Haal eens een flexwerker in de mr

Als één op de zes docenten een flexibel arbeids- contract heeft zoals de laatste cijfers over het voortgezet onderwijs vermelden, wordt het dan tijd om deze stem ook in de medezeggenschapsraad te horen? En geldt dat in het primair onderwijs met één op de acht net zo goed? Ja, zegt de AOb in de handreiking ‘Grenzen aan flexwerk’ die binnenkort verschijnt. En zo’n vertegenwoordiging blijkt nog heel makkelijk ook.

Of het nu gaat om een nulurencontract, uitzendarbeid, detachering, inhuur als zelfstandige of een tijdelijk contract: het is allemaal flexwerk, want anders geregeld dan het dienstverband voor onbepaalde tijd. In de vorm van een tijdelijk contract is flexwerk van alle tijden; wie is er niet begonnen met zo'n aanstelling op proef om zowel de werkgever als de werknemer te laten verkennen of ze wel de juiste keus hebben gemaakt?
Het onderwijs ontsnapt de laatste jaren echter niet aan de trend om steeds meer functies flexibel in te vullen, merkt de AOb. Werkgevers ervaren dit als een vorm van vrijheid, maar de bond signaleert risico's die nog te weinig aandacht krijgen. De medezeggenschapsraad kan die de komende maanden aan de orde stellen, aangezien er een wetswijziging is aangenomen die direct ingrijpt in de praktijk: tijdelijke contracten mogen vanaf juli 2015 nog maar 2 jaar duren in plaats van 3. Na die periode krijgt de flexwerker een vast contract, of mag hij zes maanden lang niet aan de slag bij de organisatie.
Deze regel moet de positie van flexibele arbeidskrachten versterken en daar is de AOb voorstander van. Maar alleen met die regel redt de flexwerker het niet, zegt Kim Stremmelaar, projectmedewerker flexwerk van de vakbond. "De medezeggenschapsraad heeft een belangrijke stem bij de afweging hoeveel flexwerkers de school nodig heeft. Nu de wetswijziging eraan komt, heeft de mr alle reden om dit onderwerp met de overlegpartner te bespreken. Flexwerk heeft rechtstreeks verband met het aanstellingsbeleid en daar heeft de mr instemmingsrecht op."

Zwangerschap en ziekte
Dat scholen voor sommige banen geen vast arbeidscontract aan kunnen bieden, is voor de AOb glashelder. Vervanging bij zwangerschap of langdurige ziekte, werk op projectbasis, die ene vacature bij een school waarvan het leerlingenaantal krimpt, het kunnen allemaal goede aanleidingen zijn om een tijdelijke aanstelling af te spreken. Wel verzet de AOb zich tegen de stilzwijgende opmars van flexibele contracten zonder duidelijke aanleiding die op sommige scholen optreedt. En constructies waarbij de flexkrachten hetzelfde werk doen in een slechtere rechtspositie, zoals payrolling, daar moet de vakbond al helemaal niets van hebben. Zulke trucs lijken wel voordelig voor de werkgever, maar ze leiden uiteindelijk tot aantasting van de kwaliteit van het onderwijs.

Urenbriefjes
Bij CVO Zuid-West Fryslân was het voor de gmr duidelijk toen het bestuur in 2013 voorstelde om een deel van de vacatures te vervullen via een payroll-bedrijf. In deze constructie besteedt de school het werkgeverschap uit en moeten de zo aangestelde leerkrachten urenbriefjes invullen. Dat creëert een tweedelig in het team, oordeelde de gmr, niet doen dus. De overlegpartner accepteerde die visie, zegt gmr-secretaris Geartsje Harjus-Vos: "Voor zover mensen tijdelijk in dienst moesten komen, ging dat gewoon weer met tijdelijke contracten. Over payroll voor leerkrachten hebben we daarna niets meer gehoord."
Het mag voor de mr geen vraag zijn hoeveel flexibele contracten er eigenlijk bestaan op school. De werkgever heeft namelijk de plicht om hierover actief informatie te verstrekken. Op basis van de aantallen kan de mr vervolgens het gesprek aanknopen: welke vormen van flexibele arbeid hanteert de werkgever, welke rechtspositie geldt er en wat zijn de redenen om deze aanstellingen te kiezen?
De mr heeft recht op al deze gegevens, die nodig zijn om beargumenteerd in te kunnen stemmen met aanstellingsbeleid en advies te geven over formatiebeleid, personeelsbeleid en zelfs financiële kwesties zoals de continuïteitsparagraaf: in hoeverre is de school klaar voor de toekomst en hoe speelt het bestuur in op risico's?
Ook bij arbeidsvoorwaarden kan flexwerk een relevante factor zijn. Volgens de wet moeten tijdelijke krachten, ook als ze zijn ingehuurd via een uitzendbureau, bij vacatures net zoveel kans maken op een baan als vast personeel. Voor de samenhang in het team is het van belang ook nascholing, taakbeleid en dergelijke op gelijke wijze af te handelen. Of dat ook gebeurt, is voor de medezeggenschapsraad vast te stellen door flexcollega's te ondervragen en door hen aan te moedigen om mee te doen in de mr.
Hoewel op de meeste scholen momenteel alleen vaste krachten deelnemen aan de medezeggenschapsraad, geeft de wet behoorlijk wat ruimte aan flexwerkers. Iedereen die zes maanden of langer bij de school werkt, op welk contract dan ook, heeft stemrecht voor de mr en is verkiesbaar. Langs die weg kan er 'vanzelf' een flexwerker in de raad komen, maar er zijn ook andere opties. Scholen met veel tijdelijke krachten kunnen een kiesgroep instellen voor deze categorie of een kwaliteitszetel instellen. Lukt het langs die weg niet, dan is een klankbordgroep of een flex-aanspreekpunt binnen de mr een alternatief.
Het is in elk geval belangrijk dat elke mr zich afvraagt of ze deze groep collega's voldoende vertegenwoordigt, vindt de AOb. Organen voor medezeggenschap moeten zoveel mogelijk een afspiegeling zijn van de organisatie. Zijn er veel tijdelijke krachten, dan is het belangrijk om steeds ook aan hun positie te denken.

De handreiking 'Grenzen aan flexwerk' gaat dieper in op al deze onderdelen en nog meer kenmerken van flexarbeid in het onderwijs. Er is een uitgebreide checklist opgenomen waarmee mr-leden dit onderwerp op de agenda van het overleg kunnen zetten en de vinger aan de pols houden. De brochure is direct als digitale gids te downloaden.

Verschenen in infomr 4/2014

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren