'Investeer in de jacht op het ideale mr-lid'

Eind vorig jaar hield de projectgroep wms een landelijke studieconferentie in de Reehorst in Ede, waar honderden leden van medezeggenschapsraden tips en ervaringen met elkaar deelden. In lezingen, workshops en discussies kwam van alles aan de orde. Van het nut van een themaraad tot en met de vraag of er een profiel te maken valt van ‘het ideale (g)mr-lid' en natuurlijk de prangende kwestie: hoe krijg je genoeg en goede mensen in de mr?
Moeten er profielen worden ontwikkeld waaraan een goed (g)mr-lid moet voldoen? Alsjeblieft niet, was de reactie van veel aanwezigen bij de workshop van Gerry Hermsen, scholingsmedewerkster van de Algemene Onderwijsbond: "Dan krijgen we helemáál niemand meer voor de medezeggenschapsraad." Hermsen kent de praktijk: "Het zou natuurlijk luxe zijn als je zoiets kon eisen. Je bent allang blij als iemand het wil doen. Maar belangrijk is natuurlijk altijd dat iemand gemotiveerd is om in de mr te gaan zitten."
Vaak komt het voor dat iemand van de personeelsgeleding te horen krijgt dat hij of zij 'aan de beurt' is om de mr te zitten, merkt Hermsen. "Of dat een personeelslid zegt: laat mij maar zitten, ik weet nu hoe het werkt."
Toch zijn er wel tips en trucs om nieuwe leden te werven. "Netwerken. Tijd investeren. Onbekend maakt onbemind. Ga drie of vier keer koffie drinken en praten. En meet de successen van je mr breed uit. De mr heeft een slecht imago. Het maakt toch niks uit, hoor je vaak als reactie. Overtuig ze van het tegendeel."
Het is belangrijk om binnen de mr de sfeer goed te houden, adviseert ze. "Je moet als mr een win-wingevoel creëren. De andere partij mag natuurlijk z'n gezicht niet verliezen. In de klas kan iedereen dat, maar binnen de mr voel je ineens de gezagsverhouding, terwijl die niet ter zake doet daar. Het gaat niet over jou als individu, maar over een kwestie."
Natuurlijk zit er altijd veel verschil in de deskundigheid van de verschillende mr-leden, erkent Hermsen. Ouders voelen zich vaak onzeker omdat ze de stortvloed aan afkortingen in het onderwijs niet goed kennen, maar zij zijn weer beter op de hoogte van de opvattingen/discussies bij het hek van de school. Binnen een mr kun je elkaar best helpen, vindt ze: "Als je het zelf goed snapt maar merkt dat anderen opvallend stil zijn kun je even dóórvragen, zodat zij het ook gaan snappen."
Hermsen verwacht groeiende animo voor het mr-werk, zei ze op het congres, vooral omdat de faciliteiten nu eindelijk goed geregeld zijn. Officieel moet een raadslid in het basisonderwijs voor mr-werk minstens 100 uur krijgen binnen de jaartaak. In het voortgezet onderwijs schrijft de cao zelfs tenminste 160 uur voor. In grote organisaties is dat natuurlijk makkelijker te faciliteren, maar mocht het moeilijk liggen: je hebt er récht op, het staat in de cao, aldus de vakbondsmedewerkster.

Kan wel zijn maar plezierig is anders, klonk het onder veel instemming uit de zaal: "Het is gewoon niet prettig als je altijd voor je eigen rechten moet vechten."

Projectgroep wms: puntjes moeten op de i

De nieuwe wet medezeggenschap op scholen (wms) heeft veel teweeg gebracht: er zijn wat koplopers waar alles op rolletjes loopt, maar er zijn toch ook nog wel wat pijnpuntjes, constateert Rob de Koning, voorman van de invoeringsorganisatie projectgroep wms. Hij gaat bij problemen actief bemiddelen en wil de deelname van leerlingen vergroten via filmpjes op YouTube.

Laatst kwam er weer zo'n wanhopige mail binnen van een medezeggenschapsraad: wat konden ze in hemelsnaam doen om het bestuur in beweging te krijgen. Er was nog geen nieuw statuut, nog geen reglement, en ondanks mondelinge en schriftelijke aansporingen gebeurde er helemaal níks. "In het uiterste geval kun je dan naar de ondernemingskamer stappen", zegt Rob de Koning. "Maar dan moet je een advocaat inhuren en als de rechter een uitspraak moet gaan doen, zijn de verhoudingen helemaal verziekt."
De Koning vindt dat zijn projectgroep moet voorkomen dat het zo uit de hand loopt: "Wij gaan daar actief op af. Bemiddelen."
Ziet hij de achterstand als onwil van zo'n bestuur? De projectleider toont zich mild: "Ach welnee. Het zijn vaak mensen met hart voor de school, maar voor het bestuurlijk leiden van zo'n organisatie toch vaak niet echt goed toegerust. Goedwillende amateurs."
Een ander verbeterpunt is de deelname van leerlingen in de medezeggenschap. Op havo, vwo en gymnasium valt het nog mee, maar in het vmbo is het aantal leerlingen in de mr ontzettend laag. Dat moet beter kunnen, vindt De Koning. "Ik snap het wel: zeker leerlingen die nogal praktisch zijn ingesteld, zijn er wat angstig voor. Die denken dat het moeilijk is, veel praten en vergaderen. Ze voelen zich in zo'n club niet vanzelf thuis."

Coachen en begeleiden
Maar ze horen er wél bij te zijn, benadrukt De Koning. "Daar ligt echt een taak voor de schoolleiding: die moet deze leerlingen coachen en begeleiden." Om het mr-werk aan te prijzen wordt er samen met het Landelijk Aktie Komitee Scholieren al gewerkt aan een Boomerang-kaartenactie en een filmpje op YouTube. "Met teksten als: thuis heb ik niks te zeggen maar in de mr voer ik het hoogste woord", geeft de Koning aan op welke toon deze doelgroep mogelijk wel te bereiken is.
Ook de deelname van ouders kan beter, blijkt uit onderzoek. Vooral het voortgezet onderwijs haalt het streefpercentage van 25% bij lange na niet. "Als kinderen mondiger worden, zitten ze natuurlijk niet te wachten op een vader of moeder die ook op school rondloopt. En de betrokkenheid van ouders bij de school neemt af als de kinderen ouder worden."
De mr in het vo praat vaak vooral over zaken die de personeelsgeleding aangaan, is de praktijk. "Het idee van 'samen opvoeden' dat in het primair onderwijs speelt, zit er natuurlijk nauwelijks meer bij." De tegenstrijdigheid van belangen komt in het vo ook veel scherper naar voren: "Denk aan de 1040 uur. Daar staan ouders natuurlijk vaak lijnrecht tegenover personeel en leerlingen."
En, krijgen de ouders ook een wervend filmpje via hun computer? "We gaan in gesprek met de ouderorganisaties om te kijken hoe we de betrokkenheid kunnen vergroten."

Heet hangijzer
Er zijn ook inhoudelijk nog wel wat knelpunten, merkt de projectgroep. "De vorming van de gmr is nog vaak een heet hangijzer. Die hoeft niet meer gevuld te worden vanuit de mr, maar we zien dat scholen toch vaak allemaal een eigen vertegenwoordiging in de gmr willen. Met 24 scholen heb je dan wel een probleem."
In het speciaal onderwijs blijkt de betrokkenheid van ouders in de mr eveneens erg laag. Dat was ook de verwachting: ouders kíezen vaak niet voor zo'n school, maar komen er terecht vanwege de specifieke handicap van hun kind. En ze zijn dan ook vooral betrokken bij hun eigen kind, en veel minder geïnteresseerd in de organisatie. Rob de Koning: "Maar kritische ouders zijn belangrijk voor een school, zéker in het speciaal onderwijs. Het gaat om samenspraak."

Medezeggenschap op niveau

Het komende jaar wil de projectgroep vooral aandacht gaan besteden aan de inhoud van de wms en de kwaliteit van medezeggenschap onder het motto 'medezeggenschap op niveau'. De nieuwe wet heeft veel teweeg gebracht, zegt projectleider Rob de Koning. "Iedereen is aan de slag gegaan met reglementen en statuten maar de nieuwe wet heeft ook tot veel discussies over de inhoud geleid. De schoolbevolking is gaan praten over betere vormgeving van de medezeggenschap in de eigen organisatie. Dat is natuurlijk winst, maar daardoor zijn formele zaken soms wat vertraagd."
De projectgroep wil dit laatste jaar van haar bestaan veel praktische hulp bieden en bemiddelen waar dat nodig is. Ze zal ook onderzoek aanmoedigen naar de kwaliteit en het effect van de nieuwe reglementen. Na de opheffing van de projectgroep blijft er een centraal informatiepunt en een website rond de wms bestaan.

De projectgroep wms is te bereiken op internet: www.infowms.nl en schriftelijk: Postbus 2127, 3500 GC Utrecht.

Verschenen in Infomr 2/2008

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren