Vervang zonder verrassingen

Ziekte valt niet te plannen, maar op verzuim kan elke school rekenen. De recente wetgeving over tijdelijk werk dwingt de school om vervanging beter te organiseren dan een toevallige lappendeken van tijdelijke contracten.

Doodsbenauwd klonken talloze schoolbesturen aan de vooravond van nieuwe wetgeving over tijdelijke dienstverbanden.  Vervangers zouden veel te snel recht krijgen op een vast contract. Maar omdat er niet genoeg geschikte vervangers zijn en scholen nieuwe vaste aanstellingen vermijden, dreigden klassen veel vaker naar huis te moeten bij ziekte en ander verzuim. Vooral in het primair onderwijs beierden de noodklokken. De stichting Katholiek Onderwijs Noord Oost Twente (Konot) schreef ouders in april 2015 dat de nieuwe wet ertoe zou leiden dat hun kinderen vaker thuis zouden zitten bij ziekte van leerkrachten. Extra personeel aannemen is vanwege de daling van de leerlingaantallen in deze regio onmogelijk.
Maar dat gebeurde toch: vijftien nieuwe collega's met 0,6 dienstverband traden aan voor de opvang van verzuim. Als er dan toch nóg een gat valt, schakelt Konot de vervangingspool in van Onderwijsbureau Twente, een mobiliteitscentrum met zevenhonderd personen in de kaartenbak. Die pool heeft geen leerkrachten in dienst, dus voor elke invalbeurt wordt een contract opgesteld met het schoolbestuur. "Dan calculeert zo'n invaller natuurlijk. Als ze een dag bij ons komen vervangen, souperen ze een van de zes tijdelijke contracten op die ze in drie jaar mogen hebben", zegt bestuurder Jan Morsink. Hoe korter de vervanging, des te lastiger het vinden van een invaller. De gmr van de Twentse stichting voor katholiek onderwijs verwacht de kwestie deze herfst weer op de agenda, laat het secretariaat weten, aan de hand van informatie over de nieuwe instrumenten uit de cao primair onderwijs, bindingscontracten van een uur en min/max-contracten.

Trapsgewijs

Ook elders in Nederland nemen schoolbesturen nieuw personeel aan om verzuim op te vangen.
Salto in Eindhoven bijvoorbeeld heeft er dertig aangesteld. Als dat niet voldoende blijkt, schakelen de Saltoscholen een payrollbedrijf in voor de piekbelasting.
Scholen die het verzuim niet met eigen mensen kunnen opvangen, zijn volgens de AOb het beste af door samen te werken met een vervangingspool. Zo'n organisatie leent leerkrachten uit aan steeds wisselende scholen. Deze leerkrachten zijn in principe bij de pool in dienst, al komen flexibele contracten en oproepkrachten ook daar voor.
Zo ontstaat een trapsgewijze opbouw van de formatie: de kern is op elke school in vaste dienst, vervangers van de pool komen voor lange of korte tijd invallen.
Het aandeel van tijdelijke contracten in relatie tot de omvang van de vaste formatie is een belangrijk onderwerp in het formatieplan dat elk schoolbestuur moet maken volgens de afspraken in de cao primair onderwijs. Daar staat ook in welke instrumenten de school hanteert om de gevolgen van verwacht en onverwacht verzuim zo soepel mogelijk op te vangen. Om de organisatorische problemen van de werkgevers op te lossen maakt de cao meer mogelijk dan de traditionele vaste en tijdelijke contracten: allereerst min/max-contracten van minimaal 8 uur, met de optie om ze flexibel uit te breiden tot maximaal 2,5 keer het aantal uren. De werkgever heeft daar ook een zekerheid: vooraf staat vast op welke dagen deze collega extra inzetbaar is.
Nog lichter is het bindingscontract van 1 uur. Dat legt een tijdelijk dienstverband voor een langere periode vast, met de optie om bij onvoorziene vervanging de leerkracht snel in te kunnen zetten zonder dat die uren tellen als een apart arbeidscontract. In dat ene uur per week werkt de invaller aan professionalisering, individueel of door mee te doen aan teamscholing. Als er dan verzuim opgevangen moet worden, liggen de contacten en de basiskennis er al.

Constante vraag

De nieuwe mogelijkheden in de cao horen thuis in het gesprek over vervangingsbeleid tussen de personeelsgeleding in de gmr en het schoolbestuur, zegt AOb-bestuurder José Muijres. Daarbij gaat het niet alleen om roosters en uren, maar ook om professionalisering, kwaliteit en inkomenszekerheid voor de vervangers: "Verzuim is niet zo onverwacht en willekeurig als het lijkt. Als je de gegevens over vervanging van de laatste drie jaar op een rijtje zet, zul je bij vrijwel iedere school een constante vraag naar vervanging zien, met af en toe een piek. Landelijk gaat het gemiddeld om bijna tien procent op jaarbasis, waarvan zes procent ziekteverzuim. Dat kun je gewoon uitrekenen en dan zie je het patroon. In de praktijk blijkt het heel goed mogelijk om twee derde van het ziekteverzuim op te vangen met vaste invalkrachten. Regel die basis goed, dan vang je de pieken op met de andere contracten uit de cao."
Een vervangingsplan legt vast hoe de school hiermee omgaat, legt Muijres uit: "Besturen kunnen verzuim prima opvangen door samen te werken met een vervangingspool of een ander regionaal centrum. Zeker voor kleine scholen is dat gewoon
noodzakelijk. Zij weten dan zeker dat ze binnen de wettelijke mogelijkheden vervangers aan zich kunnen binden om aan de kwaliteit te werken, terwijl losse contracten mogelijk blijven." Maatwerk is ook onderdeel van een vervangingsplan, vindt de AOb, met aandacht voor wensen die bij de collega's leven over deeltijdwerk. "Ga na welke behoefte er is aan min/max-contracten en bindingscontracten. En houd rekening met de extra ruime die de cao geeft: maximaal zes contracten voor vervanging per drie jaar, in plaats van vier per twee jaar."
Er zit in de cao-bepalingen rond vervanging een belangrijk verschil tussen het openbaar en het bijzonder onderwijs. Het in dit artikel beschreven vervangingsbeleid geldt in het openbaar onderwijs pas als de werkgever ervoor kiest, met instemming van de personeelsgeleding. Dat moet uiterlijk 30 september 2017 gebeuren en er is geen  weg terug. Zonder zo'n keuze verandert er weinig in het openbaar onderwijs: er zijn dan alleen tijdelijke of vaste aanstellingen mogelijk en wie langer dan drie jaar tijdelijk werkt, komt automatisch in vaste dienst.
"Als de personeelsgeleding en het bestuur in het openbaar onderwijs alles bij het oude willen houden, kan dat dus", zegt Muijres. "Maar dan mis je wel alle nieuwe mogelijkheden en kansen."

Verschenen in infomr 3/2016

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren