Irene Asscher-Vonk: 'Na zitting geschillencommissie moet je toch met elkaar verder'

Ze noemt zichzelf een echte onderwijzeres. "Iets uitzoeken, iets vinden, dat uitleggen, kennis overdragen: dat is helemaal mijn afdeling." Sinds begin dit jaar is Irene Asscher-Vonk voorzitter van de nieuwe Landelijke Commissie Geschillen WMS. Wie is de vrouw die alle medezeggenschapsgeschillen de komende tijd onder ogen krijgt?
Ze heeft wel even getwijfeld, toen ze werd gevraagd om voorzitter van deze geschillencommissie te worden. Ze hád het al zo druk. Sterker, Irene Asscher-Vonk (1944) rent zich rot, zegt ze zelf. Vaak reist ze in gezelschap van een knalrode Brompton-vouwfiets, waarmee ze vanaf een station naar de plaats van bestemming snelt.
Het antwoord werd toch ja, want het leek haar zó'n mooie klus. "Ik vind het ontzettend leuk om met mensen te praten. In zo'n geschillencommissie praten ze via jou met elkaar. Je bent dienend bezig, probeert om het proces beter te laten verlopen. Dat vind ik prachtig."
Daarvoor bijt ze graag even op de tanden: "Over anderhalf jaar ga ik met pensioen, dan heb ik natuurlijk meer tijd. Maar het diende zich nú aan. Ze zeiden natuurlijk dat het wel mee viel met de tijdsbelasting. Daar lijkt het niet op. Nou ja, ik werk hard en graag."
Professor mr. dr. Irene Asscher-Vonk heeft inderdaad een indrukwekkende lijst van professionele bezigheden. Ze werkt fulltime als hoogleraar sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Is commissaris bij de KLM. Maakt deel uit van het Bisschoppelijk Scheidsgerecht (arbeidsconflicten tussen de kerk en bijvoorbeeld kosters) en zit in de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst, voor conflicten tussen de overheid als werkgever en bonden van overheidspersoneel. Zelf voegt ze er graag een privé-activiteit aan toe: "Ik heb sinds een tijdje twee kleinkinderen."
NRC Handelsblad omschreef haar in een portret als een 'onorthodoxe hoogleraar met durf'. Een beetje vanwege die vouwfiets natuurlijk, maar vooral vanwege haar karakter. Daarover zei ze in datzelfde artikel: "Ik benader mensen graag positief. Omdat ik weet dat ik zelf beter functioneer als ik positief benaderd wordt."
Wat is de overeenkomst tussen al die bezigheden, en wat is er zo aantrekkelijk aan? De nevenfuncties houden haar in contact met waar het werkelijk om gaat, zegt ze: "Op de universiteit ben ik toch vooral theoretisch bezig. Elke kans om met de praktijk in aanraking te komen grijp ik aan."
Ze houdt zich graag bezig met mensen, en noemt het proces van kennis overdragen fascinerend. Irene Asscher: "Het onderwijsdeel van mijn werk vind ik erg leuk en boeiend. Kijken hoe je studenten meer erbij kunt betrekken, vernieuwingen doorvoeren. Privé heb ik het ook: ik ben nu twee keer grootmoeder en daar ben ik extatisch over. Ik kan niet wachten om kennis door te geven. Ze zijn 8 maanden oud, ik ben ze nu al liedjes aan het leren."
Het onderwijzen zit haar in het bloed. Opa Vonk was bovenmeester, 'hoofd eener school'. Haar vader was weliswaar musicus, maar de uitzondering in het gezin: zijn zussen stonden allemaal voor de klas.
Medezeggenschap heeft haar warme belangstelling. "In de bedrijven waar ik een commissariaat heb zit ik vrijwel steeds op voordracht van de ondernemingsraad. Daar hoor je wat er werkelijk speelt. Medezeggenschap is iets van de werknemers, maar de hele organisatie profiteert ervan."

In het onderwijs ligt het precies hetzelfde: "De medezeggenschapsraad is de plek waar je middelen aanreikt voor goed beleid. Waar je als leiding de dingen hoort die werkelijk spelen op de werkvloer. En waar je als werkvloer hoort over de plannen die er leven bij de leiding.

Rechten en plichten
Medezeggenschap is veel meer dan het uitoefenen van rechten en plichten. Als je goede medezeggenschap hebt, praat je niet alleen over waar je récht op hebt, maar over meer en dat draagt bij aan goed onderwijs. Natuurlijk moet je de rechten en plichten af en toe definiëren, piketpaaltjes slaan hoort erbij, net als in een relatie. Je moet elkaars positie kennen. Maar als de medezeggenschap goed is georganiseerd, kijk je nauwelijks naar de wet en heb je nooit een geschil. De geschillencommissie is dan alleen de stok achter de deur."
De praktijk is natuurlijk anders, heeft Irene Asscher al gemerkt: "In z'n algemeenheid geldt denk ik: soms zijn partijen het best eens, maar moeten ze het van een ander horen. Soms kun je het aan je achterban niet verkopen als je toegeeft." Ze kreeg er weleens mee te maken in een andere geschillencommissie, dat het vantevoren als duidelijk was dat de éne partij 'voor 300 procent' ongelijk had. Asscher: "Dat zag iedereen. Maar voor zo'n man is het belangrijk om de zaak voor te laten komen, om zeker te weten dat mensen zien wat hij dóet. Ik vind belangrijk dat je dat als commissie begeleidt. Dat je probeert om de partijen verstaanbaar te maken. Door dingen te vragen als: Zie ik het goed dat u dit of dat bedoelt... Begrijp ik nu dat u... Hoor ik het goed als u zegt... Dit klinkt alsof... Dat iemand niet denkt dat de baas hem een oen vindt, maar dat het erom gaat dat er echt niet meer geld is. Dan kun je een zaak wel verliezen, maar dat je 'your day in court' hebt gehad, helpt soms écht. Soms heb je ergens geen recht op, maar helpt het wel als dat op een nette manier wordt uitgelegd."
Ze noemt dit een belangrijk bijproduct van geschillenbeslechting. "Ook als je ongelijk krijgt, kan zo'n zitting een gevoel van tevredenheid opleveren. Je hebt gedaan wat je kon, de andere kant ook, en je hebt de gelegenheid gehad om iets duidelijk te maken. Dat je de overtuiging hebt dat mensen snappen wat je bedoelt. Dat is heel belangrijk."
Ze kent de medezeggenschapspraktijk in het onderwijs niet goed, zegt ze eerlijk. "Maar de anderen in de commissie gelukkig wel." De commissie is gevarieerd samengesteld, vindt ze. "Dat is belangrijk. Als commissie moet je zorgen dat er een klik is met de mensen die voor je staan, je moet eruit krijgen waar je om gaat. Daarom is het goed dat er verschillende types in zitten. Dat ze niet denken: daar heb je dat gekke mens met die grijze stekeltjes, wat moet ik daarmee."
Dat er nu één geschillencommissie is, lijkt haar een belangrijke stap voorwaarts: "Door de schaalvergroting krijg je meer eenheid, een betere voorspelbaarheid en meer gestroomlijnde jurisprudentie. Dat lijken me voordelen. Maar het zal voor iedereen erg wennen zijn. Het is toch een kwestie van het eigen nest moeten verlaten."
Ze is er nieuwsgierig naar om te ontdekken hoe belangrijk de denominaties toch zijn. "Dit lijkt het laatste bolwerk van de verzuiling, maar misschien wordt de drang daarnaar de komenden jaren juist wel sterker. Het is bij deze nieuwe commissie natuurlijk belangrijk om te kijken of we nette uitspraken doen, maar je loopt ook de kans dat de conclusie is: toch jammer dat we die denominatieve commissies niet meer hebben."
Een zaak bij een geschillencommissie medezeggenschap is iets bijzonders, vindt ze. De meeste juridische procedures spelen immers tussen mensen die al uit elkaar zijn, door bijvoorbeeld een scheiding of ontslag. Irene Asscher: "Dan hoef je niet meer met elkaar verder. Bij medezeggenschap ligt het anders. Daar moet je zorgen dat je met elkaar verder kunt. Je hebt steeds met elkaar te maken. Je moet er als commissie dan ook voor zorgen dat degene die ongelijk krijgt, het goed begrijpt en er toch mee door kan. Dat past wel bij me. Ik ben erg van het harmoniemodel."

Nieuwe commissie sluitsteen invoering wms

De wet medezeggenschap op scholen vernieuwt naast de medezeggenschapsregels ook de procedures bij meningsverschillen en conflicten. De instelling van een nieuwe commissie onder voorzitterschap van Irene Asscher-Vonk, die de tien oude commissies vervangt, is het sluitstuk van de invoering van de wet.
De wms maakt de geschillenregeling volwassen: voortaan bestaat er voor alle uitspraken hoger beroep bij de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam. Dat is ook de rechter waar elke mr of geleding naleving van de wet kan eisen wanneer een bestuur niet met andere argumenten valt te overtuigen; een advocaat is verplicht in dit deel van het traject.
Nieuw in de huidige opzet is verder de toegang tot de commissie voor deelraden, geledingen, groeps-medezeggenschapsraden en themaraden. Tot voor kort konden zij uitsluitend via mr of gmr een procedure aanspannen.
De types geschillen waarbij een beroep op de commissie mogelijk is, zijn gelijk gebleven. De tabel somt de mogelijkheden op, vermeldt wie naar de commissie kan stappen en welk toetsingscriterium aan de orde is.

Verschenen in Infomr 1/2008

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Categorie

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren