Rechter weigert knoop door te hakken over mr-kosten

Als de medezeggenschapsraad merkt dat het bestuur of de directie wettelijke verplichtingen aan zijn laars lapt, kan de mr als uiterste middel naar de rechter om zijn gelijk te halen. Dat is niet louter theorie, merkte een raad die in een slepend conflict raakte over het ontslag van een directeur en de bijkomende juridische kosten niet volledig mocht declareren. Het rechterlijke vonnis over deze kwestie zorgt helaas niet voor volledige opheldering.
Komt de mr er niet uit met het bevoegd gezag, dan is meestal een beroep op de Landelijke Geschillencommissie WMS de aangewezen weg. Maar wat nu als de leiding weigert te beslissen, een verplichting niet nakomt of de wettelijke regels overtreedt? Dan geeft artikel 36 van de wet medezeggenschap op scholen (wms) de mr gelegenheid om zelf naar de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam te stappen en daar een 'vordering' in te dienen tot naleving van de wet.
De eerste en tot nog toe enige zaak waarbij dit artikel in de praktijk is gebruikt, begon met het ontslag van een schooldirecteur. De mr had daarover geen advies mogen uitbrengen en dat is tegen de wet. Aangezien er hier dus geen geschil over een advies lag, was niet de geschillencommissie maar de rechter de aangewezen instantie.

Bij het gerechtshof eiste de raad dan ook intrekking van het ontslag, ruimte om alsnog advies uit te brengen en vergoeding van de kosten voor de mr-advocaat. Zonder zo'n jurist mag de raad namelijk niet naar het gerechtshof stappen en volgens de wms moet het bevoegd gezag de kosten voor zijn rekening nemen; tenminste, als daar vooraf een deugdelijke afspraak over is gemaakt. Tijdens de procedure nam het bestuur het ontslagbesluit terug en dat was voor de hoofdzaak een mooi resultaat. Over de juridische kosten bleven bevoegd gezag en mr tegenover elkaar staan en toen in de zomer van 2008 de rechter oordeelde, beet de medezeggenschapsraad in het stof: de rekening bleef openstaan, omdat er in het medezeggenschapsstatuut niets was geregeld over dergelijke faciliteiten.

Gepeperde rekening
De juridische details van dit arrest zijn van groot praktisch belang voor medezeggenschapsraden. Daarom gaan we er hier gedetailleerd op in. Allereerst: de kosten zelf. De verplichting om met advocaat naar de Ondernemingskamer te gaan, levert gepeperde rekeningen op. In dit geval wilde het bevoegd gezag 8000 euro maximaal vergoeden en dat bleek onvoldoende. De vermelding in de wms dat een mr niet in de proceskosten kan worden veroordeeld, is geen ontsnappingsroute: dat betreft slechts de kosten die de rechter maakt, niet de kosten van het inhuren van de advocaat.
Ten tweede: de regels van de wms. Elk schoolbestuur heeft de wettelijke verplichting om vooraf een regeling te treffen voor vergoeding van de kosten van het voeren van rechtsgedingen en het inhuren van deskundigen (artikel 28). De Ondernemingskamer zegt hiervan dat de vergoedingsregeling voor redelijkerwijs noodzakelijke kosten moet worden opgenomen in het medezeggenschapsstatuut.
De mr die procedeerde over het ontslag van de directeur had zo'n statuut nog niet en dat was voor de rechter reden om de vordering af te wijzen: de rechters willen niet de inhoud van de bedoelde faciliteitenregeling bepalen of zelfstandig een bedrag vaststellen.
Op dit punt hebben de dure mr-advocaten dus een steek laten vallen: ze hadden ook nog moeten vorderen dat het bevoegd gezag de wet zou naleven door een statuut op te stellen. Ook de rechters zijn onduidelijk: het blijft de vraag wat nu de verplichting van het bevoegd gezag precies inhoudt.

Tijd én geld
Over de faciliteiten voor de mr bestaat veel verwarring. Aan de ene kant gaat het om tijd om het werk te doen, aan de andere kant kunnen kostenvergoedingen nodig zijn.
Discussie over 'faciliteiten' gaat meestal over vrijstelling of compensatie in tijd aan werknemers in en rond de mr. Vergaderingen en scholingsbijeenkomsten vinden plaats onder werktijd. Lid 3 van artikel 28 benoemt dit expliciet. Ondanks aandringen van de AOb is geen minimumbepaling over tijdbesteding in de wettekst opgenomen. De wetgever vindt de geldende cao-bepalingen voldoende.
De terminologie van het medezeggenschapsstatuut is anders: daar heeft de wms het over het beschikbaar stellen van faciliteiten aan ouders, leerlingen én personeel. Dat kan niet alleen over tijd gaan, want ouders bepalen zelf hoe ze het mr-werk in hun agenda verwerken. Daarenboven bepaalt artikel 22, dat de invulling van de toegekende rechten moet worden geregeld voor de gehele mr en de Ondernemingskamer verklaart dit ook van toepassing op de kostenvergoedingen voor mractiviteiten.
Het statuut was een nieuw verschijnsel bij de invoering van de wms en dus voegt het nieuwe rechten toe. Daarbij geldt dat personeel, ouders en leerlingen ieder als afzonderlijke geleding in de mr instemmingsrecht hebben op deze nieuwe afspraken - maar dan moet je ze wel maken en dat gebeurt niet altijd. De personeelsgeleding komt dikwijls niet verder dan de minimum tijdsbesteding uit de cao. Pas als alle geledingen een afspraak hebben goedgekeurd over vergoeding van kosten, is deze van kracht. Het statuut regelt dan de wijze waarop een en ander wordt uitgevoerd.

Nalatigheid
Zonder statuut ziet de Ondernemingskamer geen ruimte om een uitspraak te doen over de kostenvergoeding en dat is een teleurstellend besluit. De nalatigheid van het bevoegd gezag, dat volgens de wms de eerste stap moet zetten door met voorstellen voor regelingen en een statuut te komen, blijft zonder consequenties. De kans die de rechter liet liggen, is inmiddels deels gegrepen door de landelijke geschillencommissie. Die kwam op 7 januari met een eigen uitspraak over faciliteiten. Daarbij spreekt de geschillencommissie uit, dat een regeling in het medezeggenschapsreglement onvoldoende is. Elk bevoegd gezag moet twee voorstellen doen: die van art 28 (reglement) en die van het statuut (artikel 22). Zijdelings wordt daarbij opgemerkt, dat in het statuut niet alleen de faciliteiten van de gmr, maar ook die van alle medezeggenschapsraden binnen de organisatie aan de orde zijn.

Wat nu?
Kern van de zaak is dat het bevoegd gezag verplicht is ervoor te zorgen dat de mr daadwerkelijk kan functioneren. Over voorzieningen in verband met de vergaderingen, zoals licht, verwarming en koffie, bestaat in de praktijk weinig onduidelijkheid. De cao verzekert minimale bepalingen over tijdsbesteding.
Kostenvergoedingen blijven een grijs gebied, totdat de mr erover onderhandelt. Overleg is ook nodig voor elke uitbreiding op de cao-voorschriften. Een voorstel van het bevoegd gezag over de toe te kennen faciliteiten in tijd, moet ter instemming worden voorgelegd aan de personeelsgeleding in de mr.
Zolang de Ondernemingskamer geen actie wil ondernemen als het bevoegd gezag nalaat om een regeling te treffen voor de vergoeding van onkosten van de raad, is het aan te bevelen om hierover te onderhandelen voordat er iets aan de hand is waarbij zo'n regeling nodig is. Hoopgevend handvat is de uitspraak van het gerechtshof dat in het medezeggenschapsstatuut een duidelijke regeling moet staan.
Op de website www.infowms.nl staat een handreiking voor een statuuttekst die vooral streeft naar een praktische invulling van de kostenvergoeding. Het gaat in deze handreiking om méér dan alleen het voorschrift zoals in de wet staat. Artikel 12 van dat statuut bevat een vermelding van wettelijke verplichtingen, zoals het ter beschikking stellen van voorzieningen, maar ook een beschrijving van de wijze waarop de kosten van scholing en deskundigenraadpleging wordt afgehandeld. De volgende artikelen bepalen een aantal belangrijke zaken rond de faciliteiten aan de geledingen.
Indien de mr in het hierboven genoemde geschil voor de commissie de voorbeeldtekst had gevolgd, waren de zaken geregeld geweest.

Verschenen in Infomr 1/2009

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren