Nijmeegs spreidingsmodel kwam voor menigeen als verrassing

Dat er iets moest gebeuren om de tweedeling tussen witte en zwarte scholen aan te pakken en scheefgroei bij de huisvesting te bestrijden, daarover bestaan geen meningsverschillen in Nijmegen. Maar bij de aanpak van segregatie die besturen en gemeente uiteindelijk kozen, stond de medezeggenschap 
grotendeels buitenspel.
Scholen genoeg die graag willen groeien: meer leerlingen, uitbreiding van het personeelsbestand, misschien zelfs een nieuw gebouw. Iedereen blij, behalve de gemeente: die betaalt de uitbreiding terwijl de leegstand van een andere school ook al een kostenpost is.
In Nijmegen hebben de scholen er zelf last van als ze te heftig groeien. Enkele jaren geleden gaf de gemeente ze volledige zeggenschap over de huisvestingsbudgetten en ze ontvingen de gebouwen in eigendom. In ruil legden de besturen plafonds voor de groei vast. Barst een school toch uit het jasje, dan is dat op eigen kosten. Zo'n bestuur kijkt wel uit, is het idee.
Best een slimme afspraak, vindt gmr-voorzitter Theo Hendriks van de dertien Sint Josephscholen: "Diverse scholen bouwden vanwege de groei, terwijl andere met leegstand zaten. Het plafond ligt 15 tot 20 procent boven het leerlingenaantal van 2006, dus dat is nogal ruim."
In het huisvestingsconvenant staat ook dat de besturen en de gemeente samen de dreigende segregatie 'effectief en afdoende' gaan bestrijden. Sinds 2008 kent de stad een centrale aanmelding voor alle basisscholen, met een voorkeur voor plaatsing van kinderen op basis van de wijk waarin ze wonen.
Toelatingsbeleid is een punt voor de mr: het kan de toekomst van de school en het personeel drastisch veranderen, ten goede of ten kwade. Toch kwam de oprichting van het centrale aanmeldingspunt in geen enkele Nijmeegse mr op de agenda. Van de twee betrokken gemeenschappelijke medezeggenschapsraden stond de ene zonder informatie voor een voldongen feit en kon de andere alleen adviseren over de uitwerking.

Directeur Rini Braat van de Josephscholen: "Het Josephbestuur heeft de gmr in 2007 instemmingsrecht gegeven over het convenant, de huisvesting inclusief de aanpak van segregatie. Dat was een belangrijke eerste stap: de erkenning van het probleem en de afspraak om er iets aan te doen. Ik heb daarna per zes weken de gmr bijgepraat over de uitwerking. Het gaat om verbetering van de onderwijsachterstand-scholen, om positieve beïnvloeding van de ouders en om de centrale aanmelding. Toen dat laatste voorstel er lag, is het uitvoerig besproken in twee termijnen. We hebben het voorgelegd als adviesbevoegdheid, want wie A heeft gezegd over de huisvesting, moet ook B zeggen. Ik heb uiteindelijk ook de vraag gesteld: áls het om instemming zou gaan, zou er dan een probleem zijn? Nee, mijn gmr heeft unaniem een instemmend advies gegeven en hoopt op een geslaagd experiment."

Fusieproces
Bij het andere schoolbestuur liepen de zaken minder gesmeerd. Conexus werd tijdens de convenantbesprekingen gevormd uit drie voorgangers en dat fusieproces van in totaal 29 scholen slokte alle aandacht op. Alex de Meijer, ouder en voorzitter van de gmr-werkgroep onderwijs en zorg: "Ruim voor het afsluiten van het convenant en ook voor de definitieve fusie tot Conexus heeft de gmr waar ik deel van uitmaakte twee keer een presentatie gehad over de huisvestingsaspecten. De link met segregatiebeleid is ons toen niet verteld. Er is ook geen advies gevraagd." h
Een jaar later ging het met de centrale aanmelding opnieuw fout: "Het belangrijkste is tijdig geïnformeerd worden, zoals altijd bij mr-werk. Dat is in dit geval niet gebeurd", zegt groepsleerkracht en gmr-lid Pauline van Loon. "We kregen de stukken laat en toen stond alles al in de pers. Zo'n achterstand in informatie is heel vervelend. Wij hebben het advies uitgesteld, want niemand had de tijd gekregen om vragen te stellen. Dat is alsnog gebeurd, maar de procedure was al op gang en onze invloed bleef dus heel gering. Er is wel een afspraak gemaakt voor een evaluatie over het verloop van het proces en over de vraag of dit wel door moet gaan."
Op de werkvloer zijn de eerste gevolgen al te merken. Van Loon: "Het is nu moeilijk in te schatten hoeveel leerlingen zich aanmelden voor de komende jaren. We hebben geen inzicht in de stand. Er is een datum afgesproken waarop iedereen de informatie van de centrale aanmelding ontvangt, maar normaal zag je door het jaar heen mensen komen."
Ook Braat van de Josephscholen merkt verandering, maar hij is daar juist zeer mee in zijn nopjes: "Het loket zit in mijn bestuursbureau dus ik heb er wel zicht op. Veel ouders weten de website te vinden om er informatie te halen of hun kind in te schrijven. Weerstand komen we nog niet tegen. Ouders vinden het niet gek, maar juist eerlijk. Ze kiezen niet meer blind voor die goed aangeschreven school, maar nemen zelf initiatief om te zoeken in hun eigen omgeving. Vaak krijgen ze dan een verrassend beeld van een school waar ze eerst met opgetrokken neus aan voorbijliepen. Dat vind ik mooie en goede effecten van deze regeling."

Geen verzet
Josephs gmr-voorzitter Hendriks zag geen reden voor verzet: "Onze gmr heeft ingestemd, omdat de centrale aanmelding een oplossing is om beperkte gelden gericht in te zetten. Je groeit nu niet meer om kinderen uit andere wijken op te vangen. Mijn eigen school is een Jenaplanschool en die profiteert dus het minst. Wij krijgen veel kinderen van buiten de wijk en ouders moeten daar nu wat meer moeite voor doen. In ons deel van Nijmegen is geen sprake van stijgende leerlingaantallen, dus wij botsen voorlopig niet tegen dat plafond. Maar populaire scholen moeten zich nu wel beperken en iets beslissen over voorrang voor broertjes en zusjes."
De gmr vond dit geen onderwerp om per school te beslissen. De gevolgde procedure heeft zijn instemming. "Ons bestuur legde het voor ter advisering, niemand heeft er moeilijk over gedaan of dit wel viel onder instemmingsrecht. Aan ouders is het goed uit te leggen, al zijn er natuurlijk altijd sceptische geluiden. Persoonlijk moet ik nog zien of dit de oplossing is, de praktijk zal het uitwijzen. In elk geval maakt dit een einde aan het gebruik om je kind op veel scholen op te geven en dan op het laatste moment te schuiven of zelfs helemaal niet te melden dat een kind toch niet komt."
Bij Conexus is gmr-lid Alex de Meijer inhoudelijk wel tevreden; hij was voor de discussie losbarstte een periode ouderambassadeur van de stichting Kleurrijke Scholen. Die roept ouders op om in groepjes zelf te zorgen voor gemengde klassen door kinderen strategisch aan te melden: "Ik vind het goede besluiten, maar de inspraak is niet goed verlopen. We hebben een paar keer tegen het bestuur gezegd: 'Mogen ouders en de scholen daar ook nog een rol in spelen?' We hadden misschien nuttige dingen kunnen aandragen. Naar mijn overtuiging was er dan ook meer draagvlak geweest en minder een gevoel dat ouders tot een keuze gedwongen worden. Maar de gmr geeft ook inhoudelijk steun aan de plannen, op voorwaarde van een goede tussentijdse evaluatie. Want er leven twijfels en reserves bij verschillende leden."
Zijn gmr had zelf een actievere rol kunnen spelen, zegt De Meijer: "Wij hebben het laten passeren. We hadden kunnen reageren op de berichten in de krant en de besprekingen in de gemeenteraad. Dus mijn advies aan anderen luidt: Wanneer je als gmr lucht krijgt van zo'n operatie, spring er dan bovenop. Wij hebben te lang begrip gehad voor de moeilijkheden van de fusie. We hadden direct moeten zeggen hier met die plannen."
In de toekomst moet de gmr alert blijven en zich niet nogmaals de kaas van het brood aten eten, vindt De Meijer. "Ik verwacht nog meer discussie als de leerlingenaantallen dalen. In mijn eigen wijk Nijmegen-West zit een grote Jenaplanschool met zeshonderd leerlingen. Over een paar jaar heeft die geen wachtlijst meer. Je kunt je afvragen of dan het plafond voor die school omlaag moet, als steun aan de vijf open wijkscholen in hetzelfde gebied. Dat worden pijnlijke discussies. In het convenant staat dat de drempels elk jaar worden vastgesteld, maar niet hoe. Ook wanneer blijkt dat de segregatie ondanks de huidige afspraken doorzet, ontstaat er opnieuw discussie over de plafonds. En dan sta je ook voor de vraag of dit de mr per school aangaat of dat de gmr er over gaat."

Nijmeegs model: kijk eerst in de buurt

Ouders die met hun peuter aan de hand een basisschool binnenstappen om zich aan te melden, kunnen ook in Nijmegen gewoon een praatje komen maken en een rondleiding krijgen. Inschrijven verloopt via de website www.schoolwijzernijmegen.nl. De ouders loggen in met behulp van hun DigiD en krijgen dan een lijstje van drie scholen te zien die het dichtst bij huis staan. Dat is bedoeld als aanmoediging. Maar wie aan andere scholen de voorkeur geeft, om onderwijsinhoudelijke redenen of vanwege levensbeschouwing, is vrij om iets anders te kiezen. Elke inschrijving moet minimaal drie scholen bevatten en maximaal zes.
Nijmegen heeft per leerjaar gemiddeld 1500 schoolkinderen. De toewijzing begint in maart 2010. Dan moet blijken hoe vaak het mogelijk is de eerste voorkeur te volgen zonder door de afgesproken leerlingplafonds heen te breken. Het systeem geeft voorrang aan kleuters die al een broer of zus op de school in kwestie hebben, ook als dit niet de buurtschool is. Daarna gaan de plaatsen naar kinderen die dichtbij de school van hun voorkeur wonen. Is er vervolgens nog plek, dan komt de ingewikkeldste regel in beeld: deze laatste plaatsingen moeten bijdragen aan een gunstige verhouding tussen kansarme en kansrijke leerlingen. De stad mikt op maximaal 30 procent 'kansarm' per klas, bepaald aan de hand van het opleidingsniveau van de ouders. Op een school in een rijke buurt, maken kansarme kinderen in dit stadium van de toewijzing dus waarschijnlijk meer kans, terwijl in een Vogelaarwijk juist peuters met hoog opgeleide ouders de laatste plekjes krijgen.
In deze fase klinkt er nog geen protest, maar Joseph-directeur Braat rekent zich niet rijk: "Over negen maanden wordt het natuurlijk pas echt kritisch, als we voor het eerst kinderen aan de scholen toedelen. Dan zal blijken dat het niet mogelijk is alle eerste keuzes te honoreren."
Hij wacht zonder zorgen af of een ouder wellicht naar de rechter stapt om een afgewezen kind toch op de school te krijgen: "We hebben goed contact met professor Mentink, de expert op het gebied van artikel 23 van de grondwet. Hij is positief en voorziet weinig problemen. De verwachting is dat 3 tot 4 procent van de kinderen niet op de school van eerste keus terecht kan. Maar het zou mij niet verbazen als het minder wordt, 1 of 2 procent."

Verschenen in Infomr 3/2009

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Categorie

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren