Verzuim: altijd alert blijven

Schoolbesturen in het primair onderwijs die denken dat ze het ziekteverzuim onder controle hebben, kunnen zich onder voorwaarden losmaken uit het Vervangingsfonds. Of dat een aanvaardbaar risico is, moet de personeelsgeleding in de mr beoordelen.
Ziekteverzuim kost geld, want terwijl het uitgevallen personeelslid wordt doorbetaald doet een vervanger het werk. Om het mogelijk te maken dat er altijd iemand voor de klas staat ondanks de hoge kosten van langdurige of veelvuldige ziekte is het Vervangingsfonds in het leven geroepen. Het fonds adviseert ook over werkomstandigheden, maar het bestaan van deze verplichte verzekering heeft een keerzijde: scholen die het lukt om het verzuim terug te dringen, worden daar ondanks een vorm van no-claim beperkt voor beloond. De premie hangt samen met het totaal van de bruto salarissen op de school, standaard gaat het momenteel om ongeveer 6,5 procent.
De rekensom lijkt snel gemaakt: wie de verzuimkosten onder de betaalde premie aan het fonds brengt, kan goedkoper uit zijn dan de andere deelnemers. De overheid denkt het verzuim ook te beperken door financieel te prikkelen. Daarom mogen grote schoolbesturen zich met instemming van hun gmr al enige tijd losmaken van het collectief. Voor schoolbesturen met een lumpsum onder 20 miljoen euro per jaar is dat sinds een jaar ook mogelijk, maar zij moeten aan meer voorwaarden voldoen om 'eigenrisicodrager' te worden.
Premie die niet meer naar het fonds gaat, moet wel op de begroting blijven staan om vervanging bij het optredende verzuim te kunnen betalen. Dat is niet het enige waar de personeelsgeleding in de medezeggenschapsraad op moet letten bij de beoordeling, zegt AOb-sectorbestuurder Anton Bodegraven. "Wees er alert op dat er inderdaad wordt vervangen, dat het vervangingsbudget niet wordt besteed aan andere zaken ter wijl er onbevoegden voor de klas staan of klassen worden samengevoegd. Natuurlijk, soms is het even de enige oplossing, maar noodmaatregelen mogen niet structureel zijn."

Rapportages

De weg naar het eigenrisicodragerschap begint bij verzuim- en vervangingsbeleid. De school moet zich inzetten voor goede arbeidsomstandigheden, aanvaardbare werkdruk en tijdige begeleiding als een medewerker toch uitvalt. Zulk beleid is op elke school een goede zaak, benadrukt Bodegraven, en het is uiteraard een punt voor de medezeggenschap. In de meeste gevallen zal het op de gmr-agenda verschijnen. Nog interessanter is de uitvoering van de maatregelen ter vermindering van verzuim: lukt dat? Kleine schoolbesturen die het Vervangingsfonds willen verlaten, moeten aantonen dan hun verzuim- en vervangingsbeleid echt werkt. "Maar het fonds toetst de inhoud van het beleid dan niet zelf", waarschuwt AOb-bestuurder Bodegraven. "Het krijgt wel de verzuimcijfers ter controle, maar verder bekijkt het alleen of de personeelsgeleding akkoord is gegaan met de aanvraag en met de rapportages. De pgmr heeft rechten in deze procedure, maar die moet ze wel zelf gebruiken." Vervanging bij ziekte is altijd belang rijk, legt Bodegraven uit: "Vervanging bestrijdt namelijk verhoging van de werkdruk van collega's, die anders zelf klassen moeten opvangen of lessen overnemen. Dus zorg ervoor dat je vooraf kritisch meedenkt als de school verzuim- en vervangingsbeleid opstelt. De mr kan in elk geval de cijfers over de laatste drie jaar verzuim en vervanging beoordelen. Die cijfers moeten bekend zijn, want het Vervangingsfonds hoort die van het bestuur te krijgen."

Collectief

De mogelijkheid om bij goede prestaties uit het fonds te treden, kan betekenen dat binnen afzienbare tijd alleen nog scholen met hoge verzuimcijfers in de organisatie achterblijven. Dat is een overgangsfase, vindt de wetgever, zo gaat het als de verplichting van een collectieve dekking voor verzuimrisico's wordt geschrapt. De politiek hoopt uiterlijk in 2020 het hele fonds op te kunnen heffen, waarna alle scholen in het primair onderwijs zelf het risico dragen. "Voor schoolbesturen met een lumpsum van 20 miljoen of meer hoeft dat geen probleem te zijn", zegt Bodegraven. "Voor kleinere scholen onderzoeken de vakorganisaties hoe zij kunnen blijven vervangen."
En als een schoolbestuur op dit moment er niet over peinst om zelf het risico van ziekteverzuim en vervanging te dragen, moet de medezeggenschap zich dan zorgen maken? "Als het team sterk vergrijsd is, of juist heel jong met een grote kans op kinderwensen, dan kun je daarop anticiperen. Het kan dan heel logisch zijn om in het Vervangingsfonds te blijven."

'Zo vaak mogelijk vervangen'

Afspraken rond vervanging waren het grote struikelblok tijdens de slepende onderhandelingen over een nieuwe CAO voor het primair onderwijs. Net voor Koningsdag kwamen de bonden en de werkgevers tot een onderhandelaarsakkoord waarin zij vaststellen dat afwezige leerkrachten zo vaak mogelijk vervangen moeten worden met afspraken die zowel in het openbaar als in het bijzonder onderwijs werkbaar zijn.
De nieuwe afspraken zijn nodig door de Wet Werk en Zekerheid, die het onmogelijk maakt om jarenlang te werken met opeenvolgende tijdelijke contracten. De cao-partners hebben wel wat ruimte binnen de regels gevonden. Een vervanger kan daardoor toch 36 maanden actief zijn op maximaal zes contracten zonder dat het bestuur verplicht is daarna een permanent dienstverband aan te bieden. Daarnaast komen er in de cao voor het primair onderwijs twee nieuwe flexibele vormen: ten eerste het min-max-contract waarbij het aantal werkzame uren 'mee ademt' met de behoefte aan vervanging. De min-max-leerkracht heeft een bodem, bijvoorbeeld 8 uur, en een plafond van maximaal 2,5 keer dat aantal. De tweede nieuwe vorm is het bindingscontract van minimaal 1 uur, bedoeld om personeel achter de hand te hebben dat kan invallen bij onplanbare en onvoorziene vervanging. De bindingsuren zelf zijn voor professionalisering of teamactiviteiten, pas als er onverwacht iemand vervangen moet worden komt de bindingscollega voor de klas te staan. Omdat dit ook voor de leerkracht onvoorzien is, geldt er geen strikte verplichting. Als de bindingscollega al andere afspraken of werkzaamheden heeft, moet de school een andere list verzinnen.
Het vervangingsbeleid is vanzelfsprekend onderwerp van discussie voor de personeelsgeleding in de gmr. Die zal het op de agenda krijgen zodra de cao is goedgekeurd door de achterban en ook daarna blijft het een punt van aandacht. De nieuwe afspraken over vervanging worden in het voorjaar van 2017 geëvalueerd.

Verschenen in infomr 2/2016

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren