'We moeten goed naar de leerkrachten luisteren'

‘Papieren kinderen' bestaan niet meer en een directeur die ouders wegstuurt wordt daar meteen op aangesproken. Samenwerkingsverband 2704 (Zuid-Kennemerland, primair onderwijs) is een zogeheten voorloper en startte daarom op 1 augustus al met passend onderwijs. InfoMR sprak met Lucas Rurup, directeur van het samenwerkingsverband en Carola van der Schrier, intern begeleider in het speciaal onderwijs en voorzitter van de ondersteuningsplanraad.

Overal in het land wordt koortsachtig geschreven aan ondersteuningsplannen en nagedacht over opr-verkiezingen. De deadline voor de invoering van passend onderwijs nadert en dat betekent flink aanpoten. Maar dit samenwerkingsverband meldde zich vorig jaar doodleuk aan om al een jaar éérder te beginnen. Waarom? Directeur Lucas Rurup: "We liepen voor op het schema, omdat passend onderwijs een jaar was uitgesteld en wij gewoon door zijn gegaan. De schoolondersteuningsprofielen waren allemaal al geschreven. We hoefden niet meer te fuseren, alles was al in volle gang. We dachten: als we ons aanmelden als experiment en alles zelf bedenken, zijn die ideeën krachtiger dan wanneer we later iets kopiëren."
Rurup is een voorstander van passend onderwijs: "Er is veel bezuinigd, de klassen zijn groot. Maar dat heeft niets met de ideeën achter passend onderwijs te maken." Binnen dit samenwerkingsverband is 'thuisnabij'onderwijs al langer een groot goed, zegt hij. "Deze nieuwe wet geeft je natuurlijk een duwtje omdat het een verplichting is, maar het past bij onze visie: voor elk kind moet een passende plek in de wijk zijn. Die kun je vinden als je met de mensen die het kind het best kennen, in gesprek gaat: ouders en school. Dan kun je samen nadenken over hoe je het onderwijs aanpast, hoe je kunt differentiëren binnen je school en hoe je zorgt voor effectieve ondersteuning van zowel leerling als leerkracht."

Drie weken
Wat is er nu veranderd sinds 1 augustus? Er zijn nog steeds bijna 21.000 leerlingen, binnen swv 2704 hoefde geen enkele school dicht. Half september zaten er drie leerlingen thuis, de één slechts één week, een ander drie weken. Rurup: "We zoeken tot we wat hebben gevonden en het heeft altijd prioriteit."
Moeilijke leerlingen mogen niet als hete aardappels worden doorgeschoven. Rurup: "We gaan streng toezien dat er geen selectie aan de poort plaats gaat vinden. Zorgt een school echt voor de kinderen uit de wijk, of worden ouders toch doorgestuurd? Elke directeur moet bij een nieuwe aanmelding als eerste aan een ouder vragen: bent u al op een andere school geweest? En zo ja, dan word je daar als directeur op aangesproken door het samenwerkingsverband." Samenwerkingsverband passend onderwijs Zuid-Kennemerland werkt met wat zij het TOP- initiatief noemen: Transparant Opbrengstgericht en Passend onderwijs, een eigen uitwerking van wat de CED-groep Passend Indiceren noemt. Het beschikbare ondersteuningsbudget wordt daarbij zoveel mogelijk verdeeld over alle basisscholen, die dus zelf keuzes kunnen maken om ondersteuning extern 'in te kopen' of als dat niet voldoende is, een kind in overleg elders te plaatsen. Als een school een kind nu dus verwijst naar so of sbo, dan moet de verwijzende school daarvoor betalen, en het zorgbudget met het kind mee 'sturen'.
Dat geldt natuurlijk niet voor kinderen waarvan bekend is dat ze extra zorg nodig hebben, zoals leerlingen met Down, of bijvoorbeeld zmlk-leerlingen die al bij een zorginstelling bekend waren. Rurup: "Ik zie ondersteuningsprofielen van andere swv's: de één specialiseert zich op autisme, de ander op dyslexie of hoogbegaafdheid. Wij doen dat niet. Iedere po-school moet de populatie van z'n eigen wijk op kunnen vangen. Als je een kind met een stoornis in het autistisch spectrum hebt in jouw buurt, dan moet je daar als school mee kunnen dealen. Je moet dus als team na hebben gedacht over het scheppen van voorwaarden, het klassema- nagement, het pedagogisch klimaat. En waar nodig, is er voor kinderen het speciaal (basis) onderwijs."

Papieren kinderen
Dat de tijd van de indicatiecommissies voorbij is, beschouwt opr-voorzitter Van der Schrier als een groot goed. "Bij die indicatiecommissies waren het eigenlijk 'papieren kinderen'. Wij leverden een onderwijskundig rapport in en ik wist precies welke formulering werkte. Dus 97 procent van de aanvragen die we bij de commissie voor indicatiestelling indienden werd goedgekeurd." Het systeem met een cvi werkte voor niemand prettig, zegt ze: "In het verleden werden kinderen te vaak gescreend en getoetst voor een diagnose. Eerst kreeg een kind een stoornislabel opgeplakt en hoe zwaarder de stoornis, hoe meer geld er mee kwam om een passende plek op school te regelen." Het uitgangspunt van passend onderwijs is veel sympathieker, vinden Van der Schrier en Rurup.
In de nieuwe situatie heeft de cvi in Kennemerland plaatsgemaakt voor de triade (driehoek) van ouders, school en een toekomstige voorziening. "Zij kennen het kind het best, wij als samenwerkingsverband gaan daar niet tussen zitten. Als er in het reguliere onderwijs geen passend onderwijs gegeven kan worden voor een leerling gaan zij samen om tafel. Wat heeft dít kind nodig en voor welke periode? In principe gaat het altijd om tijdelijkheid. Wat moet een kind kunnen om weer terug te gaan naar de oude school?"
Ouders praten voluit mee en hebben daarbij natuurlijk soms een ander belang: "Bijvoorbeeld omdat ze niet willen dat een kind vaak van school moet wisselen en vinden dat hun kind ergens een paar jaar moet kunnen blijven." Bij geschillen wordt in principe mediation ingezet.

Gevoelsmatig zwaarder
Passend onderwijs zorgt ervoor dat de populatie van het speciaal basisonderwijs de komende jaren nog verder terug zal lopen, is de verwachting. De scholen in cluster 4 zullen zich meer richten op de leerlingen met een zeer ingewikkelde onderwijsproblematiek. Van der Schrier: "Als leerkracht is dat gevoelsmatig misschien zwaarder, omdat de complexere kinderen blijven en de lichtere leerlingen naar het regulier onderwijs gaan."
Rurup: "De leerkrachten zijn de spin in het web. Zij moeten het gaan doen. In dit swv hebben we 3000 leerkrachten, we gaan zorgen voor trainingen, opleidingen, verdiepingsstrategieën. We luisteren goed naar de leerkrachten om te horen wat zij nodig hebben."
Er bestaat in Kennemerland-Zuid al jaren een ouderloket. Rurup: "Dat werd voorheen bekostigd door het speciaal onderwijs, maar het is nu een voorziening betaald door het swv."
Passend onderwijs als principe deugt, vinden zowel Van der Schrier als Rurup: "Het gaat niet over stoornissen, maar over het aansluiten van ons onderwijs op de onderwijsbehoeften van leerlingen. Niet over het uitsluiten van kinderen of over wie wel of niet welkom is. Het gaat over de mogelijkheden van leerling en school. In geen van onze schoolondersteuningsprofielen gaat het over grenzen bij aanname, over autis- me of adhd, over stoornissen of specialismen."

Geld erbij
Het scheelt natuurlijk aanzienlijk dat 2704 een zogenoemde 'groene regio' is: het aantal verwijzingen naar het sbo daalt al een paar jaar en dit swv krijgt niet te maken met afname van de financiële middelen vanwege verevening. Er komt zelfs geld bij: in 2020 ontvangt dit samenwerkingsverband ruim 1,5 miljoen euro meer dan nu. "Wat dat betreft hebben we makkelijk praten", realiseren beiden zich.
Pak de ruimte die de nieuwe wet je geeft om vernieuwingen door te voeren, adviseren ze. Zij kijken met veel plezier terug op het voortraject: "Het levert op school veel gesprekken en discussies op, met ouders en onderling als team, en het gaat echt over het primaire proces. Wat ís begrijpend lezen, wie geeft dat, of doe je dat eigenlijk allemaal? Hoe pas je het onderwijs aan bij alle kinderen op je school? Nadenken over je eigen onderwijs is boeiend en maakt de school beter."

 

Hoe is de opr samengesteld?

Dit swv bestaat uit 86 scholen en 23 schoolbesturen. "Met 22 of 24 mensen tegelijk vergaderen in zo'n opr is geen doen", vindt Carola van der Schrier. "Als je allemaal één vraag wilt stellen wordt het al ingewikkeld." Besloten werd om de besturen te verdelen in vier clusters:

  • speciaal onderwijs
  • kleine besturen en eenpitters
  • en 4) grote besturen.

Elk cluster is in de opr vertegenwoordigd met een ouder en een personeelslid. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraden zorgden ervoor dat iedereen op de hoogte was en zich kandidaat kon stellen. "We hebben nu een slagvaardige opr van acht leden die serieus kan discussiëren over de inhoud."
In de opr zitten 'uiteraard' leerkrachten, zegt voorzitter Van der Schrier. "Natuurlijk gaat het om medezeggenschap op het niveau van het samenwerkingsverband, maar het gebeurt op de werkvloer. Als leerkracht weet je waar de angels zitten, om welke details het gaat, waar het mis kan gaan. Je moet in de opr over de grote lijn praten, maar het helpt natuurlijk als je weet welke consequenties een besluit straks heeft op de werkvloer."
Dat de opr uit vertegenwoordigers van alle sectoren bestaat is belangrijk, merkt Rurup. "Het speciaal onderwijs is voor mij soms nog een blinde vlek omdat het tot vorig jaar niet 'onder mij' viel. Ik merk dat het nog niet zo in mijn systeem zit. Ik had een brief opgesteld voor alle ouders in de regio voorafgaand aan 1 augustus om te vertellen: wat gaat er veranderen. Daar is de opr echt met de rode pen doorheen gegaan: dit en dat moest anders. Zij tikten mij terecht op m'n vingers. Veel ouders en leerkrachten zouden zich niet in mijn eerste verhaal herkennen."

 

Hoe vaak bij elkaar?

Afgesproken is dat de opr minstens drie keer per jaar vergadert, maar het idee is dat er een constante informatiestroom vanuit het samenwerkingsverband richting opr gaat, zegt Rurup. "Het gaat niet alleen om instemmen met het onder- steuningsplan: dat zou maar eens in de vier jaar aan de orde zijn. De opr heeft recht op informatie en we beschouwen dat niet als een formaliteit, het gaat om de inhoud. We willen stukken delen, informatiebijeenkomsten beleggen en open en transparant zijn."
Het ondersteuningsplan wordt jaarlijks geüpdatet, zodat er niet drie jaar met een oud plan wordt gewerkt. "Je moet vooruit willen kijken en leren van je ervaringen. Elk jaar schrijven we dus onderdelen opnieuw, voor de komende vier jaren. En steeds gaat het langs de opr voor instemming. Dan kun je dingen aanpassen, als dat nodig blijkt in de praktijk."

Verschenen in infomr 3/2013

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren