Dossier passend onderwijs: Team bepaalt grenzen en mogelijkheden

Denk als mr mee over het schoolondersteuningsprofiel, want dit document bepaalt de grenzen van het team en geeft aan op welke ondersteuning en begeleiding leerlingen kunnen rekenen. Het nieuwe steunpunt medezeggenschap passend onderwijs adviseert mr-leden om al in een vroeg stadium actief mee te werken aan het opstellen van de tekst. Zo kan de mr het best inhoud geven aan zijn adviesrecht. Binnenkort verschijnt op www.medezeggenschap-passendonderwijs.nl een checklist waarmee een mr het schoolondersteuningsprofiel van de eigen school kan beoordelen op haalbaarheid.

Werken aan een schoolondersteuningsprofiel is een mooie manier om met ouders en het team te praten over wat je als school wilt, kunt en eventueel nog nodig hebt, vindt Marieke Boon, communicatiemedewerker bij het steunpunt passend onderwijs. "Het geluid van de werkvloer moet natuurlijk doorklinken in zo'n plan. De mr heeft adviesrecht op het uiteindelijke sop. Wij vinden het goed om als mr, en ook als team en ouders, al in een vroeger stadium betrokken te zijn bij het opstellen van een schoolondersteuningsprofiel. Dan weet je echt wat er leeft op school en in de klas, wat men vindt en wil en kan."
Dat vindt ook de AOb, zegt beleidsadviseur medezeggenschap Marcel Koning. Veel scholen blijken een extern bureau in te schakelen om het schoolondersteuningsprofiel te schrijven. Als dat betekent dat team, ouders en mr nauwelijks bij de totstandkoming van een sop betrokken zijn is dat volgens Koning 'echt niet de bedoeling'.
Het opstellen van een schoolondersteuningsprofiel moet zorgvuldig gebeuren, waarschuwt Koning, en de mr dient er kritisch naar te kijken. Het draait erom dat je in het sop aangeeft wat je als team kan, of wat je wilt kunnen, en wat dit laatste dan betekent. Koning: "Kun je als team het huidige aanbod blijven waarmaken, en als je er in het sop voor kiest om zelfs extra ondersteuning aan te bieden: wat betekent dat dan? Zijn die competenties al aanwezig in het team? Wat investeert een werkgever in na- en bijscholing van leekrachten? Hoe past dit binnen het meerjarenbeleid professionele ontwikkeling, als dat überhaupt al is vastgesteld?" Laat je als team niet met het onmogelijke opzadelen, waarschuwt Koning. "Denk ook aan de gevolgen voor de taakbelasting. En past de eventuele nieuwe expertise wel bij de taken en competenties van de bestaande LC- en LB-functies in het basisonderwijs?"

Moeilijke gevallen
Bij sommige scholen heerst de angst dat een al té uitgesproken of juist een te algemeen schoolondersteuningsprofiel er straks toe kan leiden dat je 'zorgschool' wordt voor alle 'moeilijke gevallen'. Vertrouwen, eerlijkheid en openheid, een goed bestuur van het samenwerkingsverband en een goede opr kunnen dat voorkomen, zeggen alle betrokkenen. "Een schoolondersteuningsprofiel krijgt pas écht waarde als je het naast alle andere sop's legt van een samenwerkingsverband", zegt Eveline Miltenburg, die voor KPC Groep veel ondersteuningsplannen heeft geschreven. "Dan pas zie je de witte vlekken in het overkoepelende ondersteuningsplan. En dan moet je binnen het swv gaan bespreken: hoe vangen we die op? Gaan we hulp inhuren, of wil één van de scholen zich daarop gaan specialiseren? Je bent met z'n allen verantwoordelijk voor een dekkend aanbod."
Er zullen in de praktijk nog veel problemen opduiken, verwacht een mr-lid van een school in Noord-Holland: "Het gaat om onderwijsinhoudelijke zaken als: kan een team een zorgkind aan, maar ook om arbo-kwesties. Stel dat je als reguliere school een rolstoelkind aanneemt. Je hebt een lift, dus dat kan. Maar als er brand uitbreekt, mag je de lift niet gebruiken. Hoe krijg je zo'n kind dan beneden?"

Hulp ingehuurd
De manieren waarop de schoolondersteuningsprofielen tot stand komen, lopen erg uiteen. Om de ondersteuningsprofielen van alle scholen goed met elkaar te kunnen vergelijken, nam het samenwerkingsverband po in Friesland bijvoorbeeld één model als uitgangspunt, dat alle scholen gebruiken. Zo moet straks snel te bepalen zijn welke witte vlekken het swv Friesland nog moet invullen.
Arie Buur, directeur op de Cornelis Vrijschool, een eenpitter met 260 leerlingen in Amsterdam Oud-Zuid, haalde deskundigheid van buiten voor het opstellen van een sop. Buur: "Wij hebben KPC Groep ingehuurd om ons te helpen bij het schrijven van het schoolondersteuningsprofiel. Zij zijn in elke groep langs geweest, hebben lessen geobserveerd, met iedereen gepraat en alle sterke en zwakke kanten beschreven. Die bevindingen hebben we vervolgens steeds in de teamvergaderingen besproken."
Van zijn school stroomt ruim 80 procent van de leerlingen door naar het vwo, de CITO-scores horen tot de top 5 van de Amsterdam. "Maar wij hebben ook zorgleerlingen: kinderen die dyslectisch zijn, hyperactief, of thuis wellicht enigszins verwaarloosd worden. Ik vind dat je als school en leerkracht moet proberen om veel zelf op te lossen. Niet meteen extern ondersteuning aan moet vragen. Als leerkracht moet je de regie willen hebben, anders hol je je eigen vak uit."

Langs dezelfde lat
Volgens Buur zorgt de frisse externe blik van KPC Groep ervoor dat iedereen langs dezelfde 'lat' is gelegd. Dat maakt nu duidelijk wat er ontbreekt in de afstemming door de leerjaren heen. Het opstellen van het sop werkt volgens de directeur als een bewustwordingsproces. Arie Buur: "Gebleken is dat we bijvoorbeeld niet altijd hetzelfde bedoelen als we een term gebruiken. Voor de ene docent is zelfstandig werken bijvoorbeeld iets heel anders dan voor de ander. We horen nu precies van elkaar wat we allemaal doen, hoe we dingen aanpakken. Veel blijft anders binnen het eigen klaslokaal." Buur ziet nog meer voordelen: "Als je zoals wij hele goede eindresultaten haalt, is de bereidheid om te veranderen niet zo groot binnen een team. KPC Groep zorgt ervoor dat we daar samen over praten." Alle leerkrachten van de Cornelis Vrijschool spreken zich een voor een uit over een akkoord op het sop, nadat de interne besprekingen zijn afgerond. "Juist als eenpitter moet je als team heel goed weten waar je met z'n allen voor staat en je daaraan verbinden."
Het is niet vreemd dat scholen het schrijven van een sop uitbesteden, vindt Eveline Miltenburg (KPC Groep), die de afgelopen maanden vele tientallen sop's schreef. "Soms zijn scholen bang om dingen te missen en daarom besteden ze het schrijven van een ondersteuningsprofiel uit. Of ze willen een frisse blik. Wij nemen álle stukken erbij: het jaarplan, het zorgplan, beleidsplan etcetera." Dat een school het werk uitbesteedt wil niet zeggen dat het team buiten spel staat, benadrukt ze. "We werken met een digitale vragenlijst voor leraren, waarin casussen over klassesituaties staan. Die vragen gaan over wat leraren doen en kunnen in een situatie met een leerling met extra onderwijsbehoeften. We praten met sleutelfiguren, bijvoorbeeld de directeur, de intern begeleider, een leerkracht, en dan bijvoorbeeld juist een leerkracht die ook in de mr zit."
Ze merkt bij medezeggenschapsraden nog niet zo veel enthousiasme om hier dicht bij betrokken te zijn, is de ervaring van Miltenburg. Jammer, vindt ze. "Je zou als mr juist mee zou moeten denken en praten. Je moet willen weten waar jouw school staat, en wat passend onderwijs voor jouw school betekent."
KPC vindt ook dat er een ouder bij het opstellen van een sop betrokken zou moeten zijn. "Die hebben vaak weer een hele andere invalshoek, daarmee voorkom je blinde vlekken."

Analyse
Aan het eind van alle gesprekken maakt KPC een analyse: "die koppelen we terug en die moet worden besproken in het hele team. Dat laatste is echt belangrijk: iedereen moet zich bewust zijn van wat er in het ondersteuningsprofiel staat, het is niet het 'zoveelste beleids- stuk'. Het valt op dat er binnen een school toch nog veel onbekend is, zowel over passend onderwijs als over de ondersteuning binnen de eigen school. Vaak hoor ik: goh, dóen wij dat allemaal? De zorgstructuur gaat nu vaak buiten de klas om, sommige leerkrachten weten helemaal niet wat een zorgcoördinator bijvoorbeeld allemaal doet."
Miltenburg: "Het gaat erom duidelijk te maken wat je kunt bieden als team: ben je goed in cognitieve ondersteuning, sociaal-emotionele ondersteuning? En binnen het swv moet je straks gaan kijken hoe je dan een dekkend aanbod krijgt als je al die verschillende profielen naast elkaar legt. Maar het is moeilijk: die sop's zijn kwalitatieve verhalen, maar ze worden straks gebruikt voor kwantitatieve oplossingen en er hangt geld aan vast. Wij vinden dat je geen stickers moet plakken, zo van: wij zijn goed in autisten. Scholen zijn daar zelf ook huiverig voor, dat je de zorgschool wordt voor een stad. En de ene autist belast een school veel zwaarder dan de andere. Je kunt niet zeggen: bij vijf doen we de deur dicht. Maar je kunt wel criteria aangeven: de klassegrootte, de werkbelasting, je moet als team ijkpunten en grenzen aangeven en wat er anders aanvullend geregeld zou moeten worden. En het swv moet straks echt goed handelingsgericht gaan indiceren."

Eigen format
Gerieke van Til, beleidsmedewerker bij REC West en REC Zuid Holland Midden en Noord, heeft voor haar regionale expertise centra veel sop's opgesteld voor cluster 3 en 4 scholen. "We merken dat een deel van onze leerlingen nauwelijks bekend is bij het swv. Dus we hebben duidelijk aangegeven wat elke school kan bieden, wat kunnen we wel en niet opvangen. Zodat ouders en swv's daar straks een goed inzicht in hebben. We hebben niet met mr-leden gepraat: het is aan de scholen om
de sop's verder te bespreken, onze bedoeling was om aan de swv's te laten zien welke leerlingen er op onze scholen zitten." Het rec heeft een eigen format gemaakt voor een sop voor het speciaal onderwijs. "De bestaande modellen waren vooral geschikt voor het reguliere onderwijs. Een sop van een cluster 3 of 4 school moet veel specifieker zijn dan van een reguliere school. Wij kunnen niet volstaan met 'we hebben een protocol voor leerlingen met gedragsproblemen', want gedragsproblemen hebben leerlingen van cluster 4 scholen sowieso. Wij zoomen in het ondersteuningsprofiel meer in op welke diepteondersteuning we precies kunnen bieden."
Inmiddels hebben alle swv's waar leerlingen van de scholen onder vallen, zo'n ondersteuningsprofiel opgestuurd gekregen. Gerieke van Til: "We horen dat veel scholen nu toch weer een nieuw ondersteuningsprofiel moeten schrijven. Elk swv kiest een eigen model en eigen format voor zo'n ondersteuningsprofiel, en ze willen dat alle aangesloten scholen dat dan ook invullen, zodat ze het beter naast elkaar kunnen leggen."

Verschenen in infomr 1/2013

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren