Oproep: Zoek het geld voor passend onderwijs!

Bijna twee jaar na de invoering van passend onderwijs is één ding afschuwelijk duidelijk: het geld komt niet op de goede plek. De AOb roept iedereen op mee te zoeken waar de budgetten dan wel blijven.
Het zoekraken van geld voor passend onderwijs is een groot drama, vindt Reinout Jaarsma, medezeggenschapsdeskundige bij de Algemene Onderwijsbond AOb. "Passend onderwijs is één van de grootste onderwijsveranderingen sinds de Mammoetwet. En wat je er inhoudelijk ook van vindt, je moet zorgen dat je de financiën goed regelt. Dat is nu dus niet het geval. Niemand lijkt te weten hoe het komt, maar het budget komt níet in de klas, dat is duidelijk."
Daarom doet hij een oproep aan iedereen die actief is in de medezeggenschap, of dat nu in een mr, gmr of opr is: follow the money! Die aanpak, ooit beroemd geworden door de Watergate-affaire, is volgens Jaarsma de enige mogelijkheid om erachter te komen waar het misgaat met het budget voor passend onderwijs. "Je zou er nu al bijna een parlementaire enquête aan willen wijden: waar blijft het geld?"

Handen in het haar

De AOb heeft de afgelopen maanden duizenden reacties verzameld en daaruit wordt duidelijk dat 'de werkvloer' met de handen in het haar zit. Klassen worden groter, er komen leerlingen bij die meer en speciale aandacht nodig hebben, passende en concrete hulp is er niet. Passend onderwijs zorgt voorlopig vooral voor meer bureaucratie, een nog hogere werkdruk en onzekerheid: 'hoe krijg ik extra ondersteuning in mijn klas?' 'Hoe kan het dat ik te horen krijg dat er geen budget is?' Dit type noodkreten komt uit het hele land, zegt Jaarsma. Als opr (ondersteuningsplanraad), heb je instemmingsrecht op de begroting van een samenwerkingsverband. Je ziet als opr-lid hoeveel geld het swv binnen krijgt. "En je ziet de verdeelsleutel." Opr-leden moeten die verdeelsleutel onder de loep nemen, adviseert Jaarsma. "Hoeveel geld ging er eerst naar de verschillende schoolbesturen, en hoeveel nu? Grote schoolbesturen hebben vaak meer stemmen in de samenwerkingsverbanden, wat betekent dat voor de verdeling van de middelen? Komt een klein bestuur er nog wel aan te pas?"

Onderaan beginnen

Jaarsma vermoedt dat de verdeling van het geld nu op een boekhoudkundige manier verloopt. "De crux is natuurlijk: welke leerlingen zijn er op de scholen. Het samenwerkingsverband moet verdelen op basis van de zorg die nodig is, onderaan beginnen dus." Hij heeft al bestuursbegrotingen voorbij zien komen waarin aan de zijde van de 'baten' op de balans de inkomsten vanuit het swv keurig waren genoteerd. Net zoals daar ook de inkomsten vanuit het rijk staan, de inkomsten vanuit het swv staan dan bijvoorbeeld onder overige inkomsten. "Maar aan de lastenkant, bij de uitgaven, zie ik daar niks van terug. Dat kan natuurlijk niet. Je kunt niet creatief gaan boekhouden met het swv-geld. Dat kun je niet aan nieuwbouw of zo gaan besteden. Het is toch een soort van geoormerkt geld, dat moet terechtkomen bij de kinderen die het nodig hebben. Maar ik vrees dat sommige schoolbesturen het geld voor passend onderwijs gebruiken om andere gaten te dichten. Er is natuurlijk altijd geld tekort op scholen en de gedachte is al snel dat de leerkracht het uiteindelijk wel redt in de klas."

Overhead en administratie

Daar ligt dus een belangrijke taak voor de gmr, zegt Jaarsma. "Controleer of het geld van het swv wel wordt doorgegeven naar de verschillende scholen. Natuurlijk moet er wat af voor overhead en administratie, maar de rest moet echt dóór. Dat moet worden besteed aan passend onderwijs."
Als gmr geef je advies over de verdeelcriteria van het geld. Hoeveel gaat er naar personeel en materieel, overhead, reserves en hoe wordt het verdeeld over verschillende locaties. Kijk of er een inhoudelijke grondslag is voor de verdeelsleutel, adviseert hij. "Het lijkt erop alsof het geld beleidsarm wordt verdeeld. Een schoolbestuur krijgt wat het voorheen ook kreeg. Terwijl er natuurlijk veel meer te zeggen valt voor beleidsrijk verdelen: wie als school extra ondersteuning biedt, zou ook extra middelen moeten ontvangen, want extra ondersteuning geven kost meer geld. Zo'n verdeelmethode zie ik nog niet veel."

Wie betaalt, bepaalt

Nu verdelen schoolbesturen de swv-gelden over de verschillende scholen. Jaarsma: "Maar eigenlijk zou het swv zelf een veel groter vinger in de pap moeten hebben. Wie betaalt, bepaalt. Je moet als swv willen weten waar het geld naartoe gaat."
In de praktijk leidt de huidige verdeling nu tot hogere werkdruk voor leerkrachten, hoort Jaarsma als hij op scholen is. "Vollere klassen, de oude intern begeleider is er niet meer en leerkrachten proberen het zelf op te pakken. Veel van deze kinderen hebben een hoge aaibaarheidsfactor, leerkrachten willen zó graag iets voor hen doen. Leerkrachten willen zichzelf ontwikkelen op dit gebied, er is enorm veel belangstelling voor cursussen en trainingen. Maar het betekent wel weer een verhoging van de werkdruk."
Op schoolniveau moet de mr natuurlijk zorgen dat duidelijk is hoeveel geld er van het samenwerkingsverband af komt. "Dat moet je als mr willen weten. Want je krijgt wel die leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Dan hoort daar ook deskundigheid bij." Zelf kreeg hij als docent ooit een blinde leerling in de klas. "Ik moest leren wat dat betekende voor mijn manier van lesgeven. Als je iets op het bord zet, erbij zeggen: ik teken nu een driehoek op het bord. Dat een dove jongen door passend onderwijs nu naar een dorpsschool kan in plaats van dat hij met het busje ver moet reizen is natuurlijk mooi. Bij z'n vriendjes, in de eigen buurt, kleinschalig, overzichtelijk. Maar in de praktijk krijgt de leerkracht op de dorpsschool het gewoon op z'n bordje. Er komt geen geld bij voor een klasse-assistent, extra digitale ondersteuning of wat dan ook. En zet je die dove leerling achter een computer of zorg je voor echt goede begeleiding? Misschien is het beter voor de leerling en de klas als hij toch nog één dag naar Kentalis gaat en dat kost ook weer geld."

Wacht niet op de begroting

Als mr moet je weten: hoeveel leerlingen hebben we, die extra zorg nodig hebben? En waar zie je dat in de begroting terug? Jaarsma: "Maar je hoeft niet op die begroting te wachten. Je kunt van onderaf beginnen. Een zorgleerling zit op school, waar is het extra geld dat erbij hoort? En als dat niet duidelijk is, als de directie het ook niet weet, dan leg je die vraag bij de gmr. Hoe lopen de geldstromen? En als gmr moet je het weer aan de opr vragen. Het is belangrijk dat die lijntjes er zijn tussen de verschillende medezeggenschapsorganen. Dit geld is bestemd voor passend onderwijs, je moet die geldstroom gaan volgen. Het mag niet opgaan aan bureaucratie en meer personeel bij het swv."
De AOb ziet dat er op alle niveaus, ook door het samenwerkingsverband, geld wordt 'opgepot'. "Reserves moeten minimaal zijn, want dat geld moet naar de klas. Het is bedoeld voor een enorm kwetsbare groep. Als lid van een mr, gmr of opr moet je je daar echt mee bezig gaan houden: komt het geld wel exact daar, waar het nodig is?"

Hoe staat het er op jouw school voor met passend onderwijs? Vul de scan in van de AOb en andere onderwijsorganisaties via www.scanpassendonderwijs.nl. De uitkomst geeft handvatten om op schoolniveau verder te praten en geeft tips voor het ondernemen van actie, mocht dat nodig zijn.
De AOb houdt tevens een brievenactie over passend onderwijs. Op de AOb-website staat een voorbeeldbrief waarmee iedereen bij het schoolbestuur inzicht kan vragen in de besteding van de gelden.

Verschenen in infomr 2/2016

Categorie

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren