Mr, bemoei je met het geld voor scholing

De CAO is er duidelijk over, zowel voor het po als het vo: de p(g)mr formuleert samen met de werkgever het meerjarenbeleid met betrekking tot de professionele ontwikkeling van werknemers. Dat beleid moet bovendien elk jaar worden geëvalueerd. "Maar gebeurt dat ook? Hoeveel geld komt er eigenlijk binnen? Wat valt er precies onder professionalisering?" Saskia van der Schaaf, trainer medezeggenschap bij de AOb, vindt dat mr-leden daar echt in moeten duiken.

"Er komt onder de noemer professionalisering best veel geld naar de scholen", weet Van der Schaaf. Maar de praktijk leert ook dat het moeilijk is voor een mr om erachter te komen om hoeveel geld het precies gaat, voor wie het is bedoeld en waar alle potjes aan worden besteed. Er komt geld via de lumpsum, bestuursakkoorden van de minister met werkgevers (bijvoorbeeld de prestatieboxmiddelen), en ook het herfstakkoord bevat weer extra budgetten: "Het komt uit allerlei hoeken. Bedoeld voor scholing van de directie, de oop'ers, individuen en het hele team. Daar moet je als mr bij de begroting eigenlijk goed op doorvragen. Wie weet precies wát er binnen komt en waar het aan wordt besteed?"

Recht op scholing
Het duidelijkst is het bedrag van 500 euro dat in het voortgezet onderwijs beschikbaar is voor elk personeelslid voor 'niet opgedragen scholing'. Van der Schaaf: "Daar heb je recht op. Als mr moet je willen weten of die 500 euro per persoon ook echt op gaan, en waaraan dan? Mag je het opsparen, wat gebeurt er met het overschot, willen bijvoorbeeld de talensecties het samen besteden?"
De AOb-trainer vermoedt dat veel leerkrachten die 500 euro helemaal niet opmaken. "Terwijl je er recht op hebt, en professionalisering en scholing natuurlijk heel belangrijk zijn en misschien wel steeds belangrijker worden, bijvoorbeeld als je denkt aan passend onderwijs en natuurlijk het lerarenregister dat eraan komt."
De overheid benadrukt keer op keer (bijvoorbeeld door de wet BIO en de Lerarenbeurs) dat scholen de kwaliteit van hun onderwijs en de kwaliteit van hun leerkrachtenbestand goed in de gaten moeten houden. Van der Schaaf benadrukt dat elke mr daar actief in moet meedenken: "Wat ís de kwaliteit van ons lerarenbestand? In het vo moet je als mr weten wie er onbevoegd voor de klas staan en hoever mensen in dat geval bezig zijn met hun opleiding.
Je moet je als mr afvragen: is mijn achterban tevreden over de professionaliseringsmogelijkheden? Klopt de manier waarop we met scholing en andere manieren van professionalisering omgaan en waar we het geld aan besteden met ons strategisch beleid als school of stichting?"

Klachten verzamelen
De AOb hoort nogal eens dat de schoolleiding toestemming weigert om een cursus te volgen aan leerkrachten die bijvoorbeeld hun kennis willen vergroten om te kunnen solliciteren naar een zwaarder takenpakket. "De functiemixnormen worden vaak niet gehaald. Ik hoor verhalen van mensen die in hun eigen tijd een opleiding willen doen en daarvoor geen geld krijgen van de schoolleiding. Als mr kun je klachten verzamelen als die er zijn en het onderwerp agenderen. Daarbij heb je echt een belangrijke rol. Veel docenten hebben geen idee hoeveel geld er is, waar het voor wordt gebruikt en welke mogelijkheden er zijn."
Dat bleek anderhalf jaar geleden ook uit het zogeheten LOOK-rapport van het Wetenschappelijk Centrum Leraren Onderzoek van de Open Universiteit. Dat concludeert dat er sprake is van een behoorlijke 'mismatch' tussen vraag en aanbod bij de opleidingen voor leraren. Uit het onderzoek bleek ook dat docenten niet weten welke rechten ze hebben op professionaliseringsgebied. Als ze dat wél weten, vinden ze het moeilijk om die rechten op te eisen bij hun leidinggevenden. De mr moet daar pro-actief in zijn en het gesprek aangaan, vindt Van der Schaaf. "Want wat versta je onder professionaliseren? Een cursus/opleiding volgen, oké dat is duidelijk. Maar je kunt ook denken aan samen lessen voorbereiden, bij elkaar in de les kijken, aan intervisiegroepen. Als team vooral zelf kijken wat je te wachten staat en wat je daarvoor aan professionalisering nodig hebt. Learning on the job is erg effectief. Maar ook dat kost tijd, dus geld."

 

De praktijk

Penningmeester Norman de Langen, Xpect Primair:
"Concrete cijfers heb ik niet. Ons bestuur zet de gelden in voor allerlei vormen van scholing: op teamniveau, individueel niveau en zelfs op stichtingsniveau. Veel collega's volgen momenteel een cursus '21st century skills' om zich voor te bereiden op het leren in de komende eeuw. De gmr en mr zijn er heel alert op en komen er elke financiële bespreking op terug."

Atte van Haastrecht, voorzitter mr rsg Ter Apel:
"Bijna alle verzoeken tot nascholing bij ons worden gehonoreerd. Heel soms is het ingewikkeld qua lesuitval. De 500 euro die er per persoon beschikbaar is wordt niet door iedereen gebruikt. Wat overblijft gaat dan in de gemeenschappelijke scholingspot. Pas als er helemaal geen aanvragen voor scholing meer zijn, gaat het geld naar de algemene middelen."

Peter van Hulst, voorzitter gmr Xpect Primair:
"Binnen onze stichting worden de POP-gesprekken serieus gevoerd en komt dus altijd de (na)scholings- en professionaliseringsbehoefte aan de orde. Ook in onze gesprekken met de raad van toezicht. Als stichting hebben we een eigen academie en de vervanging is goed geregeld. Ik weet niet hoeveel procent daadwerkelijk aan nascholing doet. Dat de lerarenbeurs nu alleen gebruikt kan worden voor geaccrediteerde opleidingen vind ik prima, er zijn teveel 'macramécurussen' in het onderwijs. Je moet als werkgever je personeel de tools geven waar- mee ze aan hun eigen professionalisering kunnen werken. Dat gebeurt bij ons goed." 

Verschenen in infomr 1/2014

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren