Staand beleid valt niet zomaar om

Als een in de praktijk gegroeide werkwijze niet blijkt te passen bij formeel vastgelegde afspraken uit het verleden, wat gebeurt er dan als de overlegpartner het ‘staand beleid’ kwijt wil?
Een hoge opslagfactor is een fijn 'verworven recht' op een school voor voortgezet onderwijs, maar er blijkt iets heel anders op papier te staan dan er in de praktijk gebeurt. Daar komt discussie van als de schoolleiding bij een bespreking van het taakbeleid de opslagfactor voor- en nawerk aan de orde stelt. Die moet van de huidige 73,3 procent terug naar 66 procent om de inzet van uren en taken rond te krijgen, krijgt de medezeggenschapsraad te horen.
De personeelsgeleding in de mr trapt direct op de rem, want leerkrachten gebruiken de tijd uit de opslagfactor nu volledig om lessen voor te bereiden en toetsen na te kijken. Tien procent eraf komt over als tien procent harder werken voor hetzelfde geld en bovendien zullen in de 'vrijgekomen' ruimte andere taken opduiken. Dat is geen boodschap waar een mr de achterban mee kan plezieren.
De 66 procent komt niet uit de lucht vallen. Op de school waar het hier om gaat, is in 2004 een afspraak gemaakt over de factor voor- en nawerk. De toenmalige directie en de medezeggenschap kwamen uit op 66 procent en zo is twee jaar lang gewerkt. Vervolgens is de schoolleiding vanaf 2006 zonder overleg en zonder communicatie gaan rekenen met een verhoogde factor van 73,3 procent. Tien jaar later vindt de huidige leiding dat het tijd is om het taakbeleid bij te stellen en dat moet gebeuren op basis van de enige formeel vastgestelde factor, 66 dus.
Maar de mr voelt er niets voor de discussie te openen met het zonder meer inleveren van vele uren nakijk- en voorbereidingstijd. Ook al staat er over 73,3 procent geen beleid op papier, het getal is wel te zien in de jaartaakformulieren. De feitelijke gang van zaken gaat voor, vindt de mr, als een vorm van 'staand beleid'. De uitkomst van een discussie hoeft niet te zijn dat dit percentage voor eeuwig blijft gelden, maar het moet wel het vertrekpunt zijn van gesprekken.

Verworven recht

Kunnen we eventueel hiermee naar de geschillencommissie, vraagt de mr voor de zekerheid aan mr-consulent Luciënne Japchen Lenstra van de AOb. En dat blijkt geen eenvoudige vraag. Enerzijds is 'staand beleid' of een 'verworven recht' niet meer dan een afwijking van bestaande afspraken. Bij arbeidsconflicten winnen de formele regels het vrijwel altijd van de ingesleten gewoontes. Maar aan de andere kant is de afwijking hier zo collectief en zo lang toegepast dat de feitelijke gang van zaken wel degelijk te zien valt als een vorm van geldend beleid. Dat de personeelsgeleding in de mr van 2006 daar geen instemming op heeft verleend, valt die mr niet aan te rekenen. Het naleven van de medezeggenschapsregels is ook een verantwoordelijkheid van de werkgever. Dat de mr er tien jaar lang niet tegen heeft geprotesteerd valt ook te zien als een vorm van vervangende instemming.
Dat het verlagen van de feitelijke factor een nieuw besluit is waarover mr en schoolleiding moeten praten blijkt ook uit een verwante kwestie op een andere school die het al wel tot de geschillencommissie bracht. Daar ging het over docenten met examenklassen die in de periode na het centraal examen opeens werden ingedeeld als vervanger in de lagere klassen. In het verleden hadden ze die uren juist kunnen gebruiken voor nakijkwerk en andere schooltaken. Ook daar bleek de gewoonte niet vastgelegd, maar de schoolleiding kon het 'staand beleid' niet met een pennenstreek schrappen. Binnen het instemmingsrecht moesten de mr en de overlegpartner een nieuwe afspraak maken; de mr wist hier ruimte voor onderhandelen af te dwingen.

Overzichtelijk

Bij de vraag over 66 of 73,3 procent hoeft de geschillencommissie er niet direct aan te pas te komen, want de schoolleiding en de mr proberen er aan de hand van het advies van de AOb samen uit te komen. En dat advies is behoorlijk overzichtelijk. Enerzijds kan de overlegpartner niet zomaar iets afkondigen, anderzijds moet de personeelsgeleding bereid zijn om te overleggen. Het is niet redelijk zonder meer behoud van 73,3 procent te eisen. De overlegpartner kan een voorstel doen, er wordt over gesproken en als de mr het ermee eens is volgt de stemming door de achterban. Dit gaat om een wijziging van het systeem van taakbeleid en daarom is een tweederde meerderheid vereist.
Dat er na tien jaar iets verandert is overigens niet heel vreemd en het is ook niet verrassend dat de directie de 73,3 procent vergelijkt met andere scholen. Maar al is in het voortgezet onderwijs een gebruikelijke opslagfactor voor voor- en nawerk 60 tot 65 procent, het gaat om het onderbrengen van taken en een evenredige verdeling van de werklast. Overal willen de meeste docenten en schoolleiders eigenlijk meer doen dan er tijd overblijft voor deskundigheidsbevordering, algemene en bijzondere schooltaken. Hoe hoger de opslagfactor, des te groter die uitdaging.
Na twee gezamenlijke gesprekken met de AOb-consulent was duidelijk dat eenzijdige verlaging van de opslagfactor niet aan de orde is, gezien de historie. De personeelsgeleding in de mr heeft voorgesteld de bestaande berekening van de opslagfactor te handhaven, met de opening dat voor toekomstig beleid een factor van 66 procent bespreekbaar is in combinatie met het verhogen van het aantal lesweken van 36 naar 37,8. Uitkomst: dit cursusjaar blijft de 73,3 procent staan, een nieuw taakbeleid wordt met ondersteuning van de AOb de komende tijd ontwikkeld.

Verschenen in infomr 2/2016

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren