Discussie: Weg met de medezeggenschapsraad?

Medezeggenschap kost miljoenen en levert niks op, vindt adviseur en onderzoeker Ben van der Hilst. Infomr zette belhamel Van der Hilst aan de discussietafel met onderwijsjurist Katinka Slump, moeder van vijf kinderen en in het verleden zeer actief (g)mr-lid. Zij verdedigt de mensen die zich voor de mr inzetten.

In het tijdschrift 'Van twaalf tot achttien' verscheen afgelopen zomer een opmerkelijk artikel onder de kop 'Weg met de medezeggenschapsraad'. Auteur Ben van der Hilst noemt de mr in het stuk een 'fossiel instituut' waarvan de leden een voorliefde zouden hebben voor procedures en politiek gedoe. Tijdens mr-vergaderingen worden 'schijngevechten' uitgevoerd, stelt hij. "Ik ken geen enkele mr die bezig is met het vergroten van de zeggenschap van teams en docenten."

De mr is in zijn visie een mooi voorbeeld van een blindganger in het onderwijs. "Medezeggenschap kost miljoenen en het levert niks op. Geen vermindering van werk- druk voor medewerkers, geen verhoging van het welzijn op scholen. Alleen meer bureaucratie en meer onderling wantrouwen." Onzin, reageert Katinka Slump, terwijl ze driftig aantekeningen maakt. Zij omschrijft zichzelf als 'fan' van de Wms. "Het gaat steeds beter."

Van der Hilst schaft de wet het liefst zo snel mogelijk af. Hij zat als schoolleider jarenlang met mr-leden om tafel en de discussies omschrijft hij als zinloos gewauwel. "De beste docenten gaan niet in een mr. Het gaat nergens over, het fungeert als alibi. Door de mr wordt er op de werkvloer niet meer over professionalisering en andere belangrijke onderwerpen gepraat."

Vergadertijgers

Dat mag hij zichzelf dan als schoolleider aanrekenen, reageert Slump. "Je krijgt de mr die je verdient. Je moet als schoolleider de mr-leden ook aanspreken op hun verantwoordelijkheden. Een goede schoolleider zorgt voor een goede relatie met z'n mr. Als een schoolleider klaagt over professionaliteit van z'n mr-leden, dan moet-ie er wat aan doen."

Ben komt op de proppen met docenten die alleen vanwege hun taakuren in de mr zitten, of omdat ze nu eenmaal vergadertijgers zijn. Dat moet je als schoolleider signaleren en iemand daarop aanspreken, vindt Slump. Volgens Ben heeft dat geen enkele zin. Natuurlijk zijn er slechte mr-leden, erkent ook Slump, en als er binnen de mr geen zelfreinigend vermogen is, dan moet een schoolleider het aan de kaak stellen. "Als je niks doet in de mr, dan moet je als lid opstappen, anders houd je een stoel bezet." Aan de andere kant, zegt ze: "Je moet een mr ook faciliteren. Ze moeten goede ondersteuning krijgen. Waarom heeft de mr geen secretaresse? Waarom staat die docent in z'n avonduren kopietjes te draaien?"

Ben vindt de positieve invloed van deze vorm van medezeggenschap wishful thinking. "De meeste mr-en leveren nul komma nul bijdrage aan de kwaliteit van het onderwijs. Leraren die lid zijn van de mr behoren vaak tot de kwalitatief zwakste groep leraren. Het type dat zelf geen schoolleider kan worden, maar via de mr dan wel die macht wil uitoefenen, zonder de verantwoordelijkheid te willen dragen. Proceduretijgers die de reglementen uit hun hoofd kennen." Onzin, reageert Slump. "Die ervaring heb ik niet. Het zijn vaak bevlogen mensen: vakinhoudelijk, maar ook betrokken bij de organisatie, het kader waarin zij hun werk doen."

Totaal overbodig

Ben van der Hilst vindt dat er met het fenomeen medezeggenschapsraad 'een circus' wordt opgetuigd, dat er een 'klein clubje' zichzelf heel belangrijk vindt en 'vrijblijvend met elkaar keuvelt', maar totaal overbodig is. De Wms kan de prullenbak in, vindt hij. "Waarom regelen we het onderlinge gesprek niet rechtstreeks? Teams van leerlingen en ouders die met docenten overleggen?" De Wms is een voorbeeld van het onnodig juridiseren van het onderwijs, vindt hij. "Regel het toch gewoon op school en meer rechtstreeks."

Katinka Slump, als jurist, vindt een wet juist wél nodig. Je moet dingen kunnen afdwingen, anders komt er niets van terecht, is haar ervaring. Ze vindt Van der Hilst veel te optimistisch: hij onderschat de scheve machts verhoudingen op scholen. Natuurlijk functioneert de medezeggenschap niet overal even goed, maar dat ligt volgens Slump volgens ook vaak aan de schoolleiders en de manier waarop het onderwijs is georganiseerd.

"Iemand vergeleek het onderwijs ooit met het leger. Het zijn allebei autoritaire structuren en zowel in het leger als in het onderwijs is medezeggenschap (nog) geen cultuur."

Intimidatie

Ben heeft blijkbaar geen idee hoe het er op sommige scholen aan toegaat, zegt ze: intimidatie! Dat is aan de orde van de dag!

Geklets, vindt Van der Hilst. "Helemaal niet, blijkt uit onderzoek", klinkt het fel vanaf de andere kant van de tafel. Kent hij het onderzoek van Renée van Schoonhoven ('Een geschil is geen ruzie')? "Daaruit blijkt dat mr-leden uit de personeelsgeleding zich soms flink geïntimideerd voelen." Dat komt in de praktijk echt voor, weet ze uit eigen ervaring. "Docenten zijn vaak minder vrij tegenover hun schoolbestuur dan de ouders. Dan moet je met de good guy en de bad guy werken, waarbij ouders natuurlijk de bad guy zijn, want die hebben geen arbeidsrelatie met hun schoolbestuur. Dat werkt goed."

Maar als het niet goed komt, dan moet je naar de rechter kunnen gaan, vindt Slump. Er zijn besturen die zelf een leger aan juridische adviseurs achter de hand hebben, maar die weigeren om professionele rechtsbijstand voor de (g)mr te betalen. Schande, fulmineert de jurist. "Dat zegt genoeg over de attitude van sommige schoolleiders." De afgelopen jaren bleken veel medezeggenschapsraden niet te weten dat ze via de Wms recht hebben op bekostiging van de rechtsbijstand. Hun schoolleiders vertelden het niet, of ze wisten het misschien zelf niet. "Dan moesten medezeggenschapsraden die bekostiging bij de geschillencommissie afdwingen. Dat gebeurde ook. Maar er is dus echt een wet nodig."

Achterban

En de mr maar een klein clubje? Wat een onzin, reageert ze op de kritiek van Van der Hilst. "Goede achterbanraadpleging zit verankerd in deze wet." Als ouders, docenten en leerlingen in de mr zorgen dat ze goed weten wat er leeft bij hun achterban, dan is dat waardevolle kennis waarmee een school beter kan worden. Van der Hilst houdt vol dat de meeste mr-leden vooral namens zichzelf praten, maar in de discussies wint Slump het op punten. Alleen al omdat ze veel meer recente praktijkkennis heeft dan haar discussiepartner. Ze schudt de voorbeelden uit haar mouw, heeft op elke opmerking van Van der Hilst een antwoord paraat, waar hij toch verder van de dagelijkse gang van zaken op school af blijkt te staan.

Toch zijn ze het soms ook met elkaar eens. Dat medezeggenschap in onderwijsinstellingen minder van de grond komt dan elders in de maatschappij verdient aandacht, vinden ze allebei. Slump: "Als de Wms niet functioneert moeten we de mr niet afschaffen, zoals Ben wil, dat is echt onzin. We moeten kijken hoe het beter kan. Hoe je de juiste mensen in een mr krijgt en wat een schoolleider daaraan kan bijdragen."

De machtsverhoudingen deugen niet, vindt ze. "Waarom investeren schoolleiders goud in de keuze en sollicitatieprocedures voor de leden voor een raad van toezicht, maar doen ze helemaal niks aan de kwaliteit van de mr? Een raad van toezicht heeft een rol achteraf. Medezeggenschap heeft juist een rol vóóraf." Nog zoiets: "Waarom mag in het onderwijs de mr niet een lid van de raad van toezicht voordragen? Dat is in het bedrijfsleven heel normaal. Dat is afgewezen omdat het de onafhankelijkheid van de raad van toezicht zou beïnvloeden. Ik krijg daar kippenvel van. Je hebt toch een professionele raad van toezicht? En als iemand wordt voorgedragen, blijft dat lid toch professioneel?"

Faciliteiten

De wet moet niet afgeschaft, maar aangescherpt, betoogt Slump. Dat proces is in volle gang, signaleert ze. Het recht op faciliteiten is inmiddels wel goed geregeld, maar de verhouding tussen raad van toezicht en mr kan veel inniger, vindt ze. "De rvt krijgt vooral informatie vanuit het bestuur. De mr kan een belangrijke rol vervullen door de rvt ook rechtstreeks te informeren." Misschien dat een drama als bij Amarantis dan voorkomen had kunnen worden, zegt ze.

De organisatie van het onderwijs staat een open democratie nogal in de weg, dat vinden ze allebei. Slump: "Als de inspectie langskomt bepaalt de schoolleider met welke ouders er wordt gepraat. Waar komt dat nou voor in dit land? Bij de ondersteuningsplanraden van de samenwerkingsverbanden zie je dat er omwille van de druk en de tijd en de belangenverstrengeling nu veel pleasers zijn gevraagd. Dat moet je niet willen. Er is ongelofelijk veel manipulatief gedrag rond de mr, dat ben ik wel met Ben eens."

Eigen rol

Iedere geleding heeft z'n eigen rol in de mr, benadrukt Slump. Docenten weten precies hoe het er op school aan toe gaat en dat moeten ze (durven) inbrengen in de mr. Ouders kun je selecteren op hun vakkennis, bepleit ze. Zoek een jurist, een bankdirecteur, een boekhouder. "Je moet als gmr over dezelfde kennis beschikken als een schoolleider en de raad van toezicht, dan ben je gelijkwaardig in het overleg. Wij hadden een ouderlid, tevens bankier, die pikte zo de derivaten eruit. Weg ermee. Dat weet een gemiddelde docent niet. Zo krijg je als mr in z'n geheel kwaliteit. Ouders, leerlingen en docenten weten samen álles. Ik heb met een schoolleider te maken gehad die zei: dat veiligheidsbeleid hier is fantastisch geregeld. Toen zei een leerling tegen me: onzin. Vraag mij maandagochtend om 11.00 uur wat je wilt hebben en ik koop het hier voor je. Op het schoolplein was álles te koop. Leerlingen zijn zo belangrijk, die prikken door alle luchtballonnen heen."

Afschaffen

Over het wel of niet afschaffen van de mr worden ze het (uiteraard) niet eens. Nu de Wms er is, moet er sowieso veel beter worden gehandhaafd. Dat kan bijdragen aan de kwaliteit, vindt Van der Hilst toch ook. Slump: "Wie gaat over wat, dat moet duidelijk zijn. Dat staat allemaal in de wet, maar mr-en hebben vaak geen idee wat voor rechten ze hebben."


Verschenen in infomr 3/2014

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren