Het kronkelige pad naar een ondersteuningsplanraad

Passend onderwijs krijgt langzamerhand vorm. Overal in het land zijn nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan. Er liggen intentieverklaringen en koersplannen op tafel, klankbordgroepen overdenken de vraag wie er straks in de ondersteuningsplanraad moet zitten. InfoMR peilde de stand van zaken bij twee gmr-leden.
Jos Nelissen van de Michaelschool in Boxtel zit straks in een samenwerkingsverband met 125 scholen uit de regio Den Bosch. En Jos' allerhoogste baas, de in het zuiden des lands opererende Koraalgroep, heeft op zijn beurt te maken met zeventien samenwerkingsverbanden. Tussen Michael en Koraal zit Saltho Onderwijs, die vijf scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs bundelt en waar Jos voorzitter is van de gmr. In deze kluwen ontstond net als overal in het land verwarring over de vraag wat de gmr te vertellen heeft over de intentieverklaring om het nieuwe samenwerkingsverband aan te gaan. Adviseren, op basis van artikel 11 sub D van de Wms aangezien het bestuur duurzaam wil samenwerken met een ander bestuur? Nee, volgens ondermeer de minister geldt artikel 18: als iets per wet is geregeld, vervalt het instemmingsen adviesrecht van de gmr. Pas bij de uitwerking mag de gmr advies geven, bijvoorbeeld over de vraag of het swv een stichting of een vereniging wordt.
"Maar ook daar hoor ik verschillende verhalen over", zegt Jos. Die hele discussie over artikel 11 of 18 zal hem een beetje worst wezen, zegt de gmr-voorzitter eerlijk. "Wat wel belangrijk is: hoe krijg je binnen zo'n samenwerkingsverband als speciaal onderwijs een bepaalde positie? Hoe gaat ons bestuur in overleg met andere besturen? Daar wil je als gmr bij betrokken zijn."
Een stuurgroep van negen bestuurders doet de voorbereiding van het samenwerkingsverband van 125 scholen. Tot nog toe houden de negen de Saltho-gmr goed op de hoogte, vindt Nelissen. "We krijgen alles ter kennisgeving doorgestuurd, prettig transparant." Over de intentieverklaring ontving zijn gmr toch een adviesaanvraag. "Dat hoefde dus niet volgens de wet, maar het is wel beter natuurlijk. Zo weet je dat een gmr achter je plannen staat. Anders komt er in een later stadium alleen maar gedoe van."

Informatieavond
Tijdens een informatieavond voor alle betrokkenen bij de medezeggenschap kreeg de regio een toelichting op de stand van zaken. Nu is het tijd voor de volgende stap: een ondersteuningsplanraad (opr) die de medezeggenschap rond het swv op zich neemt. Jos: "Dat wordt een ingewikkelde operatie. Alle 125 moeten het erover eens worden wie daarin gaat zitten en hoe goede communicatie en terugkoppeling met de achterban gegarandeerd kan worden."
Een klankbordgroep en de stuurgroep zijn in overleg over alles wat bij zo'n oprichtingsfase hoort. Hoe bepaal je wie er in de opr komt?
Moet er een verdeelsleutel komen per schoolbestuur? Per aantal leerlingen? Wat spreek je over de stemverhoudingen af? Heeft een groot bestuur meer zeggenschap? Wat is een werkbare omvang voor een opr?

Juiste plek
Rechtstreekse vertegenwoordiging voor elke mr zal niet gebeuren en dat hoeft ook niet, vindt Jos Nelissen. "In zo'n opr moeten mensen zitten die organisatie-overstijgend kunnen denken, die vanuit het samenwerkingsverband als geheel kijken. Misschien is een bepaald kind beter af op een andere school dan de jouwe. Wij moeten als speciaal onderwijs niet alleen vanuit ons eigen belang kijken. En anderen moeten dat ook niet doen."
Hij verwacht geen hevige verkiezingsstrijd. "Die opr vergadert natuurlijk op een behoorlijk abstract niveau. Maar daar moet instemming komen op het ondersteuningsplan, het niveau waar het geld binnenkomt." Is hij niet bang dat het speciaal onderwijs, met relatief weinig leerlingen immers, ondergesneeuwd raakt in de ondersteuningsplanraden? Dat hun stem niet wordt gehoord of nauwelijks telt? Nelissen: "Ik ga ervan uit dat we als speciaal onderwijs gewaardeerd worden om onze expertise
en onze positie moet natuurlijk gegarandeerd zijn. Elk swv moet straks zelf beslissen waar de extra middelen naartoe gaan. Het ene swv zal meer naar het reguliere basisonderwijs door willen sluizen, het andere misschien meer naar het speciaal onderwijs."
Maar minder geld gaat toch ten koste van de formatie? Jos Nelissen rekent op het gezond verstand, blijkt uit zijn woorden. "Je moet er samen uitkomen. Als je zoveel mogelijk kinderen binnen het reguliere onderwijs wilt plaatsen, doe je een extra beroep op je leerkrachten. Als je in een klas van 32 kinderen ook nog eens vier of vijf rugzakjes hebt... dat betekent wel wat voor je team."
Over de verwachte overstap van 'de lichte gevallen' uit het speciaal onderwijs naar de reguliere scholen moet je niet te makkelijk denken, waarschuwt Nelissen. "De klassen worden toch al steeds groter en dan krijg je er als leerkracht straks ook nog moeilijkere kinderen bij. Zo'n verschuiving betekent automatisch dat de overblijvende problematiek binnen het speciaal onderwijs ook zwaarder wordt. Daar zie ik wel een probleem."

Concentratiestoornis
Gmr-voorzitter Nelissen denkt dat er soms te makkelijk wordt gedacht over inpassing van leerlingen uit het speciaal onderwijs naar het reguliere basisonderwijs. "Zelfs kinderen die 'alleen maar' een concentratiestoornis hebben, dat vraagt al wat in een grote klas. Wij zetten dan een wekker: 1 minuut moeten ze aan een som werken, en daarna mogen ze weer even wat anders. Dat gaat niet in een grote klas." Hij wijst op het soms 'wat grovere taalgebruik'. "Dat heeft een ander effect in een groep van zeven in het so, dan in een klas met 25 leerlingen."
Op zijn eigen school praten kinderen relatief veel over de thuissituatie, er is weinig schaamte en de school springt soms praktisch bij: "Als een kind niet heeft ontbeten, dan gaat er even iemand naar de bakker. Dat zie ik in een gewone klas niet gebeuren." Natuurlijk moet elke school zoeken naar passende oplossingen en hij verwacht daar veel creativiteit. "Misschien komen er speciale klassen binnen het reguliere onderwijs. En er kan natuurlijk veel gebeuren met de inzet van onderwijs-assistenten en ambulante begeleiders."
Nelissen gaat uit van 'realistische keuzes' bij het maken van elk ondersteuningsplan. "Het gaat erom dat elk kind straks op de juiste plek komt. Het reguliere basisonderwijs stuurde kinderen misschien weleens te makkelijk met het busje mee. Nu moeten ze het toch beter afwegen: is het niet beter voor een kind om in de eigen buurt te blijven, wat kunnen extra onderwijsassistenten en ambulante begeleiders betekenen."

Voeling
'Zijn' gmr heeft inmiddels een koersplan voorgelegd gekregen, de voorloper van het toekomstige ondersteuningsplan. Een voorbeeld daarvan staat ondermeer op de site van de po-raad. Het bespreken van het koersplan was dus niet verplicht maar het bestuur wil graag "voeling met de werkvloer houden", omschrijft Nelissen.
Bij het opstellen van het schoolondersteuningsprofiel is een belangrijke rol weggelegd voor de mr. Nelissen: "Wat is je expertise op schoolniveau? Wat kan en wil je als team? Ben je goed in de begeleiding van kinderen met
een autistisch spectrum? Als mr moet je serieus met je directeur om tafel: welke leerlingen kunnen er komen en hoort daar bijvoorbeeld een scholingsplan bij voor de docenten? Moet je als school allround willen zijn of je specialiseren? Wat mag je van een leerkracht verwachten in een klas met 25 leerlingen en een aantal rugzakjes? Je moet het staks echt met z'n allen gaan doen, en daar horen goede afspraken bij, bijvoorbeeld over de noodzaak van bijscholing en over taakbeleid."
Er is nog wel even tijd, maar er is ook veel nog onduidelijk, zeker wat betreft de medezeggenschap. "Het draait er bij de opr natuurlijk om dat je het vertrouwen hebt van je hele achterban, maar dat kunnen wel dertig medezeggenschapsraden zijn. Hoe communiceer je daar als opr mee en welke middelen krijgt de opr daarvoor? Dat wordt puzzelen."

Steunpunt op komst

In een binnenkort op te richten steunpunt medezeggenschap passend onderwijs gaan alle onderwijsbonden, ouderverenigingen en de po- en vo-raad samenwerken. Er komen handreikingen, modellen, checklists en voorlichtingsbijeenkomsten. Het eerste advies: begin met een voorlopige opr (vopr) die met het bestuur van het samenwerkingsverband afspraken maakt over het nieuwe medezeggenschapsreglement. Dat regelt de definitieve samenstelling van de opr en de verkiezingen. Schoolbesturen krijgen de raad om de instelling en samenstelling van de vopr ter instemming aan hun gmr voor te leggen. Het steunpunt komt nog met handreikingen over de opr-faciliteiten en het contact met de achterban.
Volgens de AOb heeft de gmr op heel wat punten adviesrecht of instemmingsrecht bij de uitwerking van de samenwerking, waaronder keuzes voor de rechtsvorm, omvang en inrichting van de organisatie, gevolgen voor personeel en de inrichting van medezeggenschap.
Meer informatie volgt op www.infomr.nl in de loop van 2013.

'Leerkracht praat nergens mee. Dat vind ik zorgelijk.'

Harmien Ypma werkt in het speciaal basisonderwijs, op sbo Universum in Amsterdam en zit zowel in de mr als in de gmr van stichting Openbaar Onderwijs Amsterdam-noord.
"We worden op de hoogte gehouden van de voortgang bij ons samenwerkingsverband, we krijgen als gmr de stukken, maar ik heb er toch een beetje een dubbel gevoel over. De werkvloer wordt er niet echt bij betrokken, het speelt zich allemaal erg op bestuursniveau af. Ik zie nergens dat er een leerkracht mee praat, dat vind ik zorgelijk. Straks wordt er van alles beslist, en hoor je het als leerkracht als laatste."
"Ik vind het belangrijk dat we dicht bij het vuur zitten. Er is wel afgesproken dat er iemand uit het speciaal onderwijs in de opr komt, het idee is nu dat die uit vijf leerkrachten en vijf ouders bestaat, uit verschillende besturen. Ik zou zelf wel in de opr willen, maar dat is afhankelijk van hoe het gefaciliteerd wordt. Je zit er straks namens meerdere scholen en die moet je informeren, daar moet je dan wel de tijd voor krijgen, je wilt het toch goed doen."
"Passend onderwijs biedt ons wel kansen, als sbo-school kunnen we onze kennis meer naar buiten brengen, zodat andere scholen bij ons terecht kunnen en we onze kennis meer delen dan we nu doen. Ik verwacht dat we straks met zwaardere problematiek te maken krijgen, dat we meer cluster 3 en 4-kinderen op onze school krijgen. De plekken op het sbo zijn goedkoper dan op het speciaal onderwijs. Dan moeten we straks met minder middelen moeilijker leerlingen begeleiden, en onze groepen zijn met vijftien toch een stuk groter dan gemiddeld acht in het speciaal onderwijs."
"Je merkt dat er door de veranderingen wel goede inhoudelijke gesprekken ontstaan op school: hoe ziet ons ondersteuningsprofiel eruit? Welke kinderen kunnen we goed opvangen, welke expertise hebben we in huis en hoe kunnen de kinderen hiervan profiteren, wat betekent de 's'van sbo. Dat vind ik wel positief."

Verschenen in infomr 4/2012

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren