Cao's: Aan de bak met werkdruk en scholing

Beheers de werkdruk en verhoog de professionele aanpak door leerkrachten. Aan die aspecten van de nieuwe cao's voor primair en voortgezet onderwijs krijgen de personeelsgeledingen in medezeggenschapsraden de komende tijd de handen vol. Zij hebben instemmingsrecht op verbeteringsplannen en adviseren over alle bijkomende zaken. Ouders en leerlingen spelen bij deze discussie geen rol. In dit overzicht staan de belangrijkste medezeggenschapspunten uit de cao.

 

Primair onderwijs:

• In een meerjarenbeleid professionele ontwikkeling staan uitgangspunten, doelen, middelen en randvoorwaarden vermeld. Dit is de basis voor het persoonlijke ontwikkelingsplan dat ieder personeelslid jaarlijks vaststelt in overleg met de leidinggevende. Zo'n plan kan gaan over studieverlof, peer review, coaching en dergelijke. De gmr heeft instemmingsrecht op het meerjarenbeleid.
• Werknemers besteden 2 klokuren per werkweek aan hun eigen professionalisering. Voor activiteiten is per fte gemiddeld 500 euro beschikbaar. Jaarlijks informeert de werkgever de mr over de inzet en verdeling van het budget dat beschikbaar is voor individuele scholing van de werknemers. De eigen professionalisering staat los van de verplichte nascholing die de werkgever oplegt.
• Om vast te stellen of beginnende leerkrachten op tijd basisbekwaam en vakbekwaam zijn, past de school een beoordelingsinstrument toe. De mr krijgt de keuze van dit instrument ter instemming voorgelegd.
• Er komen op elke school in overleg met de mr afspraken over de begeleiding van startende leerkrachten en de instrumenten die daarbij horen.
• Groepsgrootte is een belangrijk aspect van werkdruk. Bij het bestuursformatieplan hoort daarom voortaan een overzicht van de verhouding tussen het aantal leerlingen en leerkrachten per school. De gmr kan zo beoordelen of dit evenwichtig is verdeeld. Op het bestuursformatieplan heeft de gmr instemmingsrecht. De mr op elke school heeft instemmingsrecht op de eigen samenstelling van de formatie.
• Wanneer een meerderheid van het personeel dat wil, is er per school meer variatie mogelijk in het taakbeleid. Dit zogeheten overlegmodel kent individuele variatie in de lestaken en de opslagfactor voor het voor- en nawerk. Er zit dan geen maximum aantal uren meer aan de lestaak en de individuele opslagfactor hangt af van groepsgrootte, zorgleerlingen, ervaring en belastbaarheid van werknemers. De werkgever moet over dit overlegmodel eerst een akkoord bereiken met de mr en daarna is een stemming vereist onder het personeel. De AOb adviseert zo'n stemming schriftelijk te doen, zoals gebruikelijk in het voortgezet onderwijs. Het overlegmodel over taakbeleid geldt drie jaar, daarna is opnieuw een voorstel nodig met stemming onder het personeel. De afspraken gelden per school, dus binnen een bestuur met meerdere scholen kunnen uiteenlopende regelingen gelden.
• Een pauze van minimaal 30 minuten is vereist als de werkdag langer duurt dan 5,5 uur. Die pauze moet liggen tussen 11.00 en 14.00 uur. Het recht op pauze maakt het vaak lastig om continuroosters op te stellen. Als de mr instemt, mag de pauze ook worden ingedeeld als twee keer een kwartier.
• Personeelsleden die zitting hebben in de ondersteuningsplanraad, krijgen daar per jaar 60 klokuren voor toegekend.
• Personeelsleden die voorzitter zijn van de mr, krijgen 20 uur extra boven de 60 uur die alle mr-leden nu hebben. Als de mr-voorzitter een ouder is, gaan deze 20 uur naar een personeelslid dat secretaris van de mr is.

Voortgezet onderwijs:

• Jonge docenten binnenhalen is niet voldoende; het gaat erom ze ook voor het onderwijs te behouden door voldoende scholing en begeleiding te geven. In het Nationaal Onderwijsakkoord is € 69,85 per leerling beschikbaar gesteld voor maatregelen, waaronder een verminderde lestaak in de eerste twee jaar van de aanstelling van de nieuwkomers. De werkgever moet een overzicht van het aantal fte's in deze groep aan de mr voorleggen, waarbij het zowel gaat om starters als om behoud. De mr heeft instemmingsrecht op de besteding van de gelden.
• In het jaarlijkse overleg met de mr over het formatieplan legt de werkgever verantwoording af over de resultaten van het beleid om starters aan te nemen en te behouden.
• Beginnende docenten die voor het eerst in het onderwijs aan de slag gaan, krijgen een betrekking van minimaal 0,5 fte. Dit moet werkdruk door versnippering tegengaan. De mr ziet erop toe dat deze cao-afspraak een plek krijgt in het aanstellingsbeleid en het formatiebeleid, beide onderwerpen waar de mr instemmingsrecht op heeft.
• De uitvoering van de urennormen in de wet op de onderwijstijd heeft gevolgen voor de planning van lesweken, toetsweken en dergelijke. Om die te beschrijven komt er op elke school een transitieplan, uiterlijk in het voor- jaar van 2015. Daarin staat onder andere hoe de veranderingen worden gebruikt om de werkdruk te verminderen. Indien scholen al maatregelen hebben genomen met het oog op de komst van de wet onderwijstijd, dan worden die getoetst aan de cao-richtlijnen voor het transitieplan. De gmr heeft instemmingsrecht.
• Van de lumpsum voor personele zaken gaat per jaar 10 procent naar deskundigheidsbevordering en professionalisering. Per school komt er een professionaliseringsplan waarop de mr instemmingsrecht heeft. Het bestuur kan met de gmr bovenschoolse uitgangspunten en randvoorwaarden afspreken. Voor minimaal 5 procent van de normjaartaak bepaalt de docent zelf de invulling. Denk aan studieverlof, peer review, coaching en dergelijke. De AOb adviseert de mr om erop te letten dat de cao-bepalingen niet worden ingezet om bestaande regelingen te verslechteren.
• Er komen banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, onder wie gehandicapten. Het voortgezet onderwijs heeft 315 fte toegezegd, te realiseren voor 31 december 2015. Er geldt een verdeelsleutel voor besturen: 1 fte met beperking per 264 fte in de organisatie, oftewel 0,38 procent van de formatie. De gmr is op bestuursniveau betrokken bij de uitwerking hiervan in het formatieplan.

Overal waar (g)mr staat vermeld, gaat het over de personeelsgeleding. Ouders en leerlingen hebben geen zeggenschap over arbeidsvoorwaarden.
De uitwerking van de cao-akkoorden is nog gaande. Meer daarover op www.aob.nl: kies voor 'Over uw sector' en volg de links naar cao-informatie. Meer informatie: boek een maatwerkcursus bij AOb Scholing. Raadpleeg voor werkdruk en arbeidsomstandigheden arbocatalogus-po.nl of arbocatalogus-vo.nl


Verschenen in infomr 3/2014

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren