regeling niet meer van deze tijd en dus kwam er een alternatief: voortaan krijgt de school een jaarbedrag, te besteden naar eigen inzicht.
De vrije ruimte is niet oneindig: salarissen leggen het grootste beslag op elke schoolbegroting en de cao legt daarover veel vast.
Het ministerie berekent de lumpsum op basis van een complex stelsel kengetallen: twee basisscholen met elk 250 leerlingen kunnen ieder een heel ander budget ontvangen. Met de grootte van klassen, de inrichting van het onderwijs, investeringen in materialen, de extra's voor zorgleerlingen en de ambities van de school bemoeit het ministerie zich in principe niet, tenzij de inspectie constateert dat de prestaties ondermaats zijn.
De financiële vrijheid van schoolbesturen leidde de afgelopen jaren tot veel voorzichtigheid. In het primair onderwijs bouwden zuinige schoolbesturen fikse vermogens op. Het onderzoek naar lumpsumfinanciering gaat daar niet op in, maar wijst er wel op dat voorzichtig begroten tot overschotten kan leiden. De AOb voert een aanhoudende strijd tegen te grote vermogens. Wie te veel geld op de bank zet, doet leerlingen en personeel tekort, betoogt de vakbond. Medezeggenschapsraden krijgen op elke financiële cursus adviezen om de hoogte van reserves te beperken tot wat verantwoord is.

Verschenen in Infomr 4/2010

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren