Acht vragen (en antwoorden) over onderwijstijd

De eerste twee leerjaren op de middelbare school moeten minimaal 1040 uur onderwijstijd bieden en dat gaat na de zomervakantie in. Voor iedereen wordt die vakantie een week korter, maar leerlingen krijgen er roostervrije dagen voor terug. En leerkrachten? Dat is een zaak van onderhandelen tussen de mr, de schoolleiding en de vakbonden. Acht vragen en antwoorden over de positie van medezeggenschap in dit krachtenveld.

1. Wat zijn de verschillen tussen onderwijstijd, lestijd en werktijd?
Een leerkracht in het voortgezet onderwijs moet volgens de CAO 1659 uur per jaar werken, inclusief voorbereiding, huiswerk en andere taken. De werktijd omvat volgens dezelfde CAO maximaal 750 uren voor de klas.
Niet alle 1040 'lesuren' in de eerste twee klassen hoeven zich in lokalen af te spelen. Het protest tegen de bemoeienis van de overheid met lesroosters heeft een lijst opgeleverd van allerlei activiteiten die volgens de inspectie ook passen binnen het begrip onderwijstijd: boeken, roosters en rapporten ophalen en inleveren, proefwerkweken, stages, examens, projecten, sommige vormen van keuzevakken, zelfstandig werken aan opdrachten met aanwezigheidscontrole. Maar wanneer dit voor de leerlingen als les krijgen telt, geldt het volgens de AOb ook als les geven voor de betrokken docent. De uitwerking is onderdeel van het taakbeleid, vast te stellen in overleg met de personeelsgeleding van de mr.
Alles wat buiten de les gebeurt, moet voldoen aan drie criteria om mee te tellen: uitvoering onder de pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van onderwijspersoneel, onderdeel van het verplichte onderwijsprogramma, inspirerend en uitdagend karakter dat bijdraagt aan een zinvolle invulling van de studielast.


2. Wat is maatwerk precies?
Van de 1040 uur onderwijstijd mag elke school 60 uur invullen als maatwerk, bestemd voor leerlingen die specifieke aandacht nodig hebben. Daarbij gaat het om alle vormen van begeleiding, vanaf het inlopen van achterstanden tot en met het begeleiden van uitblinkers. De activiteiten zijn toegankelijk voor iedere leerling, maar niet verplicht. Mentoruren, afstandsonderwijs en loopbaanactiviteiten komen eveneens in aanmerking, plus wat de school nog meer bedenkt als aanbod voor beperkte groepjes leerlingen. Vanwege het maatwerk voldoet een lesrooster met 980 klokuren al aan de 1040-norm, als er maar een goed verhaal bij hoort. Maatwerk moet zijn besproken met de medezeggenschapsraad. Voor leerkrachten is het opletten geblazen: een maatwerkactiviteit kan zowel binnen als buiten lestijd vallen, afhankelijk van de vraag of het werk in het rooster staat en hoe de lesdefinities zijn vastgelegd in het taakbeleid.

3. Hoeveel werkdagen gaat het jaar tellen?
Er valt een hele rekensom op te zetten vanaf 365 dagen met aftrek van weekeinden, vakanties, roostervrije dagen, verplichte vrije dagen als Tweede Kerstdag enzovoorts. Uiteindelijk komt de wetgever uit op 190 inzetbare lesdagen. Dat is inclusief de momenten voor roosters, rapporten, boeken, werkweken, examens en projecten. De AOb heeft al in 2008 aangetoond dat elke school in staat is om binnen 38 weken deze 190 lesdagen in te plannen. Al die dagen zijn de leerlingen op school en werken de leerkrachten.
Naast de twaalf vakantieweken zijn er dan nog twee weken 'over'. De leerlingen krijgen drie roostervrije dagen, goedmaker voor het vervallen van een week zomervakantie. Daarnaast zijn er volgens de wetgever negen semi-roostervrije dagen: de school geeft dan geen onderwijs, maar de leerkrachten zijn aan het werk. Met deze bemoeienis doorkruist de wetgever het overleg over arbeidsvoorwaarden tussen degenen die daar werkelijk over gaan, vinden de AOb en de werkgeversorganisatie VO-raad. In de nu geldende CAO hadden zij al afgesproken dat leerlingen en leerkrachten dezelfde rechten zouden hebben op roostervrije dagen. Dat leken er in een eerder wetsvoorstel vijf te worden.

4. Valt er nog te schuiven met vakanties?
Zes weken zomervakantie liggen vast, evenals twee weken rond de kerst en een week meivakantie. De minister van onderwijs schrijft voor wanneer deze vakanties beginnen, inclusief de spreiding in de zomer tussen de regio's noord, midden en zuid. Dan blijven er nog vier weken over voor herfst- en voorjaarsvakantie die het management bepaalt. De medezeggenschapsraad heeft over dit onderwerp en over de indeling van de roostervrije dagen adviesrecht. Goede Vrijdag, Paasmaandag, Pinkstermaandag en Hemelvaartsdag blijven verlofdagen. De vrijdag na Hemelvaart is volgens de minister een lesdag, tenzij de school en de mr ervoor kiezen om deze als roostervrije dag aan te wijzen. In sommige jaren zal Hemelvaartsdag in de meivakantie vallen. Vakanties verlengen door er roostervrije dagen aan vast te knopen is mogelijk om leerlingen en ouders te plezieren, maar van leerkrachten worden die dagen wel werkzaamheden verwacht. Aan het begin en einde van de zomervakantie mogen maximaal zes roostervrije dagen liggen.

5. Wat doen leerkrachten op de roostervrije dagen?
Uitvallende lessen rond de vakanties waren de aanleiding voor de nieuwste wettelijke bemoeienis met onderwijstijd. Door de zomervakantie in te korten en de leerlingen extra roostervrije dagen te geven denkt het ministerie scholen te dwingen efficiënter te werken: zoveel mogelijk deskundigheidsbevordering, vergaderingen en besprekingen moeten zich afspelen op de dagen dat de leerlingen er toch niet zijn, terwijl zij wel recht houden op hun 1040 onderwijsuren. Medezeggenschapsraden en schoolleiders zullen hierbij zelf moeten uitvinden welke werkwijze het best past. Als de minister zich er zo min mogelijk mee bemoeit, ligt het volgens de AOb voor de hand om leerlingen en leerkrachten zo gelijk mogelijk te behandelen: zes roostervrije dagen rond vakanties voor het starten en afsluiten van het schooljaar, waarbij leerkrachten werken. De andere zes slim spreiden over het jaar en iedereen vrij geven, zoals voor vijf van de zes dagen al is afgesproken in de CAO.

6. Hebben ouders en leerlingen ook iets te vertellen?
Het adviesrecht over vakanties en roostervrije dagen geldt voor de volledige medezeggenschapsraad, maar zodra er arbeidsvoorwaarden aan te pas komen speelt het CAO-overleg tussen werkgevers en vakbonden de eerste viool. Zo staat in de laatste CAO voor het voortgezet onderwijs dat leraren en leerlingen allemaal recht hebben op de toen bedachte vijf roostervrije dagen per schooljaar. Of er CAO-afspraken komen over de invulling van de nieuwe regeling is nog onbekend. Maar wat er ook gebeurt op centraal niveau, iedere school zal zelf moeten bepalen wat de nieuwe regels rond onderwijstijd betekenen voor het taakbeleid en dat is net als het formatieplan een zaak voor de personeelsgeleding in de mr. De ouder- en leerlinggeleding kunnen wel kennisnemen van de gegevens.

7. Valt er nog protest tegen ophokuren te verwachten?
De wetgeving rond onderwijstijd is aangenomen ondanks een stevige protestcampagne uit het onderwijs. De invoering van de nieuwe voorschriften gebeurt stapje voor stapje: de inspectie ziet het lopende schooljaar en ook 2013/2014 als overgangsperiode. De scholen moeten in overleg met hun medezeggenschapsraden een verantwoorde en zinvolle besteding vinden voor de 1040 uur onderwijstijd die ze moeten aanbieden in de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs. Hoewel zelfwerkzaamheid nog steeds mogelijk is als maatwerk, zijn de eisen daaraan zo ver aangescherpt dat het klassieke ophokuur onder toezicht van een onbevoegde surveillant niet meetelt voor de berekening.

8. Welke stappen kan de mr nu nemen?
De rekensom kan gevolgen hebben voor de formatie: mogelijk is er meer personeel nodig om aan de wettelijke eisen te voldoen. De formatieberekening moet aan de personeelsgeleding van de mr worden voorgelegd ter instemming.
De wet treedt in werking op 1 augustus 2013, dus dit is het moment om aan een jaarplanning te beginnen. Als de directie daar zelf nog geen stappen voor heeft gezet, zet het punt dan direct op de agenda via het initiatiefrecht. Over de invloed op het taakbeleid, de spreiding van de roostervrije dagen en eventuele gevolgen voor de formatie zal heel wat overleg nodig zijn, ook met de achterban. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Abonnees op het mr-servicepakket kunnen gebruik maken van hun adviesuren bij de AOb om voorstellen te beoordelen.

Verschenen in infomr 4/2012

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren