Jan Pons: Stroomlijnen en motiveren met een lange adem

Docent economie Jan Pons is sinds een jaar voorzitter van de gmr-vo bij de Stichting BOOR (Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam). Het gaat veel over de centen, constateert hij.
Iedereen kent de theorie van de Wet medezeggenschap op scholen. Ouders en leerlingen hebben recht op de helft van het aantal zetels in een gmr. Bij deze gmr van het voortgezet onderwijs in Rotterdam betekent dat zestien stoelen. Maar de praktijk is anders. Hier vormt één ouder de voltallige oudergeleding. En de drie leerlingen die zitting hebben in de gmr, zijn deze keer niet aanwezig.
Dat laatste komt wel vaker voor, zegt Jan Pons. En de voorzitter snapt de beslissing van zijn jongste leden wel. 's Avonds vergaderen is voor personeel natuurlijk het handigst, maar voor leerlingen niet. Die moeten soms een eind reizen, hebben training van hun sportclub, andere - en vaak leukere - dingen te doen.
Jan Pons: "Het is moeilijk hoor, om de gmr interessant te maken voor leerlingen. Het is eigenlijk niet echt leuk voor ze. Je moet als leerling interesse hebben in het beleid van het bestuur, nou, dat gaat op die leeftijd toch wel vér." De wms getuigt wat hem betreft op dat punt van te groot optimisme en mist realiteitszin: "Er is iets gecreëerd waar niemand om heeft gevraagd."

Dat de leerlingen hun stoelen leeg laten, daar kan hij mee leven. Maar het ontbreken van een stevige oudervertegenwoordiging noemt hij zorgelijk: "Ik vind dat echt belangrijk om die erbij te hebben. Je merkt toch als je met veel personeel bij elkaar zit: het gaat altijd over de centen. Het gaat over taakbeleid, over de functiemix, over beloning. Ouders focussen meer op onderwijskundige zaken."

Registeraccountant
Hoe krijgen we meer ouders: het onderwerp zal later terugkeren op de agenda. Met alleen een oproep op de website, zoals in het verleden is gebeurd, red je het niet meer. Daarvan is iedereen overtuigd. Per school moet de mr misschien een brief of mailing de deur uitdoen. Elke locatie weet zelf wat de beste manier is om te communiceren met de eigen achterban. De huidige gmr-leden kunnen natuurlijk ook zelf werven. "Kijk eens binnen je eigen ouder-netwerk", suggereert één van de aanwezigen. "Als er een registeraccountant tussen zit: dat zou toch interessant voor ons zijn."
Het enige ouderlid in deze gmr, Rutger Klei, zegt hardop wat de hele groep zich natuurlijk wel realiseert. Het zal niet meevallen om ouders te interesseren voor het gmr-werk. "Het nut voor ouders om in de gmr te gaan zitten is onduidelijk. Het directe nut voor hen zit natuurlijk op mr-niveau. De gmr is voor veel mensen toch abstract en afstandelijk, of je moet het echt leuk vinden."
De opgave voor de Rotterdamse gmr is dus: het lidmaatschap aantrekkelijk maken voor ouders. Maar hoe? Jan Pons realiseert zich dat het vooral déze gmr (voortgezet onderwijs) binnen de Stichting BOOR is, die moeilijk ouders krijgt. "In het primair onderwijs is de afstand kleiner, in het speciaal onderwijs ook. Als het busje daar een keer een andere route volgt van school, hebben die ouders 's avonds thuis een kind dat overstuur is. En op de basisschool kóm je elke dag op school, dat maakt de betrokkenheid natuurlijk veel groter."

Tweede correctie
Zet het personeel bij elkaar, en de gesprekken en discussies gaan vooral over geld. Jan Pons zei het al, en zijn gelijk blijkt tijdens de vergadering. Want wat komt er zoal langs? De vergoeding voor de tweede correctie van examenwerk. Iedereen is het erover eens dat de klus meer tijd kost dan voorheen, maar daar staat geen hogere vergoeding tegenover. Althans: de vergoeding verschilt per school. Puntje om mee aan de slag te gaan, oordeelt de gmr.
Dan passeert de BOOR-academie de revue. Prima initiatief van de stichting waar hun scholen onder vallen, vinden de meesten. De BOOR-academie ondersteunt leerkrachten, leidinggevenden en ondersteunende medewerkers in hun persoonlijke ontwikkeling, en is daarin ambitieuzer dan de wet BIO. De academie moet zichzelf bedruipen, maar diverse gmr-leden denken te merken dat er steeds meer mensen in dienst komen bij het opleidingsinstituut. "We hebben een bedrag afgesproken. Ik ben erg benieuwd of ze dat gaat lukken."
En jawel, de meeste tijd deze avond gaat (weer) naar gesprekken over de functiemix. Er is argwaan bij sommige gmr-leden: "Ik vang geluiden op dat het midden-management in LD-schalen komt. Want directieschaal 12 is lager dan LD." Maar hoe zit het dan met de voorwaarde dat je als LD-er minimaal 60 procent van je werktijd voor de klas moet staan?
Op alle scholen wordt veel gepraat over dit punt, zo blijkt. LC- en LD-functies zijn bedoeld voor onderwijspersoneel, vindt iemand. "Als je een LD-functie aan een manager geeft, kun je die niet meer aan een docent geven. Daar moet je niet aan meewerken. Als ik hoor dat dat gebeurt, vind ik dat echt heel schrijnend. Een middenmanager moet gewoon naar directieschaal 12, dan haal je de pijn uit de discussie."

Competentieprofielen
Maar de gmr kan nog niks vinden of beslissen. Het wachten is op richtlijnen van BOOR, vinden de aanwezigen. Tussen de bedrijven door klinkt er licht gemopper op dit megabestuur dat 86 openbare scholen in Rotterdam onder haar hoede heeft. BOOR zwaait de scepter over 30.000 leerlingen, verspreid over 175 locaties. "De competentieprofielen moeten nu eindelijk eens komen, ze lopen al máánden achter. Pas dan kun je functies vergelijken en weet je wanneer iets LC of LB is."
Het heet in deze wandelgangen 'de Boor-set': het geheel van functiebeschrijvingen. Maar wordt alles echt duidelijk als die beschrijvingen er zijn, vraagt een ander zich af. "Je kunt als eerstegrader straks nog steeds LB krijgen. Het blijft caoutchouc." Of, zoals een ander het omschrijft: "Elke school is zelf aan het macrameeën met die beschrijvingen van LC en LD. Mijn collega's weten echt niet hoe of wat. BOOR moet er beslist voor zorgen dat iedereen goede informatie krijgt."
En dan is er nog de bindingstoelage: de moeite waard om zelf even na te rekenen hoe dat uitpakt, klinkt het advies. "Het is even een stapje terugdoen om daarna door te kunnen groeien, maar als je 61 bent ligt de zaak natuurlijk weer anders." Eigenlijk moet je als school zelf aan de slag gaan met de functiemix in plaats van het aan BOOR over te laten, luidt de algemene opvatting.
Ouderlid Klei hoort het allemaal met stijgende verbazing aan: "Wat een onduidelijke gang van zaken. Is er wel voldoende regie op zo'n ingewikkeld proces? Het raakt tenslotte duizenden personeelsleden." In het onderwijs gaat dat wel vaker zo, merken zijn gmr-collega's op. Jan Pons: "Dit is natuurlijk de opmaat voor alles wat er gaat gebeuren. Het onderwijs is sowieso de laatste sector in de maatschappij waar je nog automatisch elk jaar een periodiek erbij krijgt. Er gaat veel veranderen hoor, kijk maar naar de competentiescan: leerlingen zitten straks allemaal kruisjes te zetten over jouw functioneren, pas op."

Invloed
Soms duren de trajecten lang en is het moeilijk om de invloed van het gmr-werk echt terug te zien, vindt Pons. Toch doet hij het graag. De economiedocent - hij staat voor de klas op Nieuw-Zuid - zit al bijna 15 jaar in de gmr, schat hij. En daarvoor zat hij dus in de school-mr. "Maar dat doe ik niet meer. Natuurlijk sta je op de mr van je eigen school middenin de ontwikkelingen, maar ik vond het zwaar. Je bent eigenlijk onbewust toch veel bezig met individuele belangenbehartiging. Je bent het aanspreekpunt voor veel collega's: wil je dit of dat even uitzoeken, hoe zit het met die vervanging, hoe zit het met die uren. Het werd steeds meer een taak waar ik dagelijks mee bezig was. Daar wilde ik vanaf. Het gmr-werk richt zich meer op het beleid en met ambtelijk secretaris Willy Feijer willen we onze gmr-organisatie nu meer stroomlijnen en beter organiseren." Hij streeft ernaar om vaste commissies in te stellen op deelgebieden, en af te stappen van de ad-hoc werkgroepen die steeds worden gevormd. Die opzet slaagt: tijdens de vergadering die volgt zijn er binnen vijf minuten drie werkgroepen -onderwijs, personeel en financiën- geformeerd. Het kan soms echt snel in het onderwijs!
En inderdaad: voor de werkgroep personeel (waar ook de functiemix onder valt) melden zich de meeste kandidaten.


Vijf tips van Jan Pons

1 
Stop de agenda niet te vol. Maak een schifting tussen belangrijke en minder belangrijke zaken.
2 
Als je geen grip kunt krijgen op beleidsstukken of financiële stukken, probeer dan eens een andere benadering en formuleer zelf wat belangrijke uitgangspunten voor het bevoegd gezag.
3 
De kwaliteit van een (g)mr wordt in belangrijke mate bepaald door de leden. Investeer bij de verkiezingen in het vinden van goede kandidaten en boor daarbij netwerken aan.
4 
Vorm werkgroepen en delegeer daar bevoegdheden aan.
5 
Vaste agendapunten zijn altijd 'mededelingen' en 'rondvraag'. Zorg dat dit mededelingen en vragen blijven en ga in dit deel van de vergadering geen discussies aan.

Verschenen in Infomr 3/2009

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Categorie

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren