School moet afvoer chemisch afval professioneel regelen

Arbeidsomstandighedenwet, risico-inventarisatie- en evaluatie, plan van aanpak. Op papier klinkt het prachtig en de intenties achter al het papierwerk zijn ook mooi. De praktijk is echter vaak weerbarstig. Geduld en doorzettingsvermogen komen soms goed van pas voor mr-leden die wat willen verbeteren op het brede terrein van de arbeidsomstandigheden. Binnenkort krijgen medezeggenschapsraden in het voortgezet onderwijs een gedegen brok informatie in handen: de arbocatalogus.
Anne-Marie Roerdink is chemisch analiste en al weer een jaar of tien technisch onderwijsassistent voor scheikunde bij de christelijke scholengemeenschap De Heemgaard in Apeldoorn. Die telt 1400 leerlingen op de afdelingen vmbo-tl, havo en atheneum. Al ruim drie jaar is Roerdink (af en toe) in de weer om voor elkaar te krijgen dat het chemisch afval van de school, dat ontstaat bij de scheikundelessen, op een verantwoorde manier wordt afgevoerd. "Niet alleen vanwege het milieu, maar vooral ook omdat we aan de leerlingen het goede voorbeeld moeten geven. De school moet dus de afvoer van het afval goed regelen", meent de analiste, lid van de mr en de gmr.

Het gaat bij De Heemgaard aan het einde van iedere schooljaar om pakweg 30 kilo, waaronder brandbare vloeistoffen en allerlei oxiderend en vast chemisch afval. De stoffen hebben kwalijke eigenschappen voor het milieu. Het afval blijft over na allerlei leerzame proefjes. Roerdink probeert in de loop van het schooljaar steeds het volume zoveel mogelijk terug te brengen door in te dikken en te filtreren, maar uiteindelijk blijft ze met het restmateriaal zitten. "Dat voer ik met mijn eigen auto af naar het chemisch afvaldepot van de gemeente. Zo gaat het op veel scholen. Soms zelfs op de fiets met het afval in een boodschappentas! Dat is natuurlijk eigenlijk te knots voor woorden. De school is verantwoordelijk en moet de afvoer dus goed regelen. Dat moet niet afhankelijk zijn van een goedwillend personeelslid."

Potje fosfor
De onderwijsassistent dacht een drie jaar geleden de oplossing te hebben gevonden. Als de chemokar van de gemeente, die bij particulieren het klein chemisch afval ophaalt, nu eens één of twee keer per jaar een rondje langs de scholen zou maken? Na veel overleg met de schoolleiding besloot Apeldoorn er niet aan te beginnen. Het gemeentebestuur verwees door naar de grote afvalverwerkende bedrijven. De reden: op scholen ontstaat ook afval dat je bij particulieren niet snel aantreft. Daar is de ophaaldienst niet op toegerust.
"Voor mijn tijd kwam de gemeente het afval wel bij de scholen ophalen. Maar dat is gestopt. Misschien zadelde één van de scholen ze een keer op met een potje fosfor of zo?" Roerdink gist ernaar, maar weet het niet zeker. Bij de gemeente is niets bekend van een dergelijk incident of enige wrevel. Het ligt louter aan de regels, vergunningen en wetten, bezweert het stadhuis.

Geen alternatief
Een echte afvalverwerker is in de ogen van Roerdink geen alternatief, want die werkt op een heel andere schaal. Het gaat bij scholen om kleine hoeveelheden van veel verschillende stoffen. ,,Van zo'n bedrijf krijg je per afvalsoort een vat waar 60 liter in past. Waar moet je al die vaten laten? Dan heb je een uitpandig 'plofhok' nodig met alle daarbij horende risico's. Terwijl het afval nu nog in een betrekkelijk kleine kluis veilig staat. Bovendien moet je een uitgebreide afvaladministratie aanleggen. Dat kost veel geld dat beter besteed kan worden." Toen ze alle paden vergeefs had afgelopen, kaartte ze de kwestie via de gmr aan. En dat hielp: er is een oplossing voor het transport van haar jaarlijkse 30 kilo chemicaliën gevonden, dankzij de informatiebehoefte van het bestuur. Dat zit zo: De Heemgaard is onderdeel van de Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs die vier scholen runt in Apeldoorn. De stichting heeft tussen de scholen een 'postauto' rijden. Het college van bestuur heeft besloten dat deze auto een brandblusser krijgt. Vanaf dit schooljaar gaat het chemisch afval met deze auto onder begeleiding van een technisch onderwijsassistent naar het gemeentedepot. Roerdink: "Niet helemaal ideaal, maar op dit moment het hoogst haalbare. Op elke school moet alleen nog één persoon verantwoordelijk gesteld worden voor de praktische afhandeling. Het goede van de regeling is dat we er mee duidelijk maken dat de eindverantwoordelijkheid bij de school ligt. En dus niet bij het personeel."

Tl-buizen
Leen Donk (39 onderwijsjaren) is voorzitter van de sectie scheikunde van de NVON, de Nederlandse Vereniging van het Onderwijs in de Natuurwetenschappen. Hij herkent het beeld dat Roerdink schetst enigszins. Vroeger werden scholen nog wel eens als particulier gezien door gemeentelijke ophaaldiensten en konden ze hun afgewerkte chemicaliën moeiteloos kwijt. Nu is alles verzakelijkt, verzelfstandigd of geprivatiseerd. Scholen vallen onder de duurdere categorie 'bedrijven' voor hun afval.
"De oplossing in Apeldoorn kan bij dit soort kleine hoeveelheden goed werken. Toch adviseer ik om een contract af te sluiten met een professionele afvalverwerker. Je hebt als school ook een voorbeeldfunctie. Op onze school kost dat zo'n 700 euro extra per jaar voor alle soorten chemisch afval in de school. Dus ook voor tl-buizen en zo", zegt Donk, in het dagelijks leven conrector voor 1850 leerlingen van vmbo, havo en vwo op De Lage Waard in Papendrecht. Het is een soortgelijke school als de Apeldoornse Heemgaard, maar de afvalverwerker zadelt hem niet op met onwerkbare opslageisen. "Die grote vaten zijn onnodig en zo'n afvaladminstratie vergt bij dat soort kleine hoeveelheden enige creativiteit."
De NVON probeert al langer wetgeving te vertalen naar eenvoudig hanteerbare praktische regels. Als gevolg van de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet zijn ook de werkgeversorganisatie VO-raad en de AOb met een soortgelijke exercitie bezig. Ze maakten het afgelopen jaar voor elke onderwijssoort een arbocatalogus. Dit deden ze in nauw overleg met de NVON en andere verenigingen van vakdocenten. Zodat er eenheid komt in de praktische regelgeving. Donk: "Bij de afdeling verzorging moet bijvoorbeeld een keuken een gladde vloer hebben om hem goed schoon te kunnen maken, maar een stroeve om veilig op te werken. In de arbocatalogus komt dan het advies om een gietvloer met een speciale toplaag te gebruiken. Zo'n vloer is een goed compromis is tussen stroef en glad."
Donk verwacht dat het toepassen van de praktijkadviezen uit de catalogus op den duur de standaard wordt. "Ik weet dat arbeidsinspecties nu al met het NVON-boekje op stap gaan. Scholen die onze regels niet toepassen, hebben dan wat uit te leggen. Scholen die het anders doen, lopen bovendien meer kans om aansprakelijk te worden gesteld als er wat mis gaat."

Achterblijven
Zonder namen te noemen, weet Donk van scholen waar het goed loopt en andere die achterblijven met de verbetering van de arbeidsomstandigheden. "Je ziet toch nog steeds wel chemicaliën die opgeslagen staan in een kast zonder afzuiging. Niet alle dampen zijn even gezond en zo'n docent zegt dan: 'het gaat al jaren goed' of 'ik gebruik mijn budget liever voor leuke dingen dan voor de aankoop van een dure kast'. Maar in het algemeen zie ik toch een groeiend besef dat het goed is om de regels toe te passen."
Bij het doorvoeren van zulke afspraken en regels heeft ook de personeelsgeleding van de mr een taak. Die bespreekt met de werkgever de verplichte periodieke risicoinventarisatie- en evaluatie. Dat document maakt duidelijk op welke zaken de school extra moet letten. De werkgever schrijft een plan van aanpak en dient daarbij de arbocatalogus als een van de hulpmiddelen en informatiebronnen te gebruiken. Deskundige werknemers, die de titel preventiefunctionaris kunnen dragen, ondersteunen de werkgever daarbij. De taak voor de mr: in de gaten houden of alles goed loopt en contact houden met de preventiemedewerkers. Een van de zaken om op te letten: volgt de werkgever de breed gedragen arbocatalogus of proberen directies zelf het wiel uit te vinden?
De mr kan eventueel haar instemmingsrecht onthouden bij arbo-voorstellen die onvoldoende kwaliteit hebben, geeft Donk als voorbeeld van een allerlaatste maatregel: "Natuurlijk moeten we wel oppassen dat we niet doorschieten. In een practicumlokaal van een kleine mavo moet je natuurlijk hele andere maatregelen treffen dan op een laboratorium van een universiteit. Ik verwacht overigens wel dat de diverse arbocatalogussen de eerste jaren nog regelmatig bijgesteld zullen worden. Juist daarom zetten we ze op internet, dan is bijstelling eenvoudig door te voeren."

Verschenen in Infomr 3/2008

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren