Voorlopers passend onderwijs zoeken de juiste keuzes

Passend onderwijs kan niet langer vooral een grote operatie voor bestuurders blijven. Inmiddels is het de hoogste tijd om als team na te denken over de gevolgen van deze nieuwe wet. "Wil je kleinere groepen of juist meer handen in de klas?"
Samenwerkingsverband PO 2301 (Almelo en omstreken) is goed op schema, zegt Kees Hendriks. Hij is directeur van één van de nog geen twintig samenwerkingsverbanden (op een totaal van 150) die nu juridisch 'staan'. De schoolondersteuningsprofielen van de 120 scholen in de regio Almelo zijn binnen en bovendien allemaal volgens het zelfde format opgesteld, zodat ze goed naast elkaar kunnen worden gelegd om het geheel te overzien. Een oproep via elke mr en gmr van de scholen heeft in Almelo en omstreken inmiddels tien kandidaatleden voor de toekomstige ondersteuningsplanraad opgeleverd, maar dat zijn er nog niet genoeg. "Elk van de 23 besturen zal volgens afspraak één lid afvaardigen, om en om ouder of personeel. Daar moet dus nog wel wat gebeuren." Het ondersteuningsplan is natuurlijk nog niet klaar, maar Hendriks ziet al wel de grote lijn. Zijn regio is vereveningsgebied: tussen nu en 2020 zal er 30 procent minder leerlingen naar het speciaal onderwijs verwezen moeten worden. Het reguliere onderwijs zal zich dus op de 'lichtere' leerlingen van de huidige cluster 3 en 4 scholen moeten richten, voorziet Hendriks. "Het speciaal basisonderwijs en cluster 3 en 4 blijven bestaan en behouden in hoofdzaak hun specialisme."
Zijn swv wil zoveel mogelijk 'thuisnabij' onderwijs bieden in aansluiting op de 'basisondersteuning' die de reguliere scholen nu in hun ondersteuningsprofiel noemen. Dit betekent dat ze ook goede zorg kunnen bieden aan kinderen met een lichte gedragsproblematiek. Kees Hendriks: "Denk aan pddnos, lichte vormen van autisme, adhd. Een deel van die kinderen gaat nu met een rugzakje al naar het reguliere onderwijs, maar een ander deel bezoekt nog het speciaal onderwijs." Het swv realiseert zich dat bij dit aanbod deskundigheidsbevordering van het personeel hoort, zegt Hendriks. "We hebben nu vooral kort cursusaanbod, voor individuele leerkrachten. Maar we denken dat er meer teamgerichte scholing nodig is. Dus daar gaan we sterk op inzetten. Dat is echt een slag die gemaakt moet worden. Uitgangspunten worden de doelen die de scholen via hun eigen schoolondersteuningsprofiel aangeven."

Scholing en ontwikkeling
Zorg dat je als team goed weet wat er in het schoolondersteuningsprofiel staat, adviseert sectorbestuurder André Steenhart van de AOb. "Praat mee. Laat dat niet over aan de directie  en het bestuur. Wat biedt de school volgens het sop extra aan, naast de basiszorg? Hebben jullie die kwaliteit nu in huis? En zo nee: is er straks dan geld om die kennis extern in te huren, of is er een goed scholingsbudget, zodat het team zich zelf kan ontwikkelen op dat gebied? En wordt er ook tijd vrij gemaakt voor scholing, of betekent dat verhoging van de werkdruk?" Swv-directeur Hendriks merkt dat er pas nu meer op schoolniveau over de gevolgen van passend onderwijs wordt doorgepraat, zegt hij. Hij benadrukt bij 'zijn' directeuren, dat elk team zich goed bewust moet zijn van de keuzes die de school nu maakt. "Wil je met kleinere klassen gaan werken, of juist meer handen in de klas? Met klasse-assistenten of gespecialiseerde leerkrachten erbij, met voormalige ambulant begeleiders in je team? Het is moeilijk te zeggen waar de meeste winst te halen is. Elk team moet echt z'n eigen weg volgen, de ruimte nemen om daar keuzes in te maken. Ik denk niet dat we hier speciale klassen krijgen voor kinderen met gedragsproblemen. Ik bespeur de neiging om meer handjes in de klas te willen: dat blijkt vaak het best te werken volgens de leerkrachten zelf."
Het is een belangrijke keuze, zegt ook Steenhart. "Wil je kleine klassen? Of juist iets grotere, zodat je wat ruimer zit en misschien extra personeel in kunt zetten voor zorgleerlingen? Wat in groep 2 goed geregeld is, moet in groep 7 ook voor elkaar zijn, als die leerling daar komt. Stel dat je straks een kind met een zware Asperger-diagnose of syndroom van Down in de klas krijgt en je weet er nu nog niks van. Dat moet je als leerkracht kunnen managen als het in het ondersteuningsprofiel staat, en ook uit kunnen leggen aan de ouders van de andere kinderen in de klas."

Ambulant team
Swv PO 2301 gaat werken met een 'expertise- en diensten-team', waar de nu nog ongeveer 30 ambulant-begeleiders in zitten. Hendriks: "We denken dat we met minder ab-ers toe kunnen op termijn, zij krijgen mogelijk ook andere taken. Meer systeemgericht en minder leerlinggericht. Ze verkassen misschien deels naar scholen, dat is ook een mogelijkheid."
Elk van de 150 swv's maakt zulke eigen keuzes, zegt Steenhart. "Er gaan grote regionale verschillen ontstaan." Is het swv straks vooral een administratieve organisatie, waar wordt vergaderd en verwezen? Of zijn er orthopedagogen en logopedisten in dienst, die op uurbasis worden verhuurd aan scholen? Steenhart: "Nu zijn overal nog scholen voor speciaal onderwijs, maar blijft dat zo? Dat beslist elk samenwerkingsverband zelf."

Achterwacht
Toine Janssen, bestuurslid van swv PO 2507, Stromenland (Land van Cuijk, Nijmegen en Maas en Waal) spreekt van een 'grote klus' voor het onderwijs. "We hebben hier te maken met vier operaties: de nieuwe wet passend onderwijs, de integratie van zes weer-samen-naarschool swv's en twee regionale expertisecentra naar één nieuw swv, bezuinigingen in verband met de verevening, en dan gaan we ook nog nieuw beleid maken, bijvoorbeeld hoe gaan we indiceren en hoe gaan we de ondersteuning regelen?"
Hij hoopt natuurlijk dat het voor de kinderen uiteindelijk goed uitpakt, maar signaleert ook een trend die hem op basis van zijn ruime ervaring in het speciaal onderwijs niet bevalt: "Ik hoor veel collega's praten over het organiseren van 'thuisnabij-onderwijs'. Dat ze een klasje met zmok-kinderen op hun school willen inrichten. Dat werkt niet, voorspel ik. Voor dyslectische en mild-autistische kinderen gaat het misschien wel, maar als je met zwaardere gedragsproblemen te maken hebt, dan lukt dat niet met één klasje. Je moet rondom zulke klassen bijvoorbeeld een achterwacht hebben, als er even iets gebeurt. Eén klasje inrichten werkt ook niet: je hebt een bepaalde kritische massa nodig om kwaliteit te kunnen borgen. Je moet passend onderwijs niet gaan gebruiken om het speciaal onderwijs te decentraliseren, dat leidt tot kwaliteitsverlies."
Ook André Steenhart signaleert dat scholen de neiging hebben om 'zoveel mogelijk geld de school in te trekken' en waarschuwt daarvoor: "Je kunt er als school voor kiezen om in niveaugroepen te gaan werken, of een speciaal klasje op te zetten. Maar je moet het als team wél kunnen waarmaken."

Krimp
Ander punt van zorg van de AOb zijn de personele consequenties van de nieuwe wet. Het geld dat nu deels met een leerling meekomt, in de vorm van een rugzakje, gaat straks naar het swv. Elk swv kiest zelf hoe de ondersteuning wordt geregeld, veel bovenschools of juist niet. Steenhart: "Ben je benoemd als ib-er, dan moet je oppassen. Je loopt de kans dat als de middelen wegvallen, jij ook weg moet. Als je leerkracht met een bijzondere taak bent, is dat natuurlijk niet het geval." Ambulant begeleiders kunnen in de ene regio in dienst komen van het swv, in de andere een plek krijgen bij een bestuur, weer elders terechtkomen op een school: "Maar als je als ab-er nog nooit voor de klas hebt gestaan wordt dat natuurlijk moeilijk. En het kan gebeuren dat je nu als leerkracht op een krimpschool werkt en dat je moet plaats maken voor een ab-er die nog nooit voor de klas heeft gestaan." Er loopt op dit moment veel door elkaar, waarschuwt hij: "Veel regio's hebben te maken met krimp, er zijn nogal wat scholen die in de financiële problemen zitten, er wordt al veel gereorganiseerd. En passend onderwijs komt daar nu nog bij."

Procesbegeleider
SWV VO 2601 (Utrecht en Stichtse Vecht) is een voorloper. Hier gaat passend onderwijs na de zomervakantie al van start. De opr is nog niet volledig op sterkte; van de 24 plekken zijn er nu twaalf bezet. De voormalige ambulant begeleiders van de cluster 3 en 4 scholen zijn nu werkzaam bij het swv als 'begeleider passend onderwijs'. Daarbij is geen sprake van het weglekken van expertise, zegt Harriët Smit, programmaleider passend onderwijs. "Hun functie verandert wel. Zij worden meer generalisten, meer procesbegeleider op scholen dan leerlingbegeleider: ze dragen kennis over en versterken de school in de basis." Het deel van het rugzakgeld dat voor ambulante begeleiding bestemd was, krijgt de school nu in uren van de begeleider passend onderwijs . Het swv geeft 'stut en steun' aan de scholen, omschrijft Smit. "We willen als swv de basis op school helpen versterken. We ondersteunen met de begeleiders passend onderwijs, inzet van leerplicht, schoolmaatschappelijk werk, jeugdgezondheids zorg en daarnaast met scholing en training op onderwerpen als: zelfwerkzaamheid bij kwetsbare kinderen, omgaan met verlies en dood, communicatie met (allochtone) ouders."
Heeft zij, als voorloper, adviezen? Harriët Smit: "Je moet elkaar goed bij de les houden en zorgen dat iedereen, van bestuur tot de werkvloer, zich erbij betrokken voelt. Op elk niveau overleg, netwerken en themabijeenkomsten organiseren. Het swv communiceert vooral met de besturen en de schoolleiders, die bereiden hun teams weer voor op passend onderwijs. Die doorwerking is erg belangrijk."
Verandert er veel in de praktijk van alledag? "Als het al goed loopt op scholen, als er goed onderwijs wordt geboden en handelingsgericht en opbrengstgericht wordt gewerkt, verandert de praktijk eigenlijk niet", is de ervaring van Smit. De voorbereiding is vooral een grote operatie voor besturen en swv-en, vindt zij. Juridisch, financieel, de bedrijfsvoering.  Op school gaat het vooral om ómdenken: wat heeft dit kind nodig en hoe kunnen we dat het best realiseren."
Hoe zit het met het dekkend aanbod in haar regio? In opdracht van de gemeente Utrecht, het swv PO i.o. en het swv VO deed bureau Oberon een zeer uitgebreid onderzoek. Als aandachtspunt kwam daar onder andere uit dat het nog schort aan voldoende aanbod voor cluster 4 leerlingen, met name op havo/vwo niveau en zowel binnen het regulier onderwijs als binnen het VSO. "Veel reguliere scholen zetten nu persoonlijke coaching en ondersteuning op maat in, dat kan nog worden versterkt." André Steenhart noemt het 'een misser' dat de 76 swv's po en de 74 swv's vo geografisch niet samenvallen: "Zo ontstaat er dus niet zoiets als een doorgaande leerlijn voor de leerlingen." Steenhart roept mr-en op om zich actief met  de stand van zaken rondom passend onderwijs te gaan bezighouden. "Ik ben bang dat er veel in bestuurskamers wordt geregeld en weinig input is vanuit de scholen zelf, terwijl je het straks als team wel uit moet gaan voeren."

Verschenen in infomr 2/2013

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren