Mobiliteit, soepel en met mate, als kans en kwaliteitsimpuls

Teruglopende leerlingenaantallen op de éne school en groei op een andere zorgen bij veel onderwijsinstellingen voor verschuivingen van personeel. Hoe kun je er als (g)mr aan bijdragen dat mobiliteit een mooie loopbaankans is, in plaats van een bedreiging?

 

Je moet als (g)mr je verantwoordelijkheid nemen, vindt Arnold van Horssen, medewerker op de afdeling scholing van de AOb. "Dat betekent dat je permanent op de hoogte moet willen zijn van je organisatie, ook van de formatie en wat dat betekent voor de financiën. Als je vroegtijdig weet wat er speelt en wat er aankomt, is dat in het belang van het behoud van werkgelegenheid."

Maar met het instemmingsrecht kun je toch vasthouden aan sommige verworven rechten, werpen sommige ervaren mr-leden dan tegen. Nee, je kont tegen de krib gooien en 'alles afwijzen' geeft geen pas, benadrukt Van Horssen "dan koers je op een faillissement af. Je moet in de medezeggenschap mee willen denken."

Dat meedenken begint bij vragen stellen over personele veranderingen, wisselen van werkplek en organisatorische kwesties: hoe zit het met het mobiliteitsbeleid bij je werkgever: bestaat zoiets überhaupt en is het wellicht tijd voor een update? De gmr moet zorgen dat het onderwerp regelmatig op de agenda staat en terugkeert, vindt de AOb. "Je moet mobiliteitsbeleid goed organiseren als school of bestuur en niet ophangen aan personen."

Zwaktebod

Employability, daar draait het om voor de leerkracht van de 21ste eeuw. Mensen moeten zich permanent ontwikkelen, zodat ze ook in de toekomst goed inzetbaar blijven. Binnen of buiten de eigen school. Goed mobiliteitsbeleid kan ervoor zorgen dat gedwongen overplaatsingen helemaal nooit aan de orde hoeven te komen, zegt ook Saskia van der Schaaf van de AOb. "Het is toch een zwaktebod als mensen worden gedwongen om bijvoorbeeld naar een andere school binnen de organisatie te gaan? Alleen maar omdat ze als laatste binnen zijn gekomen? Het is toch veel beter als je al in een vroeg stadium en elk jaar weer met mensen praat over waar ze kunnen groeien en wat ze willen? Het is toch veel prettiger als je zelf kiest voor een andere werkplek?"

Vrijwillige mobiliteit betekent dat leerkrachten zelf na een aantal jaren kiezen voor een ander team op een volgende locatie. De vrijwilligheid zorgt voor veel minder frustratie, merken de scholingsmedewerkers in de praktijk. Reinout Jaarsma: "Je kunt het ook stimuleren en faciliteren. Door bijvoorbeeld een goede kilometervergoeding te bieden. Of te kijken naar postcodes: wie woont in de buurt en zou misschien wel dichter bij z'n huis willen werken? Beloon vrijwillige overstappers, door hen een cursus aan te bieden of doorstroommogelijkheden naar een andere functie, dat kan ook de doorslag geven."

AOb-rayonbestuurder Nasera Azzouz: "Je kunt het stimuleren door bijvoorbeeld naar het takenpakket te kijken en bepaalde vervelende taken op te heffen als je vrijwillig mobiel wordt, of een extra scholing aan te bieden. Dat stimuleert om meer beweging in het personeel te krijgen. Zorg wel voor goede begeleiding bij de overstap. Vraag aan iemand die tevreden is overgestapt om dat te vertellen via bijvoorbeeld de digitale nieuwsbrief van het schoolbestuur: daarmee haal je anderen die twijfelen misschien over de streep."

Door tijdig deze instrumenten in te zetten hoeft een school zich volgens rayonbestuurder Azzouz niet te laten overvallen door de gevolgen van teruglopende leerlingaantallen. Want wie niets doet, valt automatisch in het het wettelijke regime als de krimp tot ontslagen leidt: "Lifo, last in first out, is écht een zwaktebod, dat heeft helemaal niks met serieus personeelsbeleid te maken."

Kat uit boom

Je kunt als organisatie soms heel simpel stimuleren dat mensen eens buiten de deur kijken, zegt Reinout Jaarsma en hij geeft meteen een voorbeeld: "Ik ken een bestuur dat een soort inburgering organiseert op de 'ontvangende' school. Dat werkt heel goed. Dan kunnen mensen even de kat uit de boom kijken en onderzoeken of het wat voor hen is."

De stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen (28 scholen) doet zoiets bijvoorbeeld, met een jaarlijkse 'mobiliteitsdag'. Elk jaar in februari is er één dag waarop leerkrachten die weleens overwegen om op een andere school te gaan werken, een dag mee kunnen draaien elders. Want 'onbekend maakt onbemind', denkt de SOOG. Personeelsleden die op het jaarlijkse loopbaanformulier hebben aangegeven mobiliteit naar een andere school te wensen, kunnen op die dag dus eens kennis maken met eventuele nieuwe collega's en rondlopen in het nieuwe gebouw. Het personeelslid wordt op de huidige school dan vervangen voor die dag.

Van Horssen is ook een voorstander van dit soort initiatieven: "Laat je mensen eens stage lopen op een andere school. Die mogelijkheid kun je opnemen in je personeelsbeleid. Dat is een goede werkwijze om eens buiten de deur te kijken."

Bezwarencommissie

Er zijn natuurlijk ook scholen die het anders aanpakken. Met de CAO en de wet in de hand, ondersteund door ontwikkelingen in het leerlingenaantal, stellen zij vast dat een bepaalde leerkracht voortaan op een andere plek
gaat werken. Wie op wat voor manier dan ook geconfronteerd wordt met een gedwongen overplaatsing, heeft er recht op om van de directeur te horen waarom die juist voor jóu heeft gekozen, benadrukt Jaarsma. "Dat staat in de CAO. Soms is het ook een goed idee om een interne bezwarencommissie in te stellen, waar mensen verhaal kunnen halen."

Maar, benadrukken de AOb-trainers allemaal: eigenlijk moet het zo ver niet komen. Bij het vermijden van dwang heeft zowel de individuele leerkracht als de mr iets in te brengen. Het is voor iedereen in het onderwijs van groot belang om zelf regelmatig na te denken over de eigen loopbaan. De mr kan er intussen op aandringen dat loopbaangesprekken deel uitmaken van de gesprekkencyclus tussen leidinggevende en leerkracht. Er zelf aan werken kan door thuis of in je vriendenkring over de mogelijkheden te praten, maar er bestaan ook andere opties. Ga bijvoorbeeld op pad met wandelcoach Saskia van der Schaaf van de AOb. "Tijdens lekker doorstappen in de natuur praat het veel makkelijk over keuzes, twijfels en angsten in je werk dan dat je tegenover elkaar zit in een kamertje op school," merkt zij.

Zo'n tripje kan nieuwe inzichten voor een verse start opleveren. Maar praat hoe dan ook over mobiliteit met je leidinggevende, adviseren alle trainers van de AOb, of het nu gaat om een gedwongen overplaatsing die in de lucht hangt of over eigen wensen. "Dat de voorgestelde andere werkplek voor jou bijvoorbeeld onbereikbaar is per openbaar vervoer en je geen auto rijdt, dat wéét iemand daarboven misschien helemaal niet. Ze zien niet allemaal dat je altijd op de fiets naar je werk komt. Zorg daarom dat je regelmatig met de schoolleiding praat over je ambities."

En als dat denkwerk plus praatsessies opleveren dat het gaat kriebelen, houd dan ook in de gaten dat sommige besturen een interne 'kweekvijver' kennen voor personeel dat belangstelling heeft voor een managementfunctie.

Mobiliteitskwesties op de mr-agenda


• Gedwongen mobiliteit is mogelijk volgens de CAO, bij voorbeeld bij een conflict of een formatietekort. Een leerkracht in het primair onderwijs kreeg onlangs zo'n gedwongen overplaatsing opgelegd omdat de formatie moest krimpen en hij de laatst binnengekomen leerkracht was op deze specifieke school. Last in, first out (lifo), was het beleid hier. Dat de leerkracht al heel lang had gewerkt op andere scholen van de overkoepelende stichting deed er niet toe, volgens de directie. Hij moest weer ergens anders aan de slag.
De AOb adviseert de mr: zoek het mobiliteitsplan van het bestuur op, kijk of het werkt en bespreek welke manieren er zijn om beter op krimp te reageren. Jezelf uitleveren aan lifo zorgt voor een erg willekeurig resultaat.
• Een vo-school heeft een mobiliteitsplan. Als een van de voorwaarden staat erin dat iedere leerkracht maximaal 15 jaar aan dezelfde school verbonden mag zijn.
De AOb adviseert de mr: mobiliteit stimuleren is goed, maar niet op deze stellige manier. Waarom zou iedereen per se binnen 15 jaar van werkplek moeten wisselen? Beter dan het zo nadrukkelijk vastleggen, is om jaarlijks goede loopbaangesprekken te voeren met alle medewerkers.

Veiligheid en zekerheid? Nee, ontwikkelen!


Actief mobiliteitsbeleid stimuleert iedereen om na te denken over de eigen ontwikkeling en kansen die daardoor ontstaan. Het onderwijs is echter vanouds een zeer beschermde werkomgeving: baan en werkzekerheid waren tot enkele jaren geleden een gegeven en eigenlijk kon je als beginnend docent je loopbaan al min of meer uittekenen. De carrière van een leerkracht was daardoor erg voorspelbaar.
Die cultuur van veiligheid en zekerheid voelt nog steeds vertrouwd voor een deel van de mensen die in het onderwijs werken, maar de werkelijkheid heeft deze comfortabele situatie inmiddels ingehaald. De krimp van de bevolking in delen van het land en inhoudelijke vernieuwingen zoals bijvoorbeeld de invoering van passend onderwijs, maken meer mobiliteit nood-zakelijk. Om te voorkomen dat toevallige omstandigheden deze veranderingen sturen, met het risico op ongewenste uitkomsten voor individu en organisatie, is mobiliteitsbeleid van belang.
De lerarenbeurs en de functiemix maken goed mobiliteitsbeleid nog belangrijker. Zowel de overheid als de scholen investeren in de opleiding van onderwijspersoneel. Leerkrachten doen tegenwoordig zelf ook meer dan vroeger aan loopbaanplanning. Door (na)scholing komen ze in aanmerking voor leukere, hogere en betere betaalde functies. Gedwongen mobiliteit zal daarnaast blijven bestaan, gericht op de enkeling wiens baan wordt bedreigd en die daar zelf geen antwoord op heeft.
Voor een school die op kwaliteit mikt, speelt vooral de positieve gedachte achter mobiliteitsbeleid: zorg ervoor dat eenieder zich een leven lang kan blijven ontwikkelen en dat mensen meer en langer plezier houden en hebben in hun werk. Mobiliteitsmaatregelen op deze basis zorgen ervoor dat organisaties vitaler blijven. Vrijwillige mobiliteit kan bijdragen aan de gevarieerde leeftijdsopbouw van het personeelsbestand binnen een school.


Verschenen in infomr 2/2014

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren