Geheimen horen niet bij mr-werk

De leden van de medezeggenschapsraad staan tegenwoordig op grotere afstand van de gmr dan voorheen. Dat leidt soms tot problemen.
De oude verplichting om gmr-leden uitsluitend te halen uit de medezeggenschapsraden van de aangesloten scholen, is alweer enkele jaren verleden tijd. En achter die wetswijziging zit op zich een goed idee, vindt Willem Debets, trainer bij de Algemene Onderwijsbond. De gmr kan zo om te beginnen putten uit een breder potentieel aan kandidaten. Maar in de praktijk duiken er toch wat dilemma's op, merkt hij. Zo blijkt er vaak een grote afstand te ontstaan tussen de achterban en de gmr. Scholen voelen zich niet vertegenwoordigd in het gemeenschappelijke overlegorgaan en ook voor de gmr-leden valt het niet mee om goed contact te houden met de afzonderlijke scholen. Ze komen niet vanzelf meer overal, want vanwege de schaalgrootte vaardigen niet alle scholen meer iemand af naar de gmr. Dat zou namelijk bij grote scholengroepen onwerkbaar grote raden opleveren. Doe je dat toch, weet Debets uit de praktijk, "dan houdt de helft van de mensen z'n mond: dat schiet dus niet op."

Aan de andere kant zijn er nog steeds scholen die in hun eigen reglement hebben opgenomen dat gmr-leden ook in een mr zitting moeten hebben. Zo'n bepaling is tegen de wet, maar het gebeurt, weet Debets.

Bovenschools belang
Leden van de gmr moeten goed in de gaten houden dat ze er niet voor het belang van de eigen school zitten, maar dat het hier om bovenschoolse belangen gaat. Debets benadrukt het belang van tijd: gmr-leden moeten dossiers goed kunnen bestuderen en ze laten beoordelen door de achterban. Er moeten daarom duidelijke lijnen lopen tussen mr en gmr.
Intensief contact houden met de achterban en het raadplegen van de collega's op scholen vraagt tijd en die is er niet altijd; veel directies willen liefst 'gisteren' al antwoord te hebben op kwesties. Helaas, stelt Debets vast, gaat het nogal eens mis. Hij noemt de scholengroep waar in plaats van één directeur, besloten werd om een meerschoolse bredere directie aan te stellen. De gmr vond het prima, voor terugkoppeling naar de afzonderlijke scholen was eigenlijk geen tijd. De informatie over de nieuwe structuur ging schriftelijk naar de scholen toe, waar nogal wat onrust ontstond. 'Begrijpelijk' vindt Willem Debets. "Een mondelinge toelichting ontbreekt, dan ontstaat er ongenoegen. Terugkoppeling is belangrijk, mensen willen gehoord worden en zeggen wat ze vinden. Ze moeten de kans krijgen hun mening te vormen en te geven."
De AOb-trainer komt met nog een praktijkvoorbeeld: een directie wil nieuw mobiliteitsbeleid vaststellen. Het voorstel houdt in dat leerkrachten maximaal een bepaald aantal jaren op een school mogen werken, en dan door moeten schuiven. Voor leraren kan dit een heftige verandering betekenen. Debets: "Als gmr moet je willen weten of zo'n idee wordt gedragen in de organisatie. Ook al doe je maar een snelle peiling: het is van belang om te weten hoe de achterban erover denkt."
Nu mr en gmr op grotere afstand van elkaar zijn komen te staan, is het belangrijk om de tijd te nemen voor besluitvormingsprocessen, zegt Debets nogmaals. "Er is meer planning nodig. Daar moeten gmr en bovenschools management voor zorgen." In de oude situatie werd de agenda vaak zo ingedeeld dat de mr voorafgaand aan de gmr vergaderde. "Maar in de praktijk gingen mr-en zich dan veel teveel met bovenschools beleid bezighouden. Als gmr moet je de tijd nemen en goed nadenken over de vraag: wat moeten de afzonderlijke medezeggenschapsraden weten, waar gaat het om. Als je die vragen mailt, kan het allemaal best snel verlopen. Er moet meer wederzijds contact zijn en digitaal kan dat best snel."

Geheimhouding
Afspraken over geheimhouding staan lijnrecht tegenover de taken van mr- en gmr-leden, vindt Debets. "Dat maakt contact met de achterban onmogelijk." Aan de andere kant is het soms van belang om 'geen onrust te zaaien', een argument dat directies graag uit de kast halen. Toch moet een mr eigenlijk nooit geheimhouding beloven, adviseert de trainer, en in elk geval mogen de leden zich niet laten dwingen. "Als ik hoor dat een directie geheimhouding eist, dan beginnen alle alarmbellen te rinkelen. Waarom willen ze dat, denk ik dan meteen. Je moet als gmr-lid enorm oppassen en eigenlijk raad ik het altijd af. Zo'n directie kan het wel willen 'om er alvast eens even over te praten', en geheimhouding eisen 'omdat er anders in een vroeg stadium onnodig onrust ontstaat', maar je moet je als (g)mr-lid altijd afvragen: wat schiet ík daarmee op, wat heb ik eraan als ik het wel weet maar m'n mond moet houden? Daarvoor zit je niet in de mr."
Desondanks zijn er natuurlijk uitzonderingen denkbaar, zegt Debets. Bijvoorbeeld bij nieuwbouw, als er zicht is op een geschikt stuk grond, maar het terrein nog niet is aangekocht. Geheimhouding voorkomt speculatie, terwijl de schoolleiding al wel voor- en nadelen van de plek met de mr kan bespreken.
In de praktijk komt er vaak een hoop narigheid van de wens tot geheimhouding. Hoe zoiets uit de hand kan lopen, bleek afgelopen jaar in een geschil over een scholenfusie in Limburg. De mr van een vestiging van College Rolduc, een katholieke school in Kerkrade, begon de procedure. In het 'beklaagdenbankje' stond formeel het bestuur, maar eigenlijk... de gmr van de scholengroep voor voortgezet onderwijs in Parkstad Limburg.
De mr en de gmr waren beide betrokken bij een masterplan van het bevoegd gezag over zeven vestigingen, waarvan er twee moesten fuseren en één sluiten wegens de teruglopende bevolking in de provincie. Zo denkt de scholengroep te voorkomen dat alle scholen leegbloeden. Dit plan kreeg de goedkeuring van de gmr en de raad van toezicht. Maar de gmr stemde met het masterplan in zonder de achterban te raadplegen, want er was geheimhouding opgelegd en geaccepteerd.
Pas drie dagen voor de officiële inleverdatum van het voornemen tot fusie, werden de betrokken medezeggenschapsraden, de ouders en de leerlingen ingelicht. Een vestiging in Kerkrade moest vrijwel direct dicht en daar was de mr zo woest dat de raad alles aangreep om te protesteren.
Dit voornemen tot fusie had ter instemming moeten worden voorgelegd aan de medezeggenschapsraden van de betrokken scholen en niet aan de gmr, luidde het betoog: "Het kan niet zo zijn dat zulke ingrijpende besluiten kunnen worden genomen zonder daarbij de direct betrokkenen om hun mening te vragen", aldus de verbolgen mr. De commissie onderwijsgeschillen wees het protest af, omdat er wel degelijk een essentieel gemeenschappelijk belang aan het plan zit verbonden. De mr hoefde strikte genomen zelfs niet geïnformeerd te worden, deze fusie was en bleef een gmr-zaak. Dat nam de opschudding niet weg, er werden zelfs kamervragen over de kwestie gesteld. Ook daarop kwam het antwoord dat de regels niet zijn overtreden.
Dat dit niet de manier is om met medezeggenschap om te gaan, blijkt ook uit het voornemen van het rijk om een fusietoets in te stellen. Als die er komt, krijgt de mr de rol terug die nu in handen van de gmr is gevallen. Los daarvan toont de Limburgse zaak volgens AOb-trainer Debets aan dat communicatie tussen mr en gmr van essentieel belang is voor verantwoorde besluiten, draagvlak en vertrouwen in medezeggenschap. "Pas op met geheimhouding. Leden van mr en gmr zitten op hun positie namens een achterban. Daar staat en valt alles mee. Je moet die achterban informeren en raadplegen."

Weigeren kan ook
Wat te doen als een gmr zo'n vaag onderwerp inclusief geheimhouding krijgt aangekondigd? AOb-trainer Saskia van der Schaaf schetst een mogelijke gang van zaken:
"Een slimme afspraak is dat verzoeken om geheimhouding niet worden opgelegd, maar een punt zijn op de agenda. Als de gmr een vaag onderwerp voorgelegd krijgt inclusief geheimhouding, dan kan de raad die informatie weigeren. Zeg gewoon nee, zwijgt u dan maar liever. Instemming verlenen onder geheimhouding moet je al helemaal niet doen.
Natuurlijk voelt dit eerst beroerd: nu staat de gmr zonder kennis aan de zijlijn. Wat voor opties heb je straks nog om de plannen te beïnvloeden? Het management zit intussen op de kennis en blijft zwaar in onderhandeling over het proces dat ze in gang hebben gezet. Een gmr moet nu ogen en oren open houden voor naar buiten lekkende informatie. Dat is de enige manier om je voor te bereiden op de adviesaanvraag die uiteindelijk toch in openheid moet komen.
Ligt er eenmaal iets op tafel, dan heeft de gmr gewoon de gebruikelijke termijn om te reageren, meestal zes weken. Dat is voldoende om de achterban te raadplegen, de stem te horen van de groepen die de raad vertegenwoordigt en een onderbouwde mening te vormen. De gmr kan in openheid een eigen keuze maken en die uitleggen. Of er dan nog veel te veranderen is? Vragen stellen en direct de stem van betrokkenen laten horen kan altijd. Is het nodig om het hard te spelen, dan kan de gmr minimaal de uitvoering fiks vertragen. Bij geheimhouding laat je al die wapens direct uit je handen slaan."

Verschenen in infomr 4/2009

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren