Dossier passend onderwijs: Voorlopers vol vertrouwen

Hoeveel leden moet een ondersteuningsplanraad hebben, hoe worden die gekozen, moeten er geoormerkte plekken zijn voor het speciaal onderwijs, hoe zit het met de faciliteitenregeling, wat is een goede zittingstermijn? Het zijn vragen die ertoe doen, maar antwoorden zijn er nog niet. Het nieuwe steunpunt komt op www.medezeggenschap-passendonderwijs.nl met richtlijnen en standaardmodellen, maar in de praktijk zetten al enkele voorlopers al de eerste stappen.

In de provincie Friesland hebben alle 68 schoolbesturen van het primair onderwijs de koppen bij elkaar gestoken en besloten dat er slechts één samenwerkingsverband komt voor de hele provincie. En dus ook één ondersteuningsplanraad voor de 505 scholen en 63.000 leerlingen in het po. Er is een pilot geweest waarbij ondermeer een website is ontworpen, waarop ouders, besturen, personeelsleden, directeuren en (g)mr-leden met elkaar konden discussiëren over alle ideeën die er leven rondom een ondersteuningsplanraad. Het format van die website is gratis beschikbaar voor elke opr en kan via het steunpunt worden aangevraagd. Het beheer en de inhoud moet je als opr wel zelf regelen.
De deelnemers aan de pilot hebben zich ondermeer gebogen over de vraag hoe groot zo'n opr zou moeten zijn. Niet minder dan twaalf mensen, niet meer dan twintig, was de overheersende mening. Zestien lijkt voor Friesland een mooi aantal. Wie bezet deze zetels? Bemoei je daar als mr actief mee, laat dat niet bepalen door het bestuur van het samenwerkingsverband, adviseert Marieke Boon van het steunpunt medezeggenschap passend onderwijs. "Je kunt je verkiesbaar stellen en laat je betrokkenheid merken." Zorg dat er mensen in de opr komen die weten wat er op de werkvloer speelt, adviseert Boon.

Kwaliteitszetels
Is het belangrijk dat de opr een afspiegeling is van de verschillende denominaties? In Friesland zijn ze er nog niet uit, maar dat lijkt toch een beetje teveel van het goede. Het plan is wel om van de zestien zetels in de Friese opr, via het medezeggenschapsreglement twee 'kwaliteitszetels' te reserveren voor het speciaal basisonderwijs, en twee voor cluster 3 en 4 scholen. "Bestuurlijk zijn die scholen natuurlijk vaak heel klein", zegt Boon "maar het ondersteuningsplan, de extra middelen, dat gaat over hún werk. Zij zijn een belangrijke schakel." Ivo Krikke, ouder en gmr-lid: "Het lijkt mij echt nodig dat er een vertegenwoordiging van cluster 3 en 4 scholen in de opr zit. In zo'n opr praat je direct mee, en zij moeten toch nauw bij betrokken zijn, lijkt ons."
Dus moet je er ook voor zorgen dat je deze 'specialisten' niet allemaal tegelijk laat vertrekken uit een opr, waarschuwt Petra Torenga alvast, die net als Ivo Krikke deel uitmaakt van de werkgroep opr Friesland, in de gmr van Proloog zit en als intern begeleider op twee basisscholen in Leeuwarden werkt. Mocht er vanuit die sectoren geen interesse zijn om actief te worden in de opr, dan blijven die zetels niet ongebruikt, maar kunnen ze worden ingenomen door anderen, is de gedachte in Friesland.

Informatiebron
Krikke denkt dat de opr ook een belangrijke rol kan spelen als informatiebron, voor ouders bijvoorbeeld: "In de medezeggenschap haal je aan de éne kant informatie binnen, maar je hebt ook een belangrijke rol als verstrekker van informatie. Ik kan me voorstellen dat (nieuwe) ouders bij een opr aan gaan kloppen. Sowieso is goede communicatie heel erg belangrijk." De opr wordt een belangrijke overlegpartner voor het bestuur van een swv, hoopt Ivo Krikke. "Elk swv maakt straks natuurlijk eigen keuzes, maar als opr denk ik dat je een bestuur wel kan voeden en sturen, bijvoorbeeld als het over de verdeling van specialisaties over de verschillende besturen gaat. Je wilt toch niet dat kinderen heel erg ver moeten gaan reizen bijvoorbeeld. Ik denk dat de opr straks ook goed de praktische gevolgen van keuzes in de gaten moet houden."
Er zullen verschillen ontstaan tussen de verschillende samenwerkingsverbanden. Het éne swv zal veel kinderen doorverwijzen, de ander zal proberen zoveel mogelijk zorgkinderen op reguliere scholen te plaatsen. Als lid van een opr kan het interessant zijn om straks je licht ook eens bij een ander samenwerkingsverband op te steken, denken Ivo Krikke en Petra Torenga. "Hoe komt het dat de één 2 procent doorverwijst en een ander swv 10 procent? Je kunt straks veel van elkaar leren."

Scholing
Medezeggenschapsraadsleden moeten erop letten dat er goede mogelijkheden voor scholing komen, adviseert Petra Torenga: "Uiteindelijk zullen er meer zorgkinderen in het regulier onderwijs terecht komen, dus als leerkracht moet je zorgen dat je daar voldoende kennis voor in huis hebt."
Torenga: "De opr wordt een erg belangrijk orgaan. Het gaat daar over de verdeling van het geld en de middelen. Je bespreekt vragen als: wil je het speciaal onderwijs laten groeien, of sluis je meer geld naar de reguliere scholen toe? Wat bied je bovenschools aan? Dat zijn allemaal belangrijke keuzes."
Het bestuur van het samenwerkingsverband, maar zeker ook de leden van de opr, moeten de kenmerken van de scholen goed in kaart hebben, vindt ze. "Wie heeft er een ringleiding zodat een kind met hoorproblemen er terecht kan? Of stel je geld beschikbaar aan de dorpsschool waar de ouders aankloppen? Ouders krijgen in het nieuwe systeem minder zeggenschap, maar als ze met een kind met Down aankloppen bij je school, moet je weten wat je wilt en kunt. Je hebt een zorgplicht. Wil je zo'n kind zelf opnemen, met extra geld en middelen, of is het beter af op een andere school?" Zowel binnen het swv als binnen de opr draait het om open, eerlijke en goede samenwerking, verwacht ze. "De onderlinge contacten moeten echt goed zijn."

Niet veel animo
Torenga verwacht niet dat er erg veel animo zal zijn om in de opr te gaan zitten, zegt ze. "Het gaat echt over beleid. Schooloverstijgend, bestuursoverstijgend kunnen denken. Tijdig aan de bel durven trekken, knelpunten signaleren. Nog meer dan in een gmr. Maar je moet tegelijkertijd wél weten wat de scholen kunnen, hoe het er heel praktisch op de werkvloer aan toe gaat." Het is zonder meer interessant werk, verwacht ze: "Je praat met mensen van andere besturen, met ouders, je hoort en leert veel. Er gaan denk ik nieuwe dingen ontstaan, misschien een sbo-klasje binnen een reguliere school. Dat is natuurlijk interessant om daar bij te zijn."
Een mr-lid op het wms-congres in Ede in november zei het zo: "Je zit straks in de opr niet voor je eigen school, niet voor je eigen bestuur, niet als katholiek of protestant maar om te zorgen dat alle kinderen het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben. Dat geld en middelen eerlijk worden verdeeld."

Verschenen in infomr 1/2013

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren