Solliciteren? Wat is er mis met anciënniteit?

Hoe groot de zak met geld ook is, het extra budget van het Actieplan Leerkracht voor carrièreperspectief in het onderwijs kan nooit iedereen tevreden stellen. In Tilburg zoeken mr en directie van het 1700 leerlingen tellende Koning Willem II College naar een evenwicht tussen de regels, landelijke adviezen en de eigen wensen.
Er hangt een schrikbeeld voor de ogen van een flink aantal directeuren in het voortgezet onderwijs: alle docenten gym, dans en drama moeten ze de komende jaren in LD inschalen, omdat bij deze vakken alleen eerstegraads bevoegde leerkrachten op de markt zijn. Andere vakgroepen hebben vervolgens het nakijken. Of is het verstandiger de helft van de leerkrachten gym, dans en drama voor de rest van hun loopbaan uitsluitend in de onderbouw te laten lesgeven?
Het gaat om een onhoudbare keus tussen twee kwaden, vindt rector Dick te Boekhorst van het Willem II-college in Tilburg. En daarom kiest hij nu niet, in de hoop dat dit onderdeel van de regels weer verdwijnt. "Het entreerecht voor iedere eerstegraads bevoegde in de bovenbouw rijdt de onderwijskundige afwegingen in de wielen. Dat vinden wij én de docenten hier. In ons meerjarenplan voor de functiemix gaan we er daarom vanuit dat de bonden en de vo-raad bij de volgende cao-onderhandelingen dit ook beseffen en tot andere afspraken komen. We hebben nog even. In 2014 gaan de eventuele sancties pas in."
De medezeggenschapsraad staat hier volmondig achter, zegt mr-voorzitter Anita Ketelaars: "In onze achterban zitten tien jonge docenten met eerstegraads bevoegdheid die tot nu toe nergens uitzicht op hadden. En tweedegraads docenten kwamen al helemaal nooit uit LB."
Voor die tweedegraders mag de functiemix iets extra's betekenen, vinden mr en rector op Willem II. Er zijn nogal wat ervaren krachten in dienst en er werken daardoor anderhalf keer zo veel docenten in LD als het landelijk gemiddelde voor vergelijkbare scholen. 
Uitstroom door pensionering schept de komende jaren ruimte én verplichtingen, legt Te Boekhorst uit: "Er gaan nogal wat collega's met pensioen de komende jaren. Die moet ik allemaal weer door een LD-docent vervangen. Van onze eerstegraders zal dus bijna vanzelf een substantieel deel worden benoemd."
Ook voor de mr ligt het pijnpunt bij de tweedegraads formatie. Ketelaars: "Door de koppeling van LD-functies aan bevoegdheid, dreigen de tweedegraders weer achter het net te vissen. Ze kunnen eigenlijk alleen proberen om met de lerarenbeurs van minister Plasterk alsnog de eerstegraads bevoegdheid te halen. Daarom hebben wij afgesproken dat er ook LC-functies komen voor docenten die in klas 4 van het vmbo voor de klas staan." De extra LC-functies haalt Willem II uit de zogeheten bandbreedte, de mogelijkheid om 3 procent minder LD in te delen dan vereist. Dat levert 6 procent meer LC op. "Vanaf 2011 betekent dat voor tien tot vijftien collega's een carrièrestap", voorspelt Ketelaars. Uit de LD-groep zijn geen protesten gehoord. Te Boekhorst: "De collega's die in aanmerking komen voor LD, beseffen dat er door natuurlijk verloop én door extra benoemingen toch nog behoorlijk wat LD-benoemingen zullen volgen. Bovendien weten deze docenten dat wij al meer LD-functies hebben dat wij voor het verzorgen van 1e graads lessen nodig hebben."
De mr schaart zich ook achter een ander opmerkelijk onderdeel van het Tilburgse uitvoeringsplan: hier zijn beoordelingsgesprekken en sollicitaties niet de bepalende factor voor een benoeming in een hogere schaal. Ketelaars: "Je solliciteert niet naar werk wat je al hebt. Zo'n beoordeling heeft geen meerwaarde. Wij willen dit proces niet op de persoon spelen, dus we hebben het gelijkgeschakeld."
Willem II kiest daarom voor een traditionele oplossing. Docenten die naar een hogere schaal willen, moeten structureel lesgeven en bevoegd zijn voor hun vak. En daarna telt de vraag 'hoe lang doe je dat al': anciënniteit dus. Rector Te Boekhorst: "Dat is helemaal niet ouderwets, omdat veel bedrijven en organisaties alweer afstand nemen van beoordelen met rechtspositionele gevolgen."
Hij kwam met dit voorstel op basis van zijn ervaring als directeur personeel en organisatie bij Avans Hogeschool. "Aan beoordeling met rechtspositionele gevolgen kleven veel negatieve bijverschijnselen. Ook als je 20 procent kunt benoemen, meent 80 procent bij de top te horen. Het gevolg is dat de benoemde persoon niet anders had verwacht en dus geen blijdschap voelt. Bij de anderen kweek je vooral frustratie. Een dergelijk systeem leidt tot bureaucratie met lijstjes en vinkjes. Voor je het weet, zit iedereen papieren in te vullen en vindt het daadwerkelijke gesprek niet meer plaats. Er komen meetbare doelstellingen, terwijl het kwalitatieve werk van docenten zich helemaal niet leent voor kwantificeren. En dat ondeugdelijke meetsysteem zorgt er ook nog eens voor dat mensen hun gedrag aanpassen om hoger te scoren. Je loopt het risico dat je docenten allerlei dingen gaan doen vanwege de beoordeling die helemaal niet in het grootste belang van de school zijn."

Het Koning Willem II College is op dit punt graag de uitzondering, zegt de rector: "Veel onderwijsmanagers zijn erg positief over beoordelen met rechtspositionele gevolgen; weinigen hebben ermee gewerkt. Ik wel, en ik ben niet enthousiast geworden. Laten we niet klakkeloos ideeën uit het bedrijfsleven overnemen, dat heeft ons al genoeg ellende bezorgd."

Bijles vanwege de functiemix

Eindelijk zicht op een carrièrestap, maar hoe gaat dat straks in zijn werk? Leggen opleiding en ervaring vanzelf voldoende gewicht in de schaal of speelt de presentatie ook mee? De AOb denkt van wel en biedt daarom een speciale sollicitatie-cursus aan die is afgestemd op de loopbaanstappen van de functiemix.
Sollicitatiegesprekken of een variant daarop kunnen onderdeel zijn van de invoering van de functiemix. Op de een of andere manier moet de werkgever immers beslissen wie in aanmerking komt voor zwaardere functies en de bijbehorende hogere loonschalen. Het is niet voldoende om uitsluitend het personeelsdossier uit de kast te halen.
Medezeggenschapsraden die er met hun bestuur uit zijn hoe de invoering van de functiemix gaat verlopen, kunnen hun achterban dan ook wijzen op deze cursus, die zowel voor het primair als voor het voortgezet onderwijs wordt aangeboden.
AOb-trainer Brigit Linssen wijst erop dat sollicitatievaardigheden niet zijn bij iedereen zijn aangeboren, terwijl de werkgever meestal wel het gesprek voert met inzet van al zijn professionele vaardigheden
De cursisten gaan vooraf aan de slag: ze krijgen een intake per e-mail en daarbij hoort een opdracht om oefenbrieven te schrijven. Die moeten ter bespreking mee naar de cursusdag. Daarna oefenen de deelnemers met het voorbereiden en voeren van een sollicitatiegesprek. Linssen: "De cursus gaat voor 99 procent over individuele persoonlijke sollicitatievaardigheden die je leert door te oefenen."
In de meeste gevallen vergoeden scholen ook dit type cursus. Data en kosten staan op www.aobscholing.nl en daar is het ook mogelijk in te schrijven.


Welke stappen naar invoering

Het functiebouwwerk is niet het eenvoudigste gespreks-onderwerp voor het overleg tussen medezeggenschapsraad en schoolbestuur: natuurlijk is er nooit voldoende geld om ieders wensen uit te voeren en de nieuwe mogelijkheden van de functiemix hangen dit jaar als een gewichtige belofte boven de vergadertafel. De grote vraag: wanneer is dit fruit rijp en wie weet het meeste te plukken? Vooral buiten de Randstad moet nog veel gebeuren. De grote steden en hun omgeving lopen voorop. De problemen met het lerarentekort zijn daar het grootst en daarom is de invoering van de functiemix er een jaar eerder van start gegaan.
Iedere school moet voor 1 augustus de zaken op een rijtje hebben, anders vervalt het extra geld dat het ministerie van onderwijs beschikbaar heeft gesteld. Tegelijkertijd blijkt dat nog lang niet alle leerkrachten ervan overtuigd zijn dat zij werkelijk kunnen profiteren van de nieuwe mogelijkheden. Het meeste wantrouwen heerst op scholen waar nog geen zichtbare stappen richting invoering zijn gezet. In de Tweede Kamer leidde de opgedoken achterdocht tot vragen van de SP, die bij minister Plasterk aandrong op maatregelen tegen 'achterkamertjespolitiek' en voor gelijke kansen. Maar de bewindsman ziet geen reden tot actie; wel houdt hij in de gaten of de schoolbesturen gemaakte afspraken correct uitvoeren.
Wachten hoeft niet meer, want alle feiten staan vast: de cao's zijn afgesloten en het geld is vastgetimmerd in de overheidsbegroting. Op www.functiemix.minocw.nl staat per school vermeld hoe het de afgelopen jaren is verlopen met de verdeling van leerkrachten over de schalen. Dat ziet er bij menige instelling voor voortgezet onderwijs niet vrolijk uit, wat in lijn is met het landelijk gemiddelde: minder inschalingen in LD, lichte stijging in LB en LC. In het primair onderwijs waren de verschuivingen zelfs te gering om het eerste cijfer achter de komma te beïnvloeden. Steevast zit vrijwel iedere onderwijzer in LA; LB en LC samen komen niet verder dan 1,5 procent.
Het invoeringsplan of meerjarenplan dat de mr samen met schoolbestuur en directie opstelt, moet iedereen in de school duidelijk maken welke carrièreperspectieven er ontstaan. Per bestuur en per brin-nummer komt er zo een overzicht van te nemen stappen en de te bereiken eindfase in 2014. Het plan beschrijft de resultaten van de nulmeting en de selectie van gegadigden voor een hogere inschaling. In het primair onderwijs moet specifiek iets vermeld staan over de keuze tussen 2 procent LC-formatie of omzetting in extra LB-functies. Ook moeten in het primair onderwijs zowel cijfers op schoolniveau vermeld staan als op bestuursniveau.
De invoering van de functiemix heeft invloed op bestaande meerjarenplannen voor de formatie en er kunnen bovenschoolse gevolgen aan verbonden zijn. Het invoeringsplan is dan ook vrijwel altijd een zaak voor de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Alleen bij kleine besturen met één school komt de mr eraan te pas.
AOb-medewerker Marcel Koning, adviseur medezeggenschap, wijst erop dat het invoeringsplan niet alleen data en cijfers dient te bevatten: "Het hoort ook iets te zeggen over de selectiecriteria. Dat is een gevoelig punt. Als je onduidelijkheid over de criteria laat bestaan, dan kan dat aanleiding geven tot conflicten tussen de personeelsgeleding van de mr en de directie. Het is beter om dit soort zaken uit te discussiëren voordat je in de praktijk van de invoering terecht bent gekomen."

Verschenen in Infomr 4/2009

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren