Op zwakke school staat mr al snel in de schaduw

Als de Onderwijsinspectie de beoordeling ‘zeer zwak' aan een school toekent, gaan alle alarmbellen rinkelen. Dat kenmerk moet weg, want niemand wil zijn leerlingen tekort doen en het voortbestaan van de school kan er door in gevaar komen. Elke oplossing is in principe bespreekbaar, maar wat bekent dat voor de rol van de medezeggenschapsraad?
Examenresultaten drie jaar lang ver onder het gemiddelde, aanhoudende lesuitval, rommelige lessen, gebrekkig inzicht in de ontwikkeling van de leerlingen, onvoldoende kwaliteitszorg: er zijn heel wat kenmerken die een school op het 'strafbankje' van een zeer zwakke beoordeling kunnen brengen. De maatregelen om de weg omhoog in te slaan, kunnen vergaande gevolgen hebben: bijscholing, externe ondersteuning, wijziging van procedures, extra teambijeenkomsten, veranderingen in de formatie, het vraagt allemaal extra inzet van de leiding en het personeel.
Dat kunnen fikse ingrepen zijn die in normale omstandigheden beslist tot discussie in de mr zouden leiden. Veranderingen in de inrichting van het onderwijs en kwaliteitsbeleid vallen onder het instemmingsrecht. Maar vreemd genoeg hangt het stempel 'zeer zwak' niet alleen als een donkere schaduw over de school, maar legt het ook een dempende mantel over de medezeggenschap.

AOb-adviseur Marcel Koning: "Ingrijpende koerswijzigingen zijn natuurlijk altijd een zaak voor de mr. Daar hoeft geen discussie over te zijn. Iedereen is het uiteraard eens over het doel: die zwakke beoordeling moet van tafel. Maar bij het vinden van de juiste weg kan de medezeggenschapsraad veel deskundigheid op tafel leggen. Daar moeten directies hun ogen niet voor sluiten. Zonder te zwartepieten moet je vaststellen dat een beoordeling als zeer zwakke school zowel met de leiding als met het team te maken heeft. Je bent er samen in beland, zorg dan ook dat je er werkelijk samen uit komt."

Acute verbeterpunten
In Leeuwarden kreeg de havo van de locatie Aldlân van de Piter Jelles scholengemeenschap een zwakke beoordeling. De mr had eigenlijk geen idee hoe ze hierop moest reageren, blijkt uit een terugblik van Sabine Hardus, docent atheneum en voorzitter van de deelraad op deze locatie: "De directie heeft acuut zelf verbeterpunten bedacht en daarover beslist. Wij vonden toen niet dat het hoe dan ook eerst moest worden voorgelegd. De mr was niet tegen de verbeterplannen en we wisten ook niet wat onze positie is volgens de regels. Behalve dan dat het niet om een beleidsverandering ging en er dus geen instemmingsrecht aan gekoppeld is. De raad is wel vanaf het begin uitgenodigd om mee te praten. Wij hebben ons niet tegenover de directie opgesteld. In deze zaken hoeft de mr echt geen ander standpunt in te nemen."
Op de Friese havo hoeft het personeel niet te vrezen voor taakverzwaring, zegt de deelraadvoorzitter: "Er is wel meer controle. De deelschoolleider bezoekt vaker lessen en maakt verbeterplannen over de punten die de inspectie zwak vindt. Er is extra examentraining en APS komt over de vloer. En wij hopen allemaal dat het volgende inspectiebezoek de vooruitgang ziet. De directie heeft diverse instrumenten bedacht om de inspectie te laten zien wat we doen om beter te worden."
Het rapport van de inspectie is openbaar. Ouders, personeel en leerlingen kunnen op de website van de onderwijsinspectie precies vinden waar het op hun school aan schort. Maar de inspecteur komt niet naar de locatie om zijn bevindingen toe te lichten: dat gebeurt sinds 2009 een niveau hoger, bij het bestuur. Als de mr niet uitkijkt, schuift de medezeggenschap over de oplossingen ook naar dat niveau. Of hij verdwijnt in de praktijk helemaal, zoals op de scholen van Unie Noord in Rotterdam.
Het Carré College wist zich vorig jaar aan de beoordeling als zeer zwakke school te ontworstelen. Dat resultaat stemt Ton de Vette, lid van de mr tevreden. Maar over de gang van zaken is hij minder te spreken: zijn mr opereert na een structuurwijziging niet langer op locatieniveau, maar als medezeggenschapsorgaan van de hele divisie vmbo binnen de Unie Noord. "Als gevolg van deze constructie heeft de mr geen enkele invloed gehad op het verbeteringsproces op het Carré College. Voorheen had je een vestigingsraad, maar bij de vorming van de divisie is die opgeheven. Natuurlijk komt dit onderwerp op divisie-niveau wel aan de orde, maar niet de inhoudelijke kant ervan. Dat gebeurt ook met andere scholen binnen de Unie Noord die het predikaat zeer zwak krijgen. In de gmr wordt zoiets gemeld, maar er is geen inhoudelijke bespreking."
Dit ongenoegen leeft bij meer mr-leden, maar het onderwijzend personeel zit er nauwelijks mee, merkt De Vette in de lerarenkamer: "Onder de docenten was dit helemaal geen punt van discussie. Iedereen heeft alles op alles gezet om te veranderen, want dat moest gebeuren. We hebben ook echt een verbeterslag gemaakt."

Convenant
Toch is het wel mogelijk om een verbeterprogramma op te stellen met een vorm van medezeggenschap, blijkt uit de gang van zaken op het Wellant College, een conglomeraat van 27 opleidingen met een groen karakter in het westen en midden van het land. De vestiging in Amersfoort staat als zeer zwak te boek. Dat kwam niet als een verrassing voor Rob van Seters, voorzitter van de zeskoppige medezeggenschapsraad die alle scholen bestrijkt: "Zo'n kwalificatie is het gevolg van ontwikkelingen binnen de school, in dit geval de samenvoeging van twee vmbo-vestigingen. De mr had al vastgesteld dat het niet lekker liep."
Een kleine mr die optreedt voor 1400 personeelsleden, 13.000 leerlingen en 10.000 cursisten moet zich wel beperken tot hoofdlijnen. Daar hebben de leden wel alle ruimte voor: zij kunnen drie dagen per week aan het mr-werk besteden en dat maakt veelvuldig informeel overleg mogelijk, ook als het om een zwakke school gaat. Van Seters: "Het bestuur heeft het voortouw genomen en met ons de interventieplannen besproken. Dat beperken we niet tot het formele overleg. Wij hebben een convenant om de medezeggenschap niet te beperken tot een ja of nee in de eindfase. We stellen met elkaar de agenda vast en denken mee in een vroeg stadium. We participeren in beleids- en overleggroepen zonder ons instemmingsrecht weg te geven. Als je alleen aan het eind zit met de mr, frustreer je namelijk de organisatie. Dat hoeft niet als je het informele overleg ook organiseert."
Om het contact met de vestigingen op peil te houden, werkt Wellant met een klankbordgroep. Daarin zitten vertegenwoordigers van alle locaties en elk mr-lid heeft een aantal locaties persoonlijk onder zijn hoede. Zo houdt de mr ook de vinger aan de pols bij de aanpak van Amersfoort. Mr-voorzitter Van Seters heeft signalen dat de verbetering in gang is gezet: "Ik heb het idee dat het in Amersfoort nu goed loopt. Natuurlijk waren er gevolgen met personele consequenties. Als mr sta je niet voor het persoonlijk belang, maar voor het belang van Wellant, gezien vanuit de docenten. Wij erkennen personele consequenties. Het gaat erom hoe we dat vorm geven. De mr is niet geboren voor de botte bijl. Je moet zo'n beoordeling door de inspectie zien in historisch perspectief. De zwartepiet ligt niet alleen bij het team, het bestuur speelde ook een rol. Op die basis kom je er wel uit en dat is ook goed over te brengen aan de achterban."
Aan het slot van al dat informele overleg en afstemmen volgt een officiële mr-vergadering over het verbeterplan en dan volgt de instemming. "In de informele variant krijg ik meer voor elkaar dan wanneer we alleen de formele weg bewandelen. Onze werkwijze levert goede resultaten als je een lange adem hebt. Je moet natuurlijk wel kritisch blijven en soms is het ook moeilijk om het resultaat naar de achterban te verkopen. Toch is dit de manier van werken die ik adviseer. Leg de bal bij het bestuur en bevraag ze. Geef feedback en blijf 'on speaking terms' over het proces. Reageer formeel of informeel als je vindt dat het moet, maar maak ook kleine afspraakjes. Zo van: hé, we komen dit tegen, dat is niet op de afgesproken golflengte."

Verschenen in Infomr 1/2010

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren