Maatwerk verzacht pijn van rekentool functiemix

De uitkomst van de rekentool functiemix kwam hard aan bij het personeel van de Gooise Scholen Federatie: verdere uitvoering van de sprong naar hogere schalen bleek onbetaalbaar en het college van bestuur bevroor in april dan ook alle bevorderingen. De onaangenaam verraste gmr reageerde net als de leerkrachten zwaar teleurgesteld, maar ging niet bij de pakken neerzitten. Dat leidde nog voor de zomer tot een maatwerkafspraak.

Als voorloper lag de Gooise Scholen Federatie juist zo goed op schema met de invoering van de functiemix. Sinds de effectuering van het Convenant Leerkracht (2008) waren er op de acht scholen van de GSF al heel wat LB'ers en LC'ers doorgestroomd naar hogere schalen. "Het geld is er, dat moet je niet op de plank laten liggen", riep de gmr in 2009 collega-scholen al op in dit magazine.

Totdat in april de onaangename uitkomst van de rekentool de rem erop zette. Alleen toegezegde promoties gingen door, de verdere selectieprocedures werden afgebroken.

Tekort

Mark de Haas, lid van het college van bestuur: "We wisten vanaf 2008 dat de doelstellingen van de functiemix onbetaalbaar waren. Maar we verkeerden in de veronderstelling dat de overheid boter bij de vis zou doen en het functiemixbudget zou verruimen. De rekentool maakte in april 2014 duidelijk dat we, door aan de doelstellingen uit de functiemix vast te houden, een structureel jaarlijks tekort zouden krijgen van bijna € 340.000. We kregen de boodschap dat er vanuit het ministerie geen aanvullende middelen zouden komen en dus hebben we gezegd: dan is het niet meer betaalbaar; we moeten de doelstellingen aanpassen."

Na overleg met de gmr werd besloten dat - als een school dat wilde - het bestuur het slechte nieuws zelf zou toelichten aan het personeel. Willem Schnitfink, voorzitter van de gmr en werkzaam op het A. Roland Holst College in Hilversum: "Het was voor ons niet te verkroppen. Als blijkt dat je de doelstellingen, zoals die door het ministerie zijn afgesproken niet kunt halen, ga je ervan uit dat er meer geld komt. Maar in plaats daarvan komt er een rekentool en moeten de doelstellingen naar beneden worden bijgesteld."

Toezeggingen

Binnen de GSF zou vooral het A. Roland Holst College de dupe worden, wist Schnitfink. Zijn school liep vanaf het begin voorop met het realiseren van de doelstellingen van de functiemix. Er waren allerlei sollicitatieprocedures gaande voor de laatste tranche en er lagen impliciete en expliciete toezeggingen voor 2014. De ene collega was vorig jaar al bevorderd, voor een ander ging dat vooruitzicht ineens in rook op. "Er werd echt gehuild, het was diepe ellende hier op school. Het gaat om perspectief, het gaat om geld en dan wordt alles ineens on hold gezet. Bovendien: de GSF is helemaal niet noodlijdend. Het was een hele koude douche en we hebben als gmr direct gezegd: daarmee gaan we absoluut niet akkoord."

Het woord 'staking' viel al snel, er was de 'dreiging' van decentraal georganiseerd overleg (DGO), waarbij de vakbonden aanschuiven om het probleem door te spreken. Schnitfink omschrijft het als een hele zware periode. "Ik zat zelf in de solliciatiecommissie. En dan moet je tegen mensen zeggen: sorry, maar het gaat niet door."

De onrust en weerstand was begrijpelijk, vond ook het cvb, zegt Mark de Haas. "Wij zijn een betrouwbare werkgever en dat lijk je op zo'n moment niet." Overleg tussen gmr en bestuur leidde al snel tot het voornemen om aan nieuwe scenario's te gaan werken die wel acceptabel zouden zijn voor het personeel. Zowel de werkgever als het personeel vonden dat er snel een nieuw perspectief moest liggen: ze wilden géén DGO maar er samen uitkomen, en bovendien voor de zomervakantie. Leerkrachten die toezeggingen hadden gekregen, hadden recht op snelle duidelijkheid. Een periode van twee maanden intensief overleggen en regelen begon.

Transparant

Bestuur en gmr hebben samen onderzocht wat er binnen de grenzen van de rekentool wel mogelijk was. Mark de Haas: "De lijntjes tussen bestuur en gmr zijn heel erg kort bij ons en dat werkt. We wachten niet af tot we elkaar tegenkomen op een vergadering, maar we bellen met elkaar als er iets is."

Natuurlijk neemt het cvb de mening van de gmr serieus, zegt De Haas. "We hebben geluisterd naar de werkvloer, we zijn zelf transparant geweest, we hebben alles op tafel gelegd met de bedoeling om er samen uit te komen. Geen verborgen agenda's. De gmr kon ons duidelijk vertellen waar de problemen zaten. De gmr heeft natuurlijk een andere kijk op een aantal zaken en dat heeft in dit geval duidelijk geleid tot een ander besluit. Een beter besluit ook, dat vind ik echt."

Bij goede medezeggenschap moet je als gmr en cvb niet blijven steken in het belangenconflict, zeggen beiden. "Het is ons gelukt om de discussie naar een hoger niveau te tillen. Niemand wil dat onze scholen failliet gaan, het is dus ons gezamenlijk belang om daar uit te komen."

Het lukte inderdaad om voor de zomer de knoop door te hakken. Het probleem bij de GSF zat deels in het entreerecht, dat een overschot aan dure LD-functies veroorzaakt. "Als je één LD'er teveel hebt kun je twee LC'ers niet benoemen." Het nog tot de zomer van 2015 geldende entreerecht doet geen goed aan gezonde verhoudingen in de docentenkamer, vinden ze allebei. "Wie minimaal 50 procent in de bovenbouw lesgeeft, wordt automatisch ingeschaald op LD. En een collega die al jarenlang prima les staat te geven op de mavo krijgt niks. Zulke afspraken zijn een gedrocht. Het geeft scheve ogen in de docentenkamer."

Minimumpercentages

Cvb en gmr besloten de gevolgen van het entreerecht buiten de nieuwe afspraken te houden. In de nieuwe maatwerkafspraken zijn minimumpercentages voor LB, LC en LD vastgelegd. Die corresponderen (bijna) met de aanvankelijke functiemix. Alleen het percentage LC ligt substantieel lager. Voor De Haas was het belangrijk dat de percentages binnen de door de rekentool berekende betaalbaarheid passen. Schnitfink: "Het zijn minimumpercentages per school. En die worden voor een langere periode afgesproken en elk jaar in het jaarplan weer vastgelegd en gecontroleerd. Maar, en dat vind ik belangrijk, het zijn echt minimumpercentages. Als school kun je in je eigen begroting zoeken naar geld om méér te doen. Als er een LD'er vertrekt, hóef je niet automatisch een nieuwe LD'er te benoemen. Wij willen meer LC-functies, dus we moeten kijken waar we kunnen bezuinigen om dat voor elkaar te krijgen."

Hoe de GSF-scholen dat aan gaat pakken is nog niet duidelijk, zegt Schnitfink. "Maar je kunt het onderwijs soms natuurlijk anders organiseren. Misschien af en toe een hoorcollege voor 60 leerlingen tegelijk, in plaats van twee keer voor 30 mensen. Plannen voor verbouwingen nog eens tegen het licht houden. We hebben hier twee mediatheken vlakbij elkaar: daar valt misschien te combineren."

Als gmr moet je goed op de hoogte willen zijn van de financiële situatie op alle scholen, benadrukt Schnitfink. "Dan kun je meepraten. Wij voelen ons serieus genomen. We praten in een vroeg stadium met het college van bestuur over beleid. Voordat het cvb de begroting opstelt, worden eerst de uitgangspunten ervan met de gmr gedeeld."

Mark de Haas: "Als bestuurders moet je medezeggenschap serieus nemen. Dan is de (g)mr geen lastig gremium waar je langs moet, maar overleg je samen en daar worden de besluiten beter van. Mr-leden zitten op de werkvloer, daar zijn zij de deskundigen en door goed met elkaar te overleggen wordt het draagvlak voor alle besluiten groter."


Tips van Willem Schnitfink:

• Maak minimumafspraken waarbij naar boven afgeweken kan worden.
• De functiemix houdt op, zorg dat de minimumafspraken voor meerdere jaren gelden
• Zorg ervoor dat de maatwerkafspraak elk jaar onderdeel is van het jaarplan. De discussie moet dan zijn: is deze afspraak nog nodig of gaan wij terug naar de oorspronkelijke percentages? 


Er kan vaak meer dan uit rekentool blijkt

Dat er bij de GSF uiteindelijk een mooie maatwerkafspraak is gemaakt, hoeft geen uitzondering te zijn, zegt rayonbestuurder Clazien Rodenburg van de Algemene Onderwijsbond. Er is vaak meer mogelijk dan in eerste instantie uit de rekentool blijkt, heeft ook Rodenburg gemerkt. "Scholen gaan vaak van de duurste variant uit. Alsof iedereen meteen aan het eind van een schaal zit, maar dat is natuurlijk helemaal niet zo. En er gaan vaak dure krachten met pensioen, terwijl daar goedkopere jonge leerkrachten voor terug komen. Scholen rekenen te voorzichtig. Je moet je hier als (g)mr echt mee bezig willen houden en zorgen dat je de financiële situatie van je organisatie goed kent. Dan kun je kijken hoe de school er financieel voorstaat en of er iets extra's mogelijk is. Als AOb hebben wij steeds gepleit voor extra middelen, maar de rekentool geeft in elk geval goed inzicht wat er mogelijk is. Als je dat weet, heb je argumenten om met je bestuur in discussie te gaan."

 

Verschenen in infomr 3/2014

Categorie

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren