Invloed in de regelklem van brin en wms

Een school met meerdere vestigingen waar de leerlingen ook nog eens verschillende onderwijsrichtingen volgen, kan niet zomaar kiezen voor een medezeggenschapsraad op elke locatie. In sommige gevallen moet één mr alles onder zijn hoede nemen. Op andere plekken daarentegen moeten er op papier twee of zelfs drie medezeggenschapsraden bestaan, terwijl daar geen enkele praktische reden voor is. Achter deze kronkels schuilen de strikte regels van de basisregistratie instellingen (brin), het systeem waarmee het ministerie van onderwijs geld en opleidingen verdeelt.
Vijfhonderd leerlingen zitten in Heerlen op de praktijkschool voor voortgezet onderwijs. Ze gaan naar hetzelfde gebouw. Maar deze school heeft twee studiegidsen, twee namen en twee medezeggenschapsraden. Heerlen heeft namelijk zowel een katholieke als een openbare school voor praktijkonderwijs, samen de opvolger van drie kleinere voorgangers. Een volledige fusie vonden de besturen in 2002 ongewenst en dus is de pragmatische keus gemaakt om te gaan 'samenwonen'. Er zijn katholieke en openbare klassen. Soms krijgen die les van dezelfde praktijkcoach, maar nooit tegelijkertijd.
Directeur Niko Zentveld leidt beide scholen en hij zit dus zowel aan tafel met een katholieke als een openbare mr. Die zijn apart gekozen door personeel van de openbare en de katholieke leerlijn. Aangezien de gesprekspunten vrijwel altijd gelijk zijn, is gekozen voor gezamenlijk vergaderen. Het voorzitterschap en secretariaat gebeurt om en om vanuit de twee medezeggenschapsraden. Pas wanneer besluitvorming aan de orde is, trekken de mr-leden zich terug in twee verschillende lokalen en daarna sturen ze ieder apart hun besluit schriftelijk naar de directie.

Het grote risico van deze constructie is natuurlijk dat de ene mr een voorstel afwijst terwijl de andere ermee instemt. Dat is nog niet voorgekomen, meldt de directeur met enige trots. Hij verklaart de harmonie uit goede communicatie en een handreiking: Zentveld vraagt nooit om advies aan zijn mr-leden, maar altijd om instemming. "We wijken daarmee iets af van de modelreglementen, maar wat is de zin van het vragen van advies om het dan naast je neer te leggen?"

Stapelen
De Stichting Voortgezet Onderwijs Parkstad Limburg (SVO|PL), het bestuur van de praktijkscholen, kent een verwante situatie op het Bernardinuscollege, eveneens in Heerlen. Daar delen gymnasium, atheneum en mavo/havo een gebouw. Verder gaan ze niet, benadrukt secretaris René Hensgens van de gmr bij SVO|PL: "Het is dus geen scholengemeenschap, maar een gemeenschap van scholen. Er zitten daar ruim 1700 leerlingen, het Bernardinuscollege brengt drie deelschoolgidsen uit en er zijn drie medezeggenschapsraden. De inspectie vindt dat een voorwaarde. Het is historisch zo ontstaan dat alle scholen hun eigen brinnummer hebben gehouden. Alleen de mavo en de havo zijn een tiental jaren geleden gefuseerd vanwege de leerlingaantallen. Maar verder is het lucratiever om met drie brinnummers te werken in plaats van met een."
De stapeling van brinnummers betekent ook dat er heel wat scholen vertegenwoordigd kunnen zijn in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Maar opnieuw blijkt hier een pragmatische keuze gemaakt: een personeelslid en een ouder of leerling per locatie. Hensgens: "Ze vergaderen natuurlijk ook vaak gezamenlijk en daarbij maken ze onderling uit wie er in de gmr komt. Op de praktijkschool is momenteel de openbare mr gemandateerd door de katholieke en volgend jaar kan dat weer andersom zijn. Dit maakt het allemaal wel wat ingewikkelder, maar zolang het voordeliger is zien wij geen reden om scholen te gaan samenvoegen. Al zal ik beslist niet propageren dat dit de ideale oplossing is."

Leerlingaantallen
Een brinnummer, de basis voor de bekostiging van onderwijs, verwerft een school niet zomaar. De organisatie moet aantonen dat er voor de gewenste opleiding voldoende leerlingen zijn te verwachten over een lange periode. Inleveren van het brinnummer is verplicht als een school de leerlingaantallen te ver ziet dalen, wat veelal leidt tot fusies onder een bestuur. In het verleden hebben veel schoolbesturen ook extra brinnummers uit handen gegeven door scholen met verschillende vestigingen bestuurlijk samen te voegen. Het ministerie moedigde dat aan door grote scholen te bevoordelen bij de bekostiging. Dat is inmiddels verleden tijd: beschikken over meerdere brinnummers is nu voordelig, omdat elk nummer een vast bedrag oplevert.
In Noord-Holland zitten de scholen van Dunamare nog met de gevolgen van het verleden. Leo van de Valk, voorzitter van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, schetst de situatie: "In het verleden zijn fusies aangegaan en toen is alles platgegooid, omdat 1 brinnummer voordeliger was. Nu hebben we 24 scholen waarvan er 12 een eigen brinnummer hebben. Verder zijn er een combinatie van 6, een combinatie van 4 en een combinatie van 2 scholen." Een school mag dan volgens de wet een combinatie van opleidingen zijn met verschillende vestigingen, in het spraakgebruik is voor veel ouders, leerlingen en personeelsleden de locatie de plek waar het om gaat: daar ga je naar school en dat is dus dé school. Op dat niveau moet je dan ook de medezeggenschap regelen op al die 24 plekken, vinden de gmr en het college van bestuur: iedereen een gelijkwaardige positie.
"Maar volgens de regels kan dat niet. We zijn ermee naar de geschillencommissie gegaan en die vindt de het brinnummer de ruimte bepaalt. De zes scholen die onder een brinnummer vallen, mogen dus maar een medezeggenschapsraad instellen." En dat knelt, want die ene mr heeft vervolgens duizenden leerlingen onder zijn hoede en kan te maken krijgen met zes locatiedirecteuren.
De oplossing volgens Dunamare: deelraden per locatie die het werk doen, samen de mr vormen en de gmr kiezen. Van der Valk: "Het is een grote stap, maar het geeft alle nodige ruimte om geschillen uit te vechten als dat nodig is. Meestal komen we er hier wel uit. De constructie is een gedrocht. Maar alle scholen zitten in een mr dus het is overal mogelijk een geschil aan te gaan."
Het gepuzzel over bevoegdheden en taakverdelingen tussen gmr, mr en deelraad heeft Dunamare veel tijd gekost. De nieuwe reglementen zijn bij het verschijnen van dit tijdschrift net klaar, de mr-verkiezingen moeten zijn afgewikkeld voor de jaarwisseling en de gmr is in januari aan de beurt. "Kandidaten vinden is lastig. We hebben vijf raden goed bezet, bij de rest zijn hiaten. Daar moeten we nog hard aan trekken. Het geldt zowel voor de deelraden als voor de gmr."
Het zou voor de medezeggenschap handiger zijn om die zes vestigingen met hun aparte directeuren ieder weer een eigen brinnummer te geven, zegt Van der Valk: "Ze zijn ermee bezig, maar dat redden we niet op tijd. Ons idee was toch alle locaties alvast een eigen mr te laten kiezen, maar dat mag dus niet volgens de geschillencommissie. Het is wel het meest logische, want elke locatie heeft zijn eigen insteek en zijn eigen problemen."

Kandidaten
Locaties met en zonder brinnummer zijn ook aan de orde op de Groene Hart-scholen rondom Alphen aan den Rijn. Hier gingen vier scholen samen onder een brinnummer en vervolgens nam het bestuur een praktijkschool over die zijn eigen bekostiging behield. Dat moet zo blijven, vindt het bestuur. De zittende medezeggenschapsraad en het bestuur kozen voor deelraden op de vier locaties, maar daarmee waren de praktische vraagstukken nog niet de wereld uit. Op het moment van schrijven is hier nog steeds een mr actief van voor de inwerkingtreding van de wms. Het was lange tijd lastig kandidaten voor de deelraden te vinden, constateert voorzitter Glenn Crisson: "Met name de zetels voor leerlingen en ouders waren moeilijk, maar gelukkig komen de aanmeldingen inmiddels op gang."
De praktijkschool met zijn eigen brinnummer zorgt voor extra complicaties. In het verleden kon een mr-vertegenwoordiging van deze opleiding aanschuiven bij de rest, maar van de wms mag dat niet meer: de praktijkschool moet een eigen medezeggenschapsraad instellen, inclusief zetels voor ouders en leerlingen als die 13 jaar of ouder zijn. Maar formele medezeggenschap in het voortgezet speciaal onderwijs is een onderwerp waar nauwelijks ervaring mee bestaat en Crisson heeft er een hard hoofd in: "We hebben een ervaren persoon daar, maar die gaat weg. Er is een vervanger gevonden en twee ouders die wel in de mr willen om het onderwijs aan hun kind te verbeteren. We benadrukken maar niet te veel dat je daar andere wegen voor moet bewandelen."
Alsof dat allemaal nog niet ingewikkeld genoeg is, hebben bestuur en de overgangs-mr ook nog een lange discussie gevoerd over de formele kant van de zaak. "Het bestuur wil dat de deelraden functioneren als mr per locatie, aangevuld met een bovenschoolse gmr. Maar formeel moet er een mr zijn die de deelraden instelt en de gmr-leden kiest. Zo'n mr moeten we dan wel kiezen. Het bevoegd gezag vond dat eerst niet nodig. Daartussendoor speelt het praktische gegeven dat we de mensen niet konden vinden. De nieuwe structuur zou 1 september ingaan, maar dat lukt niet zonder mensen. Het vinden van betrokken ouders is steeds moeilijker geworden na de fusie. Als we 1 december alles voor elkaar hebben, knijp ik in mijn handen. Want als je mensen vertelt, dat ze zich wel moeten voorstellen aan de achterban, een beetje bekend maken waar ze voor staan, dan ligt dat bij sommigen ook weer moeilijk."
Zelfs het organiseren van een verkiezing is lastig op de Groene Hart-scholen, heeft Crisson ervaren: "Postzegels kosten geld. Onze school heeft financiële problemen, omdat het personeel gemiddeld oud is. Maar we hebben 2500 leerlingen, daar zou je toch 16 ouders en 16 leerlingen moeten kunnen vinden."
Medezeggenschap volgt zeggenschap, is een belangrijk uitgangspunt van de wet. Daarom hebben op praktijkscholen ook de leerlingen een stem en zit de mr overal aan tafel met de machthebber die daadwerkelijk toezeggingen kan doen. De theorie past alleen niet altijd bij de werkelijkheid, constateert Crisson: "In de wms staan heel mooie dingen, maar de starheid is een bezwaar. De wet houdt geen rekening met praktische omstandigheden."

AOb: medezeggenschap is meer dan een nummer
Het uitgangspunt 'medezeggenschap volgt zeggenschap' gaat over macht en structuur, niet over inhoud. Medezeggenschap uitoefenen is iets anders dan braaf en slaafs het bevoegd gezag volgen, welke vorm dat ook aanneemt.
De autonomie van scholen leidt al jaren tot machtsvorming: besturen fuseren om een grotere macht te hebben en kunnen dan financieel meer aan. Soms leidt zo'n fusie tot constructies die zich lastig verdragen met de regels voor medezeggenschap en dan vloeien er nogal eens krokodillentranen.
De AOb moet dikwijls een verrassend antwoord geven op vragen over het inpassen van medezeggenschap in gecompliceerde bestuursconstructies: die constructies blijken in veel gevallen onwenselijk of simpelweg niet toegestaan. In feite probeert het bestuur een eigen probleem af te wentelen op de mr.
Los van deze discussies moet voorop staan dat medezeggenschap het meeste effect heeft wanneer dit gebeurt op de meest praktische manier, wat voor constructies een schoolbestuur ook optuigt. Een gemeenschappelijke begroting of gezamenlijk management? Dan ook één medezeggenschapsstructuur!
Goede medezeggenschap is ook een vorm van machtsvorming en machtsuitoefening. Besturen die voor zichzelf leuke constructies hebben bedacht, zitten niet altijd te wachten op echte tegenmacht. Raakt een mr over zo'n constructie in de vuurlinie, besef dan dat het helemaal niet gaat over een regelklem tussen brin en wms. Vrijwel altijd is de basisregel van het spel aan de orde: speel altijd de zaak open en eerlijk.
Wie oprecht streeft naar daadwerkelijke medezeggenschap, heeft veel mogelijkheden. Indien de schoolorganisatie de medezeggenschap accepteert zoals die door de betrokkenen zelf wordt gewild, dan is er geen commissie of financier die zegt dat zo'n afspraak niet mag of niet kan.

Verschenen in Infomr 4/2008

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren