Aan de slag met de rekentool

Met de nieuwe rekentool weet iedere medezeggenschapsraad binnen tien minuten of meer LC en LD-functies op de eigen school op den duur betaalbaar zijn. "Maak onmiddellijk een afspraak met je directie om de prognoses te bespreken."

Het Convenant Leerkracht in 2008 was duidelijk. De nieuwe functiemix zou leraren op elke school groeimogelijkheden bieden, in functie en salarisschaal. De eerste ronde leek een succes: veel leraren schoven door: van LC naar LD en van LB naar LC. Maar achteraf bleken dat 'makkelijke gevallen' en na die eerste schuif gebeurde er niet veel meer. De functiemix was onbetaalbaar, klaagden veel schoolbestuurders als de mr ernaar informeerde.

Docenten zijn daar terecht ongerust over, zegt de AOb, vooral in het voortgezet onderwijs. Samen met de werkgevers en het ministerie is er nu een online rekenmodel gemaakt, dat de boel vlot kan trekken. Scholen krijgen tot oktober 2015 de tijd om de doelstellingen van de functiemix te halen en alle partijen verwachten dat het nu wel lukt.
De zogeheten rekentool laat zien wat op termijn de financiële gevolgen zijn bij de huidige personeelssamenstelling. Iedereen kan zien of en wanneer er rode cijfers dreigen als meer docenten in LC of LD worden ingedeeld. De rekentool is via een gezamenlijke inlogcode beschikbaar voor bestuurders én medezeggenschapsraad. Het instrument maakt heel snel inzichtelijk hoe het er met de haalbaarheid van de functiemix voor staat op jouw school.

Schoonheidsfoutjes

Dat bestuurders de functiemix onbetaalbaar noemen klopt in sommige gevallen ook wel, erkennen zowel het ministerie als de AOb. Rayonbestuurder Jan Menger van de AOb spreekt van 'een aantal schoonheidsfoutjes'. Zo hebben achterstandsscholen vaak personeel rondlopen dat gedeeltelijk met gemeentelijk subsidiegeld wordt bekostigd. Aangezien die fte's niet via het ministerie van OCW worden betaald, telden zij niet mee bij het financieren van de functiemix. Ook de kosten die ontstaan door het verminderen van het aantal stappen in de salarisschalen, het zogeheten inkorten, waren onvoldoende doorberekend.

Uitgangspunt zijn de gegevens uit 2008. Sommige scholen zitten met een kostbare startmix doordat ze, bijvoorbeeld om kwalitatieve redenen, al jaren relatief veel geld uitgeven aan hoog ingeschaalde leerkrachten. Zo'n school met in verhouding veel LC en LD-personeel moest daar nog een schepje bovenop doen. Die oorspronkelijke afspraak over 2014 hoeven ze nu niet meer voor 100 procent na te komen.

Relaxed besturen

De vermeende onbetaalbaarheid van de functiemix lag deels ook aan het slechte financiële management op sommige scholen, vindt de AOb. Want er kwam overal functiemixgeld binnen, maar scholen legden het opzij of hebben het aan andere dingen uitgegeven. Jan Menger: "Niet de bedoeling natuurlijk, maar wel begrijpelijk. De overheid heeft zich in het verleden niet altijd even betrouwbaar getoond met toegezegde financiën, dus scholen zijn gaan sparen."

Soms hing er krimp van de bevolking in de lucht, met minder leerlingen als gevolg en vreesden scholen de kosten van een sociaal plan. En het zit blijkbaar in de aard van de Hollander, sparen. Menger: "In goede tijden is het logisch dat je spaart, dat geld moet je aanspreken in slechtere tijden. Maar bij veel scholen zie je dat ze in slechte tijden ook sparen en hun reserves nog meer versterken. Het is natuurlijk relaxed besturen, maar het is niet professioneel."

Aangezien de kwaliteit van het financieel management bij scholen nogal uiteenloopt pleit Jan Menger ervoor dat medezeggenschapsraden óók een begroting leren lezen en een jaarrekening, zodat ze de juiste vragen kunnen stellen. Het is allemaal niet zo ingewikkeld, benadrukt hij. "Dat geld is voor het onderwijs bedoeld. Het hoort in de klas, niet op de bank. Je kunt wel met krijtjes blijven werken omdat dat lekker goedkoop is, natuurlijk zijn secretariële ondersteuning en een goede conciërge ook belangrijk, maar blijf kijken hoeveel geld daar naartoe gaat. De kwaliteit van het onderwijs wordt in de klas gemaakt."

Draaien

Deze rekentool kan de zaak weer vlot trekken, denkt iedereen. Wat moet de mr nu zelf doen? Het ministerie heeft – aan de hand van de door school verstrekte gegevens – een flink aantal cijfers ingevuld, aan de hand van de startmeting in 2008. De leerlingprognoses bijvoorbeeld. Kijk daar naar: zit de directie aan de lage kant, en zo ja: waarom? Hoe zit het met de leerling-leraar-ratio? Aan die knop kun je zelf 'draaien', om te zien wat dat met de betaalbaarheid van de functiemix doet. Uiteraard is de financiering bij 1 leraar per 19 leerlingen makkelijker dan bij 1 op 16. "Maar die grotere klassen, die moet je niet willen als mr."

Door de invulmogelijkheid is de berekening in de rekentool aan te passen naar de werkelijke situatie en goed bruikbaar voor de scholen, merkte Menger tijdens de pilot-fase. Hij signaleert dat de meeste scholen graag een 'mooie
functiemix' willen realiseren om de kwaliteit van het onderwijs te bevorderen en natuurlijk ook om aantrekkelijk te zijn als werkgever.

Voorzichtig

En wat als het nu echt niet betaalbaar lijkt? Menger: "De objectieve gegevens in de rekentool bieden duidelijkheid over de financiële situatie. Soms vallen de extra kosten mee en passen ze best in het budget. Scholen zijn geneigd om die kosten erg hoog in te schatten en blijven graag aan de voorzichtige kant met hun uitgaven. Je kunt de lat natuurlijk in samenspraak tussen mr en overlegpartner iets lager leggen, zodat de plannen wél betaalbaar zijn."

Eerste ervaringen wijzen erop dat de gewens- te functiemix in 80 procent van de gevallen betaalbaar is, constateert de AOb. "Het is minder dan tien minuten werk en dan weet je het haalbaarheidspercentage voor jouw school. Wanneer je als directie en mr beiden vertrouwen hebt in het instrument, hoef je geen discussies meer te voeren over de cijfers. Dan kun je overgaan op de inhoud."

Waar moet je als mr op inzetten? "Directies moeten natuurlijk toezeggen dat ze realiseren wat volgens de rekentool haalbaar is, en liefst meer natuurlijk. Er is al te lang niks gebeurd."

Entreerecht en andere hete aardappels

De CAO voortgezet onderwijs kent nog een route naar een LD-beloning: wie eerstegraads bevoegd is en structureel meer dan de helft van zijn uren lesgeeft in de bovenbouw van havo/vwo, komt automatisch terecht in deze hoogste schaal voor onderwijzend personeel. De kosten van dat entreerecht zijn niet opgenomen in de extra gelden die het rijk beschikbaar heeft gesteld voor de functiemix, maar de uitvoering van de maatregel heeft daar wel effect op. Op een scholengemeenschap met alleen havo/vwo kan het entreerecht heel wat LD-functies opleveren. Dat is gunstig voor de betrokken leerkrachten,maar de kostenpost kan flink aantikken. Als het entreerecht meer LD-inschalingen veroorzaakt dan de functiemix voorschrijft, lijkt dat gedeeltelijk op te lossen door de extra LD in te ruilen voor LC-inschalingen. Maar daar hebben de CAO-afspraken rond de functiemix een grens aan gesteld: schuiven mag, tot maximaal 3 procent, en daarbij geldt dat 1 LD-inschaling gelijk staat aan 2 LC-functies.

Voorzitter Jefka Smit van de medezeggenschapsraad van het Cals College in Nieuwegein ziet de bui al hangen: "De afspraken en verplichtingen over de functiemix zijn helder, maar het is maar een deel van de werkelijkheid. Ook met de maatwerkafspraak uit de rekentool zorgt het entreerecht ervoor dat we nog een extra groep in LC moeten indelen en dat levert enorme tekorten op. We kunnen niet zeggen dat de leraren meer lesgeven, want dat mag maximaal 750 uur zijn bij een fulltime aanstelling. Kunnen we dan echt alleen nog de klassen vergroten om tekorten te vermijden?"

Deze hartenkreet tijdens een AOb-informatiebijeenkomst over de functiemix bleek voor meerdere mr-leden in de zaal herkenbaar. Dat sommige scholen met tekorten te maken krijgen door de gecombineerde last van functiemix en entreerecht lijkt onvermijdelijk, maar er is hoop voor de rekenmeesters: tussen 2015 en 2017 vervalt het
entreerecht weer, staat in het onderhandelaarsakkoord over de volgende CAO voortgezet onderwijs. Het 'overschot' aan LD-functies valt dus weer terug te dringen door bij pensionering of vertrek de vervanging af te stemmen op de functiemix. De daar voorgeschreven verhouding tussen de LB, LC en LD-functies blijft geldig tot er ooit nieuwe afspraken worden gemaakt. Verder hebben veel scholen het functiemixgeld apart gehouden in afwachting van de rekentool. Dat geld is nu inzetbaar om tijdelijke tekorten op te vangen.

In het meerjarenformatieplan moet het bestuur de mr op de hoogte houden van de uitvoering van de functiemix. Als dat gebeurt onder het motto 'geen geld, geen bevorderingen', dan kan de mr het meerjarenformatieplan afwijzen. Mocht dat weinig indruk maken, dan is er nog een kans om het bestuur ertoe te dwingen om de landelijke afspraken over de functiemix na te komen: de vakbond kan naleving van de CAO eisen bij de rechter.

3 tips van Jan Menger:

  1. "Op elke school horen op dit moment de nieuwe LC en LD-functies al bekend te zijn zodat de benoemingen per 1-10-2014 ingaan. Als dat niet lukt, kan het later en moet het achteraf wel geëffectueerd worden per 1-10-2014."
  2. "Zorg dat de procedures rond de benoemingen voor iedereen duidelijk en controleerbaar zijn. Verandering in functieschalen regel je niet tijdens een gesprekje op de gang. Organiseer een schriftelijke sollicitatieprocedure."
  3. "Trek als mr onmiddellijk aan de bel als de haalbaarheid in de rekentool onder de 75 procent komt. Of als er grote tekorten zijn. Dan moet je onmiddellijk naar de directie, en bij een tekort van meer dan € 100.000 ook naar de vakbond. Want zo maak je 0,0 kans op C- en D-schalen en dat kan natuurlijk niet."

Verschenen in infomr 2/2014

Categorie

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren