Onnodige mr-frustraties door slordigheden in wet

Het wetgevingsgebouw van de medezeggenschap in het onderwijs kampt met een lekke dakgoot, scheve ramen en doodlopende gangen. Het is niet vreemd dat sommige mr-leden gefrustreerd afhaken. Ook besturen lijden onder deze situatie, benadrukt Kees Jansen in een toelichting op zijn masterscriptie Beknot recht.

Als adviseur en trainer bij de Besturenraad, de werkgeversvereniging van christelijke onderwijsinstellingen, heeft Jansen veel te maken met medezeggenschap. Voor zijn studie rechtswetenschappen lag het dan ook voor de hand om de praktijk van de WMS nader onder de loep te nemen. Want terwijl de wetstekst veel werk maakt van allerlei bevoegdheden, lukt het de meeste medezeggenschapsraden lang niet altijd om die papieren macht om te zetten in daadwerkelijke invloed.

Geen wonder, blijkt uit de scriptie waarmee Jansen de mastertitel in rechtswetenschappen behaalde: de Wet medezeggenschap op scholen belooft invloed op onderdelen waar de mr en het bestuur ook nog met allerlei andere belanghebbenden rekening moeten houden. De op elkaar inwerkende krachten geven het bestuur en de mr minder ruimte dan de wet suggereert. Daar moeten redenen voor zijn, dacht Jansen toen hij zijn onderzoek begon. En dus bladerde hij terug in kamerstukken en andere overheidspublicaties, op zoek naar de beweegredenen van de wetgever. Maar helaas, veel onderdelen van de Wms en zijn voorgangers staan op papier zonder duidelijke motieven. "Soms lijkt het wel alsof een paar ambtenaren met een potlood achter het oor een lijst met bevoegdheden zaten te bedenken. Daarna komt de politieke behandeling, die voor wat betreft de bevoegdheden niets voorstelt, en volgen er amendementen zonder rekening te houden met de gevolgen voor andere onderdelen van het geheel."

Bijvoorbeeld: de Wms geeft de medezeggenschapsraad instemmingsrecht op de onderwijs- en examenregeling - maar die komt helemaal niet voor in het voortgezet onderwijs. De vermelding is blijven staan uit het verleden, toen een voorgaande wet ook van toepassing was op middelbaar beroepsonderwijs.
Sinds een uitspraak van de landelijke commissie geschillen WMS mag de mr dit instemmingsrecht van toepassing achten op het programma van toetsing en afsluiting. Maar het heeft weinig zin om hier eens goed voor te gaan zitten, legt Jansen uit: de inhoud van het PTA is grotendeels landelijk voorgeschreven via het Eindexamenbesluit voor het voortgezet onderwijs. Medezeggenschap op dit onderdeel blijkt dus een dode mus.

Afstempelen
De scriptie Beknot recht legt de vinger op veel meer zere plekken. Zo moeten scholen een klachtenregeling opstellen waar de mr instemmingsrecht op heeft. De richtlijnen voor zo'n regeling zijn uiterst gedetailleerd en dus grijpen de meeste scholen naar een modelreglement. Dat voldoet aan alle eisen en de instemming van de mr komt dan neer op afstempelen.
In het voortgezet onderwijs signaleert Jansen hoe sommige medezeggenschapsraden in de knel komen wanneer er iets verandert aan het systeem van taakbeleid. De personeelsgeleding is hier de overlegpartner van het bevoegd gezag, maar voelt de hete adem van een ander voorschrift in de nek: na de onderhandelingen moet tweederde van de betrokken personeelsleden akkoord gaan, anders blijft alles bij het oude. Die afspraak tussen de cao-partners valt de wetgever niet te verwijten, maar als gevolg van dit alles is het mandaat waarmee de mr aan tafel zit uiterst beperkt.

Bijzonder slordig vindt Jansen de manier waarop de wetgever omgaat met de bevoegdheden van de nieuwe ondersteuningsplanraden bij het passend onderwijs. Die moeten volgens de politiek dezelfde ruimte hebben om geschillen aan te gaan als een mr, maar dat is niet goed geregeld: "Het nieuwe artikel 14a geeft de ondersteuningsplanraad instemmingsrecht, maar bij de competenties van de geschillencommissie is geen verwijzing naar dit artikel toegevoegd.
Als er een geschil komt, komt er een onnodige discussie over ontvankelijkheid. Iedere jurist kan dit zien en het valt met een technische wetswijziging te verhelpen. Maar dat moet je dan wel doen."

Jip en Janneke
Dat de Wms en alle andere regels ingewikkeld zijn, daar zal jurist Jansen niet over klagen. "Zorgvuldigheid maakt het soms ingewikkeld. Je kunt wetgeving niet schrijven in Jip- en Janneketaal. Maar het moet wel kloppen en volledig zijn. Zo geeft de wet aan dat in het primair onderwijs de ouders een stem hebben als het gaat over schooltijden. Maar er staat niet hoe je dat moet regelen en hoeveel gewicht de stem van de ouders in de schaal legt. Ik heb meegemaakt dat een mr gewoon maar aan een raadpleging over dit onderwerp begon zonder dat er een voorstel van het bestuur lag. Dat schept verkeerde verwachtingen."

Tegenover de mr die zich beknot voelt in zijn rechten, staat het bestuur dat geen kant op kan doordat de medezeggenschapsraad zich opstelt als dwarsligger. Ook dat komt voor, verzekert Jansen: "Dan is bij voorbaat alles verdacht wat van het bestuur komt. Of er zitten rancuneuze figuren in met als eerste doel het bestuur voor de voeten te lopen. Met zo'n mr kan een bestuur nauwelijks beleid maken en er valt ook weinig tegen te doen. Want de mr kan wel naar de rechter als het bestuur zijn verplichtingen niet nakomt, maar omgekeerd is er geen rechtsgang. Ik vind dat een mr die zich niet verantwoordelijk gedraagt, via een procedure bijvoorbeeld op non-actief moet worden gesteld. Laat de Ondernemingskamer zo'n mr maar terugfluiten of ontbinden zodat er nieuwe verkiezingen komen."
Dat radicale voorstel ziet hij niet zo snel in de wet opduiken. "Maar je moet het wel een keer zeggen."

Belangenorganisaties
De meeste praktijkproblemen rond medezeggenschap zijn eenvoudiger op te lossen, betoogt Jansen in zijn scriptie. Er hoeven slechts enkele passages in de Wet medezeggenschap op scholen te veranderen. Hij sluit af met gedetailleerde voorstellen, die tot nog toe geen zichtbare steun in de Haagse politiek hebben gekregen. Hoe komt dat? Jansen: "Ik ga mijn scriptie natuurlijk niet als dé oplossing naar de minister sturen. Er is bovendien net een evaluatie van de Wms uitgevoerd en behandeld, al ging dat vreemd genoeg voornamelijk over geschillen en faciliteiten. Daar zitten de problemen helemaal niet. Maar mijn aanbevelingen zijn bekend bij de belangenorganisaties. Dat kan nog ergens toe leiden."

Beknot recht. Over medezeggenschapsrechten die niet verzilverd kunnen worden. Kees Jansen, 23 september 2013 

 

Verschenen in infomr 4/2013

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren