Goed werk, de ware hoofdprijs

Soms vergeten we dat een baan meer oplevert dan financiële armslag. Goed werk bevordert onze mentale gezondheid door het leven te structureren en het gevoel te steunen dat we deel uitmaken van de samenleving. Werk draagt bij aan je identiteit, status en biedt mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen. De personeelsgeleding in de mr heeft een speciale rol om deze bron van voldoening, flow of zelfs geluk te laten stromen.

Dat niet iedere leerkracht zich goed voelt in het werk, blijkt geregeld uit werkdrukmetingen en ander onderzoek. De teleurstelling kan zo groot worden dat jonge leraren het vak al na enkele jaren de rug toe keren. De 25-jarige natuurkundedocent Tim van Wijngaarden, tien jaar actief in het voortgezet onderwijs, legde onlangs in het Nederlands Dagblad uit waar hij het plezier in zijn vak vandaan haalt: "Collegialiteit is nodig en daarnaast een schoolleiding die vertrouwen in je heeft en je rugdekking geeft. Ook voldoende oefentijd en rust, en ouders die snappen dat net als de leerlingen docenten ook moeten leren. Maar cruciaal is liefde voor leerlingen. Als je dat mist, is het maar beter dat je stopt. Dan kun je meer kapotmaken dan je lief is. Maar als je houdt van de leerlingen, geven ze je meer dan wat maandelijks op mijn rekening gestort wordt. Dan kunnen er momenten zijn dat je voor een klas staat en denkt: zij werken en ik verdien daar geld mee. Iedereen zou toch leraar willen zijn!"

Investeren

Dat goed werk en goed onderwijs hand in hand gaan klinkt als een open deur, maar de combinatie blijkt lang niet overal vanzelfsprekend. Daar kan de personeelsgeleding in de mr zich dan ook voluit mee bemoeien. Goed werk vergt namelijk inspanning van alle deelnemers aan de gemeenschap die we school noemen. Tim somt de ingrediënten op: zelfreflectie, een open, lerende houding en investeren in goede horizontale- en verticale verhoudingen. Daarnaast
is slim organiseren nodig, niet als doel op zich maar om ervoor te zorgen dat hoeveelheid tijd en werk met elkaar in balans blijven.

Bij slim organiseren gaat het over de juiste dingen goed doen, zodat iedereen met zo min mogelijk inspanning het maximale resultaat haalt. Dat begint bij werving en selectie met een goed oog voor de benodigde kwalificaties. Op basis daarvan ontstaat vervolgens een taakverdeling en komt de juiste mens op de juiste plek terecht. Natuurlijk bestaan er urgente dingen die het eerst moeten gebeuren en let er daarna op met je collega's dat je onbelangrijke dingen gewoon niet doet. Dat is te omschrijven in documenten over visie, missie, taakomvangsbeleid en taakbeleid. Vanzelfsprekend organiseert de school ook een beleidscyclus, zodat de lerende organisatie doelgerichte acties doelmatig en planmatig uitvoert.

Voor zaken als slim organiseren, (school)organi- satieontwikkeling, veranderkundige aanpakken en dergelijke is veel ondersteuning beschikbaar. Kijk maar eens op de websites van de bonden, VO-raad, Voion, de landelijke pedagogische centra en de commerciële onderwijsadviesbureaus.

Vakinhoud

Wat goed werk precies is, staat op allerlei plekken beschreven en er valt op talloze manieren advies te halen als de mr zich hierin wil verdiepen. Denk daarbij niet alleen aan de doelen die de school voor ogen staan, maar ook aan ondersteuning bij het veranderen zelf. Samenwerken gaat net zo goed over structuur en cultuur als over de vakinhoud en de didactische aanpak. Daarover moeten de betrokkenen steeds met elkaar in gesprek blijven, want goed werk ontstaat nooit vanzelf en iedereen heeft er zijn eigen ideeën over. Dat geldt trouwens net zo goed voor werkdruk of andere vormen van belasting die het werk en de organisatie ervan met zich mee brengen.

Ook al heeft iedereen op school dus te maken met de weg naar goed werk, voor de leden van de personeelsgeleding in de mr is een extra rol weggelegd. Naast hun collegiale positie hebben zij enkele wettelijke taken en bevoegdheden ten aanzien van goed werk. Een fundament voor die rol is te vinden in de arbowet, waarvan artikel 12 in het tweede lid voorschrijft dat de werkgever overleg voert met de medezeggenschapsraad over aangelegenheden van het arbeidsomstandighedenbeleid en de uitvoering hiervan. De wetgever draagt actieve informatie-uitwisseling op aan beide partijen.

In de dialoog tussen het schoolbestuur en de mr moet de bestuurder zorgen voor het zicht op mogelijke bedreigingen voor goed werk. Wederom zorgt de arbowet voor richtlijnen, met de verplichting tot een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) voor de werkgever. Vanzelfsprekend moet de werkgever ook met voorstellen komen om de gesignaleerde risico's aan te pakken.

Formatie

In deze discussie kan de personeelsgeleding van de mr invloed uitoefenen met diverse instemmingsbevoegdheden uit de Wet medezeggenschap op scholen. Dat geldt allereerst voor maatregelen met gevolgen voor de samenstelling van de formatie, wijzigingen van de taakverdeling of taakbelasting, regelingen rond arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim
of het reïntegratiebeleid. Daarnaast heeft de hele mr een stem bij vaststelling of wijziging van regels op het gebied van het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid, voor zover dat niet expliciet hoort bij de bevoegdheid van de personeelsgeleding.

Meestal voeren bestuurder/werkgever en de personeelsgeleding over dit alles een constructieve dialoog op basis van gedeelde waarden en informatie. In andere gevallen kan het nodig zijn dat partijen elkaar herinneren aan bevoegdheden of rechten en plichten.

Als de dialoog nog niet op gang is, kan de mr het initiatief nemen. Dat begint met een verzoek om informatie: vraag het plan van aanpak op dat bij de risicoinventarisatie en -evaluatie hoort. Verder kan de pmr zelf eens peilen hoe collega's het werk in de praktijk ervaren. Daar bestaat een handig en gratis digitaal instrument voor, de Arboscan-vo. Elke mr in het voortgezet onderwijs kan hiermee de collega's ondervragen. De resultaten blijven anoniem, maar het groepsrapport is een overzichtelijk uitgangspunt voor overleg met de werkgever over de vraag hoe goed werk in de school nog beter te regelen valt.

Quickscan psychosociale arbeidsbelasting: www.voion.nl/instrumenten/arboscan-vo

Verschenen in infomr 2/2014

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren