Agressie en geweld: Een veilig gevoel is niet genoeg

Als negen van de tien personeelsleden zich veilig of zeer veilig voelen op school, moet er dan iets gebeuren? Ja, want deze gunstige cijfers zijn voor een deel het resultaat van geluk en toeval: aan veiligheidsafspraken op scholen valt nog veel te verbeteren, blijkt uit recent onderzoek van de AOb. De medezeggenschapsraad kan het schoolveiligheidsplan niet links laten liggen en moet in actie komen als het document onder het stof is verscholen of zelfs helemaal niet bestaat.
Vechtende leerlingen op het schoolplein zijn van alle tijden. Ouders lijken vaker dan vroeger een leerkracht agressief te benaderen, bijvoorbeeld als de schoolprestaties van hun kind tegenvallen. In het verleden ondenkbaar, nu op sommige scholen een probleem: leerlingen die de hand opheffen tegen docenten, door ze uit te schelden, te bedreigen of te kijk te zetten op internet. In de vergaderkamer van de mr dingt fysiek geweld zelden door, maar dat kan geen reden zijn om sociale veiligheid van de agenda af te voeren. Directies en besturen hebben die neiging wel: krijgt een leerkracht te maken met agressie, dan is in een kwart van de gevallen de eerste reactie om het incident weg te praten, onder het tapijt te vegen en de ernst te verdoezelen. Maar de kruik gaat zo lang te water tot ze breekt: op elke school kan iets gebeuren dat een leerling, personeelslid of ouder onherstelbare schade toebrengt. Daarop niet voorbereid zijn, vergroot het risico.
Heeft de school een veiligheidsplan of geweldsprotocol? Ja, zei iets minder dan de helft van de ondervraagden in de recente AObenquête over dit onderwerp. Vier op de tien ondervraagden moest 'weet niet' antwoorden en de rest was er zeker van dat de school hier nog niet aan toe was gekomen. Aangezien plannen en protocollen alleen zinvol zijn wanneer de schoolbevolking weet van het bestaan, is hier voor heel wat medezeggenschapsraden werk aan de winkel.

Wie gaat over veiligheid
De Arbowet en de wet medezeggenschap op scholen vullen elkaar aan als het gaat om de veiligheid op scholen. De arbeidsomstandighedenwet uit 1998 geeft allerlei voorschriften die voor iedere organisatie met werknemers gelden, de wms voegt daar specifieke richtlijnen voor overleg in het onderwijs aan toe. In het primair en voortgezet onderwijs doet ook de cao nog een duit in het zakje met aanvullende afspraken. De regels in de Arbowet zijn vrijwel allemaal geschreven voor de werkgever. In de praktijk rust de eindverantwoordelijkheid meestal bij de hoogste leidinggevende in de arbeidsorganisatie: rector, schoolleider of voorzitter College van Bestuur. Wie precies aanspreekbaar is in de dagelijkse praktijk, moet staan in het managementstatuut - een document dat onder het adviesrecht van de mr valt.
Maar hoewel de werkgever volgens de Arbowet dus aanspreekbaar is als de inrichting van het bedrijf of de veiligheidsprotocollen niet deugen, verplicht artikel 12 van diezelfde wet hem om de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid te doen in samenwerking met het personeel. In de artikelen 1, 3 en 5 staat over welke onderdelen van beleid en plan van aanpak de personeelsvertegenwoordiging een stem heeft. Op scholen is de mr namens werknemers en leerlingen de overlegpartner. In grote organisaties is deze taak meestal overgedragen aan de gmr. Maar de mr van afzonderlijke scholen blijft de eerste controleur als het gaat om de uitvoering van het centraal afgesproken beleid. Op veel onderwijsinstellingen is het schoolveiligheidsplan het document waarin alle afspraken staan vastgelegd. De leiding kan zo'n plan niet op eigen houtje vaststellen of wijzigen: overleg met de mr is verplicht. Natuurlijk gelden voor het onderwerp veiligheid en agressie alle normale regels van medezeggenschap. De raad heeft recht op overleg met de werkgever en vertegenwoordigt daarbij werknemers, ouders én leerlingen. Als onderdeel van het informatierecht moet de werkgever de volledige risicoinventarisatie en -evaluatie aan de mr voorleggen, evenals het plan van aanpak dat daarbij hoort. Mr-leden moeten inlichtingen krijgen over de verdeling van taken en bevoegdheden binnen bestuur en management. Daaronder valt ook informatie over taken en bevoegdheden van alle functionarissen die betrokken zijn bij het arbo en het veiligheidsbeleid. Dat zijn in elk geval de veiligheidscoördinator, de arbocoördinator, de preventiemedewerker en de bedrijfshulpverlener. Is er geen veiligheidsplan of signaleert de mr een probleem? Dan is het initiatiefrecht een middel om veiligheid op de agenda van het overleg met de werkgever te plaatsen. De werkgever moet binnen drie maanden schriftelijk reageren en vervolgens in gesprek gaan met de mr. Leidt dat overleg tot voorstellen voor nieuwe regels, regelingen of besluiten op het gebied van veiligheid en gezondheid, dan heeft de mr instemmingsrecht.
Veiligheid en preventie kennen daarnaast nog specifieke regels die de formele positie van de mr versterken. Deskundigen die de werkgever inschakelt, meestal de arbodienst en de preventiemedewerkers in het team, moeten samenwerken met de medezeggenschapsraad. En als de arbeidsinspectie op school komt, mag de mr zelfstandig met deze functionaris spreken. De meeste inspecteurs maken hier in de praktijk graag gebruik van, ze betrekken de mr actief bij hun onderzoek.

Invloed en inzet
Op papier geven de regels de mr een sterke positie, maar in de praktijk hangt de werkelijke invloed van de medezeggenschapsraad af van de eigen inzet. In de praktijk staat de mr lang niet overal vooraan bij discussies over het veiligheidsbeleid. Wil een raad ermee aan de slag, dan zijn er bovendien enkele typerende verschillen tussen de bevoegdheden van de volledige mr, de personeelsgeleding en de vertegenwoordigers van ouders/leerlingen. De vuistregel: de personeelsleden in de mr hebben als werknemers het meest te vertellen, ouders komen aan bod als maatregelen ook betrekking hebben op de leerlingen.
Bij de belangrijkste onderdelen van het schoolveiligheidsbeleid heeft dat het volgende effect: Voorstellen van de werkgever voor vaststellen of wijzigen van regelingen rond de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of re-integratie moeten aan het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad, de pmr, worden voorgelegd ter instemming (wms, artikel 12 lid 1 onderdeel k). Het begrip 'regelingen' dekt een breed gebied. We noemen het plan van aanpak als onderdeel van de risicoinventarisatie en -evaluatie, de keuze voor een arbodienst, de inhoud van het contract met deze dienst, afspraken over procedures en maatregelen op het gebied van veiligheid en gezondheid.
Ouders en leerlingen praten mee als het gaat om schoolregels over het gebruik van ruimtes, lokalen en voorzieningen, gedragsregels tijdens en na de lessen, procedures bij incidenten, afspraken over de aanpak van agressie tussen leerlingen onderling. Daarom heeft de raad als geheel instemmingsrecht over maatregelen die werknemers, ouders en leerlingen raken (wms artikel 10 onderdeel e).
Komt er geld aan te pas, dan is ook de volledige mr aan zet. Denk daarbij aan het inhuren van veiligheidsdeskundigen, contracten met externe instanties en bedrijven, de aanschaf van beveiligingsmaterialen.
Verder kan veiligheid ook een rol spelen bij andere mr-aangelegenheden zoals nieuwbouw, verbouwingen, het opleidingsplan voor personeel en specifieke voorzieningen voor leerlingen.

Actie
Een ingrijpend incident is voldoende om problemen rond de veiligheid op de agenda te krijgen. Voor blijvende aandacht is een structurele aanpak nodig. Dat begint met het verzamelen van feiten uit de eigen organisatie: de registratie van incidenten. Is die er niet, dan kan de mr scoren voor open doel: meten is weten. Een analyse van de feiten moet vervolgens duidelijk maken of er risico's bestaan op een 'explosie' van geweld. Zowel het bestuur als de mr kunnen met ideeën komen om de risico's beter te beheersen. Soms doet het wonderen wanneer een veiligheidscoördinator of arbocoördinator aantreedt: zo iemand kan tijd en kennis inzetten om een veiligheidsplan te ontwikkelen. Wil de discussie juist helemaal niet op gang komen, dan kan de mr er altijd nog op wijzen dat de Arbowet en de cao iedere onderwijsinstelling verplichten om aan het schoolveiligheidsbeleid te werken. Is er druk van hogere machten of uit de schoolbevolking nodig, dan zijn rapporten van de Arbeidsinspectie, de Onderwijsinspectie of enquêtes onder leerlingen en ouders geschikte instrumenten.
Langs welke weg veiligheid ook op de agenda komt te staan, de kans is groot dat het onderwerp ingrijpender en veelomvattender groter blijkt dan de initiatiefnemers dachten. Dat hoeft geen probleem te zijn zolang de keus niet valt op de gemakkelijkste oplossing: een kopietje van het schoolveiligheidsplan van een andere instelling. Werken aan veiligheid moet de schoolbevolking gemotiveerd en gezamenlijk doen, van week tot week. Zonder eigen risicoanalyse is een goed veiligheidsplan niet te maken en zal het zeker niet aanslaan bij medewerkers, leerlingen en hun ouders.

Meer weten?
De AOb heeft twee brochures over schoolveiligheid, te bestellen via de website. De titels zijn: Veilig onderwijs (mei 2004) en Je staat er niet alleen voor (oktober 2007)
De AOb geeft in januari trainingen voor mr-leden, onderwijspersoneel en schoolleiders over veiligheid en agressie.

Stap 1 bestuur en mr vinden elkaar in de opzet
Resultaat: intentieverklaring "compliance of the willing"
• duidelijk startmoment
• publiciteit
• herkenbare markering
> de feitelijke aanleiding is in wezen niet beslissend

Stap 2 inventarisatie incidenten en risico's (vergaren basismateriaal)
• aanzet door directie en/of medezeggenschapsraad
• systematische en alle locaties omvattende registratie
• risico-inventarisatie en -evaluatie
• klachten
• aanvullend: een gerichte enquête
Resultaat: een overzicht van het actieveld

Stap 3 Raadplegen belanghebbenden en deskundigen (communicatie)
• bepalen en afbakenen speciale risicogroepen
• passende inspraakvormen kiezen (formele en informele kanalen)
• open communicatie zonder voorwaarden vooraf; enquête
• verantwoordelijkheden en bevoegdheden van degenen die met de uitvoering zijn belast
Resultaat: organisatie voor draagvlak

Stap 4 Intern beraad
• bespreking van voorgaande stappen in formele overlegorganen van directie, medezeggenschapsraad, ouderraad, arbocoördinator, preventiemedewerker
• analyseren van de verkregen gegevens - zonodig met behulp van externe deskundigen
• inhoudelijke bespreking van risico's en feitelijke incidenten (feiten versus gevoelens)
• prioriteitenbepaling
• terugkoppeling uitkomsten naar alle geledingen
Resultaat: een lijst met risico's waarin personeel, leerlingen en ouders zich herkennen

Stap 5 Afstemming tussen belangengroepen
• onderzoek van eventuele verschillen in benadering
• overleg met betrokken geledingen
• aanpassing plannen aan de hand van de gevoerde discussies
Resultaat: draagvlak bij alle betrokkenen

Stap 6 Prioriteiten en maatregelen
• bepaal de volgorde waarin de risico's worden aangepakt (eventueel per doelgroep verschillend)
• bespreek per risico welke maatregelen er mogelijk zijn, en kies voor een bepaalde aanpak
• maak een afspraak wie welke maatregelen uitwerkt en bewaakt
• terugkoppeling afspraken naar alle geledingen
Resultaat: een uitgewerkt actieplan en een begin van implementatie

Stap 7 Rol medezeggenschapsraad
• vaststelling van het schoolveiligheidsplan
• aanpassing schoolgids, en andere documenten
Resultaat: geconcretiseerd schoolveiligheidsplan

Stap 8 Bewaking proces en evaluatie
• datum bepalen voor evaluatie
• procedure afspreken voor worst-case-situatie
• bekendmaken van best practices in de hele organisatie
• mensen periodiek blijven informeren
• processen binnen de eigen organisatie aanpassen
• zorgen voor beklijvende en waarneembare veranderingen
• tijdig evalueren - zonodig aan de bel trekken

Verschenen in infomr 4/2007

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren