Invoering Wms niet van leien dakje

Halen ze 1 september of niet? Een nieuw medezeggenschapsstatuut en aanpassing van het medezeggenschapsreglement moesten op die datum verplicht klaar zijn in het primair en voortgezet onderwijs.
De wet medezeggenschap op scholen (Wms), van kracht sinds januari, stelt deze dwingende eis. Uit de talrijke vragen over de wms aan de helpdesk van de AOb was voor de zomervakantie op te maken dat sommige scholen flink hun best moesten doen om 1 september alle papierwerk gereed te hebben. Bestuur en gmr zijn daarbij van elkaar afhankelijk: statuut en reglement leggen de basis onder de medezeggenschap en over die fundamenten moeten de partners het van harte eens zijn.
Bij sommige scholen ging het in juni nog over eerste concepten van statuut en reglementen, bleek uit de vragen aan de AOb-helpdesk. Of die tijdens de zomermaanden supersnel zijn omgezet in definitieve stukken? De landelijke projectorganisatie wms houdt de vinger aan de pols met enquêtes, maar officiële cijfers daarover zijn er niet. Projectleider Rob de Koning verwacht dat deze maand driekwart van de schoolbesturen de zaak op orde heeft. Hij noemt dat een mooi resultaat. Op de scholen waar het allemaal niet van een leien dakje gaat, constateert de AOb dat zowel medezeggenschapsraden als bestuur aarzelingen hebben over de regels in de nieuwe wet. Zij zijn er niet direct van overtuigd dat de veranderingen een verbetering zijn voor hun praktijk van medezeggenschap.

Vier onderdelen komen naar voren uit de vragen die de AOb-helpdesk krijgt over de wms:
• weerstand tegen de omschakeling
• onduidelijkheid over de positie van de gmr
• het ontbreken van wettelijke richtlijnen over de faciliteiten die de school moet bieden
• onzekerheid over de praktische uitwerking van maatwerkopties als themaraden en medezeggenschap wanneer de school samenwerkt met andere organisaties zoals justitie, gezondheidszorg en dergelijke.

Hindernis 1: weerstand
Een klassieke opvatting in medezeggenschap luidt: adviesrecht is mooi, instemmingsrecht is beter. Immers, een bestuur kan een negatief advies naast zich neerleggen. De opvatting wordt wel eens geventileerd, dat je als mr eenmaal verleende instemmingsrechten dus nooit meer moet afstaan - ook niet als de nieuwe wet en de modelreglementen een onderwerp bij het adviesrecht indelen. Maar hoe dan ook, zowel de oude als de nieuwe wet schrijven voor dat die 'opgewaardeerde' rechten telkens na twee jaar vervallen, tenzij er een nieuwe afspraak wordt gemaakt. Daarover op dit moment blijven twisten, kan de aandacht afleiden van de vooruitgang in de wet. Het aantal bevoegdheden van de mr is aanzienlijk uitgebreid en in de geschillenprocedure rond een advies kijkt de commissie voortaan ook naar de inhoud in plaats van uitsluitend de procedure te beoordelen.
Of het ruilen van een oud instemmingsrecht voor een nieuw adviesrecht echt een verlies is, valt te betwijfelen: de inhoudelijke waarde van argumenten blijft gelijk en daar moet de echte overtuigingskracht in zitten.

Hindernis 2: onduidelijkheid
Zonder een gemeenschappelijke mr valt medezeggenschap niet langer te organiseren in organisaties met meer dan een school. Het bevoegd gezag kan over de totale begroting en diverse andere schoolbrede onderwerpen immers alleen met een gmr overleggen. Toch liggen scholen achter met de invoering en zijn de discussies over omvang en taakverdeling tussen mr en gmr nog volop gaande.
Omvang koppelen aan het aantal deelnemende scholen is niet verstandig als dat een gmr met tientallen leden oplevert. De wms geeft ruimte voor maatwerk: liever werkbaar overleg, dan onwerkbare afspiegeling. Scholen kunnen zelfs een 'ambassadeur' afvaardigen naar de gmr die niet in een mr zit. Deze vertegenwoordiger die van alle markten thuis is, moet natuurlijk wel extra aandacht geven aan de informatie naar de school en de mr die zijn 'achterban' zijn.
Het is niet nodig lang te twisten over de taken van de gmr: ze staan gewoon in de wet. Voor zover er iets te kiezen valt, adviseert de AOb adviseert met vakbonden en werkgevers om medezeggenschap daar te regelen waar de beslissingsmacht ligt. Is de centrale organisatie bevoegd, dan bespreekt die het onderwerp met de gmr. Medezeggenschap volgt zeggenschap.

Hindernis 3: complexe richtlijnen
Medezeggenschap kost tijd. Voor personeelsleden in de mr is dat werktijd waar de werkgever uren voor beschikbaar stelt. Hoe veel? Dat is een discussiepunt aangezien de wet geen minimum voorschrijft. Bestuur en mr kunnen er het best afspraken over maken tijdens de discussies over statuut en reglementen, met inachtneming van cao-bepalingen. Tip voor actieve medezeggenschapsraden: de wet stelt ook geen maximum. Is redelijkerwijs aan te tonen dat een gmr een vrijgestelde voorzitter of secretaris nodig heeft, dan moet die er komen.
Onkostenvergoeding voor scholing, deskundigen en juridische procedures moeten ook geregeld zijn en verder is het mogelijk dat de geleding van ouders en leerlingen een vacatievergoeding krijgt. Zo ontstaat er een complex stelsel van afspraken. Het is in deze startfase even doorbijten, maar wie het nu goed regelt, kan er lang plezier van hebben.
Aan het eind van de rit moet het statuut een tweederde meerderheid halen in de voltallige mr of gmr. Lukt het niet om een akkoord te bereiken over de faciliteiten, dan is het mogelijk de zaak als onderdeel van een conflict over het statuut voor de geschillencommissie te brengen. Onder de oude wet gaf die zelden een oordeel over faciliteitenregelingen, de nieuwe wet geeft wat meer ruimte.

Hindernis 4: onzekerheid
Het maatwerk dat de wms mogelijk maakt, kan langdurige discussies oproepen. Themaraden, deelraden en groepsraden, het aanschuiven van externe deskundigen of betrokkenen, er zijn allerlei opties. Ingewikkeld blijkt ook de samenwerking tussen verschillende onderwijssoorten. Heeft een schoolorganisatie zowel vo als mbo onder haar hoede, dan gelden twee verschillende medezeggenschapswetten: wms en wmo. Instellingen voor gezondheidszorg of justitie die ook onderwijs verzorgen, zien zich geconfronteerd met onderwijsmedezeggenschap via de wms en 'gewone' medezeggenschap volgens de wet op de ondernemingsraden. Ook daarover lopen de discussies nog volop.

Tot slot:
Bij de vorige grote verandering, de wet medezeggenschap onderwijs (wmo) in 1992, was er ook veel commotie. Het duurde toen nauwelijks een jaar om iedereen te laten wennen aan de nieuwe regels. Al loopt de invoering van de wms niet overal van een leien dakje, er zijn ook vooruitstrevende werkorganisaties, waar gmr en bestuur ruim binnen de voorgeschreven tijd hun statuut en reglementen op orde hadden. Daar kan het gesprek dit schooljaar weer gewoon gaan over de inhoud van de medezeggenschap.

Verschenen in Infomr 3/2007

Gepubliceerd 2012-12-01 12:00:00

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren